Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Boulimia

Mensen met boulimia voelen vaak een ongecontroleerde drang om te eten, zelfs als ze geen honger hebben. Daarnaast hebben ze de neiging om te braken, te laxeren of veel te bewegen.

De volledige benaming van boulimia is boulimia nervosa (BN). Boulimia betekent letterlijk ‘honger als een paard’. Het woord nervosa geeft aan dat het komt door iets psychisch. Eigenlijk is boulimia nervosa een onjuiste benaming. Bij mensen met boulimia gaat het in veel gevallen niet om het stillen van het hongergevoel. Het gaat om het eten. Zij voelen vaak een ongecontroleerde drang om te eten, zelfs als ze geen “honger als een paard” hebben. Dit wordt ook wel een eetbui genoemd. Voor mensen met boulimia is eten als het ware een verslaving. Om die reden wordt boulimia ook wel een eetverslaving genoemd. Van de mensen met boulimia herstelt gemiddeld 48% volledig, 26% gedeeltelijk en 26% herstelt helemaal niet. Bij die laatste groep mensen wordt de stoornis chronisch. Chronisch betekent levenslang. In de regel geldt dat de eetstoornis beter te behandelen is naarmate iemand jonger is en korter boulimia heeft. Boulimia wordt vaak in één adem genoemd met anorexia nervosa. Dat is niet zo heel gek. 

De eetstoornissen hebben veel met elkaar gemeen. Daarnaast kunnen de eetstoornissen in elkaar overgaan. Eén persoon kan dus zowel met anorexia als met boulimia te maken krijgen. Bij ongeveer 30% van de mensen met anorexia ontwikkelt ook de eetstoornis boulimia. Bijna niemand met boulimia krijgt anorexia. In Nederland lijden ongeveer 22.000 jonge vrouwen aan boulimia. Jaarlijks komen er 2.100 nieuwe patiënten bij. De precieze cijfers liggen waarschijnlijk hoger. Dit komt omdat eetstoornissen vaak goed verborgen worden gehouden. Andere eetstoornissen zijn anorexia, orthorexia en binge eating disorder (BED).

 

Wat is boulimia?

Eetstoornissen worden vaak in verband gebracht met de wens om mooi en slank te zijn. Tegenwoordig is het meer een manier om met negatieve gevoelens, een laag zelfbeeld of angsten om te gaan. Dit geldt ook voor mensen met boulimia. Tijdens een eetbui verliezen mensen met boulimia de controle over hun eetgedrag. Ze eten vaak dwangmatig, zonder te proeven en zonder er plezier aan te beleven. In veel gevallen wordt er veel calorierijkvoedsel gegeten. Voedsel dat iemand zichzelf normaal gesproken nooit zou toestaan. De eetbui geeft dan tijdelijk een goed gevoel. Het zorgt ervoor dat mensen als het ware even kunnen ontsnappen aan de realiteit. Weg van de problemen. Weg van de angsten en nare gevoelens. Iemand kan zelfs zo ver weg zijn, dat de eetbui geheel langs hem of haar heen trekt. Achteraf wordt iemand pas van het feit bewust dat het een eetbui heeft gehad. Na afloop voelen mensen zich vaak zwak en schuldig. Om dit gevoel te rechtvaardigen en uit de angst om in gewicht aan te komen, wordt de eetbui gecompenseerd met braken, laxeren of extreem veel sporten. Of een combinatie hiervan. Mensen met boulimia hebben echter vaak een normaal gezond gewicht. Wel kan het gewicht sterk schommelen. Dit neemt niet weg dat er ook mensen zijn met een te hoog of te laag gewicht en boulimia. Wat het gewicht ook is in hun ogen voelen ze zichzelf altijd te dik. Dit heeft te maken met een vertekend lichaamsbeeld.

 

Dit compenserende gedrag kan zich uiten in twee vormen:

  • Het purgerende type: Na een eetbui wil iemand het voedsel op een onnatuurlijke wijze zo snel mogelijk kwijt raken. Voorbeelden zijn: het uitbraken van voedsel of het gebruik van laxeermiddelen. Laxeermiddelen zijn middelen die de stoelgang bevorderen. Purgeren is een ander woord voor laxeren. Er wordt ook wel gebruik gemaakt van diuretica. Diuretica zijn middelen die de uitscheiding urine verhogen. Deze middelen worden gebruikt om overtollig vocht uit het lichaam te verwijderen. Een andere term voor diuretica is plasmiddelen.
  • Het niet-purgerende type: Bij dit type worden andere middelen gebruikt om de eetbuien te compenseren. Voorbeelden zijn: zeer weinig tot helemaal niets eten of overmatige sporten. Deze extreme drang naar veel lichaamsbeweging wordt ook wel hyperactiviteit genoemd. Vasten heeft als nadeel dat het lichaam reageert met een hongergevoel. Dit kan juist aanleiding zijn voor het ontstaan van nieuwe eetbuien.

 

Oorzaken en risicofactoren

Het is niet precies bekend hoe boulimia ontstaat. Er zijn wel een aantal factoren, die het risico op boulimia verhogen: 

  • Geslacht: Van alle mensen met boulimia is 90-95% vrouw. Ditzelfde percentage geldt overigens ook voor anorexia. De eetstoornis kan dus weldegelijk ook bij mannen voorkomen. De ernst en het verloop van de eetstoornis is echter bij mannen niet anders dan bij vrouwen.
  • Leeftijd: Boulimia ontstaat vaak in de puberteit en bij jongvolwassenen. Het meeste komt boulimia voor bij jonge vrouwen in de leeftijd van 15 tot 30 jaar. In deze categorie hebben van de 1.000 vrouwen er 15 boulimia.
  • Erfelijkheid: Er zijn echter geen aanwijzingen om aan te nemen dat boulimia erfelijk is. Wel is er een onderzoek dat aantoont dat er wellicht genen zijn waardoor mensen een grotere kans hebben op het ontstaan van eetbuien. Voor het trekken van harde conclusies is echter meer onderzoek nodig.
  • Persoonlijkheidskenmerken: Mensen met boulimia zijn vaak personen die snel de neiging hebben zichzelf ergens de schuld van te geven. Ook vertonen deze mensen vaker impulsief gedrag. Daarnaast kunnen overgewicht, depressie en stress het risico op boulimia verhogen. Het blijkt dat boulimia vaker voorkomt als iemand op jonge leeftijd overgewicht had. De kinderen van ouders met boulimia hebben daarbij een vier keer grotere kans op de eetstoornis dan andere kinderen. Daarnaast zijn mensen met aanleg voor boulimia gevoeliger voor negatief commentaar van familieleden op het eetgedrag, uiterlijk en gewicht. Dit heeft vaak te maken met een verstoord en negatief lichaamsbeeld. Ook het volgen van een dieet om af te vallen lijkt een risicofactor te zijn. Meer dan 80% van de mensen met boulimia heeft deze eetstoornis ontwikkeld als gevolg van een vermageringsdieet. Bij een dieet bestaat de kans dat iemand meer heeft gegeten dan dat het zichzelf heeft toegestaan. Er zijn mensen die het gevoel krijgen dat het dan toch niets meer uit maakt wat ze eten. Dit ‘over de schreef gaan’ als gevolg van een dieet kan dan de aanleiding zijn voor eetbuien. Voor veel mensen die op een gezonde manier lijnen is de kans echter klein op het ontwikkelen van eetbuien of een eetstoornis. Een manier om gezond te lijnen is onder begeleiding van een diëtist.
  • Omgeving: Ruzies en conflicten binnen het gezin kunnen de eetstoornis niet veroorzaken. Wel wordt het vaak gezien als een gevolg van de eetstoornis. Het eetgedrag van iemand met boulimia kan bijvoorbeeld voor flinke discussies zorgen. Het zijn echter ook juist dit soort conflicten en ruzies die de eetstoornis in stand kunnen houden of verergeren. Daarnaast kunnen hoge verwachtingen van ouders aan hun kind de kans vergroten. Een andere omgevingsfactor is de maatschappij. Via de media schetst de maatschappij een beeld van te ‘mooie’ dunne mensen. Deze druk om aan dit slankheidsideaal te voldoen speelt een rol in het ontstaan van boulimia.
  • Levensgebeurtenissen: Bepaalde levensgebeurtenissen lijken de kans op anorexia echter niet groter te maken. Dit in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt. Wel vergroot het de kans op bijkomende psychische stoornissen, als angst en depressie. Voorbeelden van negatieve levensgebeurtenissen zijn: een traumatische ervaring, seksueel misbruik of een onveilige jeugd.

 

Symptomen

Boulimia kan zich op verschillende manieren uiten:

  • Normaal lichaamsgewicht: Boulimia heeft veel weg van het eetbui/purgerende type van anorexia. Daarbij delen mensen met boulimia vaak dezelfde angst om aan te komen. Toch is er een belangrijk verschil. Mensen met anorexia zijn vaak extreem mager. Bij mensen met boulimia is daarentegen vaak sprake van een normaal gezond gewicht. Wel kan het gewicht sterk schommelen. Een normaal gezond gewicht staat gelijk aan een BMI van 18,5-25. BMI is de afkorting van Body Mass Index. Het is een maat voor het gewicht in verhouding tot de lichaamslengte. Dit geeft een schatting van het risico op gezondheidsproblemen.
  • Afwijkend eetpatroon: Kenmerkend voor boulimia is het herhaaldelijk terugkomen van eetbuien. Van een eetbui is sprake wanneer binnen twee uur tijd een overdreven grote hoeveelheid voedsel wordt gegeten. Na een eetbui ontstaat er vaak een schuldgevoel of verdriet. Dit gevoel uit zich in het feit dat iemand zo snel mogelijk op een onnatuurlijke wijze weer van het voedsel af wil. Dit kan onder andere door middel van braken, laxeermiddelen, vasten of overmatig sporten. Mede door het compensatiegedrag wordt de kans op het ontstaan van nieuwe eetbuien groter. Mensen met boulimia weten namelijk dat zij het eten na een eetbui toch weer snel kwijt kunnen. Hierdoor hoeven ze niet bang te zijn om aan te komen. Maar een periode van ‘afvallen’ duurt echter maar even. Niet lang daarna kan er weer een eetbui ontstaan. Deze dient vervolgens weer te worden gecompenseerd. Op die manier ontstaat er het zogenaamde jojo-effect. Op den duur kan de drang naar voedsel zo groot worden dat mensen de eetbuien gaan plannen. Iemand kan dan de hele dag niets eten en ’s avonds helemaal overgeven aan een eetbui. Hoe vaak iemand een eetbui heeft, verschilt per persoon. De ene persoon kan er twee per week hebben. Terwijl de ander er misschien meerdere per dag heeft. Voor het stellen van de officiële diagnose boulimia wordt er vanuit gegaan dat er onder andere in de laatste drie maanden gemiddeld minimaal twee keer per week een eetbui heeft plaats gevonden. Hierbij dient de eetbui gecompenseerd te zijn met braken of andere manieren.
  • Angst: Net als bij anorexia heerst er angst voor verlies van controle over de eetlust en het gewicht. Een andere angst is de bemoeienis van anderen met hun het eetgedrag en het lichaamsgewicht. Om die reden wordt geprobeerd de eetstoornis zo goed mogelijk verborgen te houden. Schaamte kan hier ook een rol bij spelen.
  • Gedragskenmerken: Typisch voor mensen met boulimia is dat ze impulsief kunnen handelen. Dit uit zich onder ander in ongecontroleerde eetbuien. Een ander gedragskenmerk is dat ze vaak een negatief lichaamsbeeld hebben. Maar ook het stellen van hoge eisen aan zichzelf is een typisch kenmerk. Om die reden worden de ongecontroleerde eetbuien gezien als een gebrek aan wilskracht en zelfbeheersing. Hierdoor kunnen mensen met boulimia een hekel aan zichzelf krijgen. Daarnaast kampen veel mensen met faalangst. Dit heeft te maken met de drang om beter te willen presteren dan anderen. Ander typisch gedrag uit zich in: na het eten naar het toilet gaan, opvallend vaak tanden poetsen of pepermuntjes eten. Maar ook het snel naar binnen proppen van eten kan kenmerkend zijn voor boulimia.

 

Lichamelijke gevolgen

De lichamelijke gevolgen bij boulimia zijn vooral een gevolg van het purgerende gedrag. Mensen met boulimia purgeren omdat ze denken daarmee af te vallen. Hierdoor zou de eetbui gecompenseerd kunnen worden. Maar niets in minder waar. Met plaspillen en laxeermiddelen valt niemand af. Het zorgt er alleen voor dat iemand vocht verliest. Dit vochtverlies kan het gewicht doen dalen. Maar dit betekent niet dat iemand afvalt. Het overmatige gebruik van laxeermiddelen en plaspillen is zelfs gevaarlijk. Deze middelen kunnen de volgende lichamelijke klachten veroorzaken:

  • Uitdroging: Dit kan zich onder andere uiten in dorst, hoofdpijn, misselijkheid, verminderde concentratie, een droge/slappe/schilferige huid en een droge mond. Ook de conditie van het haar kan verslechteren. Uiteindelijk kan het leiden tot haaruitval. Bij een droge mond wordt er minder speeksel gevormd. Dit kan de kans op gaatjes vergroten. Het speeksel helpt normaal gesproken de vorming van gaatjes tegen te gaan.
  • Veranderingen van het spijsverteringskanaal: Het zuur in het braaksel is slecht voor het gebit. Het zuur lost het tandglazuur op. Tandglazuur is de harde laag die de tanden beschermt tegen invloeden van buitenaf. Bij het verdwijnen van deze laag kunnen tanden overgevoelig worden voor warme en koude dranken. Dit is het gevolg van tanderosie. Tanderosie is de aantasting van de tanden door zuren. Dit kan onder andere gaatjes veroorzaken. Een ander woord voor gaatjes is cariës. Hetzelfde zuur uit het braaksel kan ook de speekselklieren en de slijmvliezen in de mond, keel en de slokdarm aantasten. Dit kan ontstekingen, pijn en misselijkheid, braken en irritatie veroorzaken. Daarnaast kan langdurig overmatige gebruik van laxeermiddelen er toe leiden dat de darmen lui worden. Dit heeft tot gevolg dat de darmen niet meer optimaal kunnen werken. Hierdoor kan de opname van voedingsstoffen minder goed verlopen.
  • Mineralentekort: Met name een tekort aan kalium is slecht voor de nieren, lever en het hart. Kalium speelt een belangrijke rol bij spiersamentrekkingen. Een belangrijke spier in het lichaam is de hartspier. Bij een tekort aan kalium kan ook deze niet meer goed samentrekken. Dit kan leiden tot hartritmestoornissen of een hartstilstand. Andere gevolgen van een kalium tekort kunnen nier- en leverbeschadigingen en spierkrampen zijn. Daarnaast kan er onder andere sprake zijn van een ijzertekort. Een ijzertekort kan leiden tot bloedarmoede. Symptomen van bloedarmoede zijn onder andere: overmatig transpireren, hoofdpijn, oorsuizen en duizeligheid.
  • Slokdarmkanker: Regelmatig braken vergroot de kans op slokdarmkanker. De slokdarm is het orgaan dat zich tussen de mond, keel en maag bevindt.
  • Keelpijn en langdurige heesheid: Deze klachten kunnen ontstaan als gevolg van het braken.
  • Verslaving: Er zijn mensen die verslaafd raken aan het gebruik van laxeermiddelen.

 

De meeste lichamelijke klachten verdwijnen als er gestopt wordt met de middelen en normaal wordt gegeten. Na het stoppen kunnen de klachten in de darmen en de maag echter nog enige tijd aanhouden. Dit geldt vooral na langdurig gebruik. Het is aan te raden om in één keer te stoppen. Voor sommige mensen kan dit echter een enge gedachte zijn. In dat geval kan het ook geleidelijk worden afgebouwd. Na het stoppen heeft het lichaam enige tijd nodig om de vochtbalans in het lichaam te herstellen. Dit kan tijdelijk (een paar dagen tot weken) vochtophoping in de handen, voeten, benen en gezicht veroorzaken. Een ander woord voor vochtophoping is oedeem. Oedeem kan door mensen met boulimia als last ervaren worden. Zij lijken dan namelijk dikker terwijl ze beter zijn gaan eten. Ook problemen met de stoelgang, zoals verstopping, kunnen voorkomen. Dit komt door het langdurige gebruik van de laxeermiddelen. Daarbij zijn de darmen lui zijn geworden. Hierdoor kost het enige tijd voordat de darmen weer optimaal werken. Het eten van meer voedingsvezels en voldoende vocht kan in dat geval helpen. Voedingsvezels zorgen voor een goede darmwerking.

boulimia nervosaeetstoorniseetbuienlaxerenbrakenpurgerenafvallenlijneneetverslavingschuldgevoeljojo-effectnegatief lichaamsbeeldondervoedingtanderosievereenzaminguitblijven menstruatieerfelijkheidBMIondergewicht

Naast bovenstaande klachten kunnen er andere klachten optreden. Deze klachten zijn echter niet zozeer een gevolg van het purgerende gedrag, maar eerder van de eetbuien.

  • Ondervoeding: Van ondervoeding is sprake als er onbedoeld meer dan 5% binnen 1 maand of meer dan 10 % binnen 6 maanden aan lichaamsgewicht wordt verloren. Het lichaam krijgt in dat geval te weinig voedingsstoffen binnen. Als gevolg van de tekorten gaat het lichaam zuiniger met de energie om. Hierdoor worden de ademhaling en hartslag trager. Ook de bloeddruk daalt. Het gevolg hiervan is dat mensen zich vaak vermoeid, duizelig, lusteloos of depressief voelen. Daarnaast kan de lichaamstemperatuur dalen. Mensen met boulimia kunnen hierdoor last krijgen van koude/blauwe handen en voeten. Hoewel er meestal sprake is van een gezond gewicht kan er ook sprake zijn van een te laag gewicht. Indien het gewicht extreem laag is (zoals bij anorexia vaak het geval is), kan er donsachtige beharing in het gezicht, op de armen, benen en rug optreden. Deze beharing zorgt ervoor dat het lichaam minder warmte verliest. De kans dat donsachtige beharing bij boulimia optreedt, is echter vrij klein.
  • Hoog cholesterol: Als er tijdens een eetbui voeding met veel cholesterol wordt gegeten, kan er hypercholesterolemie ontstaan. Hypercholesterolemie is een ander woord voor een hoog cholesterol gehalte. Hypercholesterolemie vergroot de kans op slagaderverkalking. Hierdoor neemt de kans op hart- en vaatziekten toe.
  • Menstruatiestoornissen: Dit heeft te maken met de hormonale veranderingen als gevolg van het eetgedrag. Hierdoor kan bij vrouwen de menstruatie onregelmatig worden of uitblijven. Een ander woord voor het uitblijven van de menstruatie is amenorroe. Hierdoor kan de vruchtbaarheid van een vrouw in gevaar komen. Vrouwen die langdurig niet menstrueren hebben een vergrote kans op botontkalking. Een ander woord hiervoor is osteoporose. Het bot wordt langzaam afgebroken. Hierdoor neemt de kans op botbreuken toe.
  • Maagdarmproblemen: De maag kan uitzetten als gevolg van de grote hoeveelheden van de eetbuien. Hierdoor kan het steeds langer duren voordat er een vol gevoel optreedt. Andere maagdarmproblemen kunnen zijn: een opgeblazen gevoel, misselijkheid en moeilijke stoelgang.
  • Verstoord honger- en verzadigingsgevoel: Bij boulimia kunnen mensen op den duur niet voelen wanneer ze honger hebben of wanneer ze vol zitten (verzadigd zijn). Dit komt omdat zij het honger- en verzadigingsgevoel lange tijd hebben onderdrukt.

De meeste klachten zijn blijvend. Sommige klachten verdwijnen zodra iemand weer herstelt. Andere klachten kunnen onherstelbare schade aanrichten en soms zelfs leiden tot de dood. Mensen met boulimia hebben een grotere kans op overlijden dan leeftijdgenoten zonder de eetstoornis. Het is echter onbekend hoe groot die kans precies is. Daarbij is wel bekend dat het sterftepercentage bij boulimia niet zo hoog is als bij anorexia. Ongeveer 1% van de mensen overlijdt aan boulimia.

 

Psychische en sociale gevolgen

Boulimia heeft niet alleen grote gevolgen voor het lichaam, maar ook psychisch en sociaal kan het veel impact hebben. Het leven van iemand met boulimia wordt net als bij mensen met anorexia beheerst door alles wat met voeding, lichaam en gewicht te maken heeft. Er is geen tijd voor andere zaken. Hierdoor kan de eetstoornis iemand belemmeren in het functioneren op school of werk. Een ander gevolg is dat mensen met boulimia zich vaak afgesloten van de buitenwereld en alleen gelaten voelen. Dit heeft grotendeels te maken met de verwaarlozing van vriendschappen en relaties. Ook gedragsveranderingen kunnen binnen deze relaties tot spanningen en onbegrip leiden. Hierdoor kan de persoon sociale situaties gaan vermijden en zich eenzaam gaan voelen. Andere negatieve gevoelens die kunnen optreden zijn schaamte en depressie. Veel mensen schamen zich voor de eetbuien. Om die reden worden eetbuien vaak verborgen gehouden. Er kan ook gelogen worden over het eetgedrag. Mensen met boulimia kunnen zich ook schamen voor hun uiterlijk. Dit kan zich uiten in het vermijden van seksuele contacten. Een depressie daarentegen kenmerkt zich door schuldgevoelens, een gebrek aan concentratie, gebrek aan energie, weinig gevoel van eigenwaarde, prikkelbaarheid, sociale isolatie en gevoelens van angst. Een ander sociaal gevolg is dat het eten en de laxeermiddelen veel geld kosten. Hierdoor kan iemand in financiële problemen raken. Het kan voorkomen dat mensen met boulimia om die reden eten gaan stelen. Hierover kan iemand met boulimia zich erg schuldig voelen. Wat weer een aanleiding kan zijn voor een eetbui. Op die manier kan iemand in een vicieuze cirkel terecht komen.

 

Behandeling

Het is erg lastig en onverstandig om de eetstoornis helemaal zelfstandig te behandelen. Er wordt dan ook aangeraden om altijd professionele hulp in te schakelen. Het liefst zo snel mogelijk. Dit is belangrijk om verdere gezondheidsschade te voorkomen.

De behandeling van boulimia kan uit verschillende onderdelen bestaan:

  • Voeding: Dit onderdeel richt zich op het verminderen van de eetbuien, handhaven van gezond gewicht en voorkomen van terugval. Hierbij wordt aandacht besteed aan een volwaardige voeding en gezond eetgedrag. Een volwaardige voeding levert voldoende voedingsstoffen om het lichaam weer goed te laten functioneren.
  • Therapie: Er zijn verschillen psychologische interventies. Ook kan voor een combinatie van therapieën worden gekozen. Voor welke vorm van therapie wordt gekozen, is afhankelijk van de ernst van de problemen, de leeftijd en de sociale situatie van de patiënt.
  • Medicatie: Voor boulimia is er op dit moment geen werkend medicijn beschikbaar. Er worden soms wel kalmeringsmiddelen voorgeschreven. Deze dienen ervoor om spanningen, depressie, angststoornis of stress te verminderen. Deze medicatie dient echter nooit als enige therapie tegen boulimia te worden ingezet. Het dient altijd in combinatie met bovenstaande therapieën te worden gedaan.

 

Onderzoek

  • Boulimia nervosa vergroot de kans op bijkomende psychische stoornissen, als angst en depressie. Ongeveer 50% van de mensen met boulimia heeft last van depressieve stemmingen. Daarbij heeft het purgerende type meer last van depressie en angst dan mensen die dat niet doen. De klachten kunnen overigens verdwijnen als de eetstoornis geneest.
  • Boulimia komt vijf keer vaker voor in de stad dan op het platteland. Dit is opvallend. Aangezien anorexia evenveel op het platteland als in de stad voorkomt.
  • Hoe eerder de diagnose van een eetstoornis gesteld wordt, hoe beter het te behandelen is. Als een eetstoornis voor het twintigste levensjaar wordt ontdekt, is de kans op herstel groter. Om die reden dienen huisartsen alerter te zijn op eetstoornissen bij patiënten. Momenteel gebeurt dit niet altijd uit angst om de eetstoornis bespreekbaar te maken. Daarnaast dienen ook familieleden en docenten kinderen beter in de gaten te houden op het ontwikkelen van een eetstoornis.
  • Zowel mensen met anorexia als mensen met boulimia hebben de neiging om veel aan lichaamsbeweging te doen. Deze hyperactiviteit kan gestopt worden door dopamine te onderdrukken. Dat blijkt uit onderzoek onder ratten. Dopamine is een stof in de hersenen. Deze stof speelt een belangrijke rol bij bewegen. Verder onderzoek is nodig om uit te wijzen of dit ook voor mensen geldt.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken, betreffende boulimia nervosa, voor u tegengekomen:

  • Probeer Mij Niet Te Begrijpen, Hou Van Mij. Auteur S. Claessens, Nederlands, 234 pagina's. Een verhaal over de aanloop naar, de herkenning, erkenning en strijd tegen een zware depressie en boulimia. Eerlijke gedachten over moeilijke periodes en situaties, voor en tijdens deze strijd, geschreven vanuit het diepste van de put.
  • Mijn dochter; boulimia en borderline. Auteur E.M. van der Linden, Nederlands, 82 pagina's. Verhaal van een moeder die een dochter heeft met boulimia en borderline. Een verhaal over strijd en angst maar ook over liefde, hoop en de band tussen moeder en dochter.
  • Werkboek anorexia- en boulimia nervosa. Auteurs C. Meerum Terwogt-Reijnders & L. Koster-Kaptein, Nederlands, 80 pagina's. Dit werkboek is bedoeld voor mensen met anorexia of boulimia nervosa. Het is uitermate geschikt als hulpmiddel in een therapie of als werkboek in educatiegroepen voor eetstoornissen en zelfhulpgroepen.
  • Boulimia nervosa. Auteurs Laura van Buuringen & Stefan Rooyackers, Nederlands, 100 pagina's. Dit boek kan je helpen weer in balans te komen en beter om te gaan met je eetproblemen. Ook krijg je praktische oefeningen, waarbij je stilstaat bij je denkpatroon om beter inzicht te krijgen in je eetproblemen. Deze cursus is geen volledige behandeling voor een eetstoornis en is niet bedoeld om af te vallen.

  

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top