Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Gezonde ogen

Oogaandoeningen komen veel voor. De juiste voeding kan onze ogen helpen beschermen.

Het oog is een zintuig, oftewel een waarnemingsorgaan. Het oog vangt licht op. Zenuwen in het oog zetten dit licht om in elektrische signalen. De elektrische signalen worden door de zenuwen aan de hersenen doorgegeven. In de hersenen worden de signalen omgezet naar waarnemingen. Als dit is gebeurt zijn we ons bewust van wat we zien. Het oog weegt 7,5 gram en is ongeveer 24 millimeter lang. Gezonde voeding, bepaalde vitamines en vetzuren dragen bij aan gezonde ogen.

 

Opbouw van het oog

Het oog bestaat uit veel verschillende onderdelen. Deze onderdelen hebben allemaal hun eigen functie. Op de onderstaande afbeelding wordt aangegeven waar de onderdelen van het oog zich precies bevinden. De volgende onderdelen kunnen worden onderscheiden:

  • Oogbol: De oogbol omvat het eigenlijke oog. De oogbol ligt in een peervormige holte welke uit bot bestaat. Dit bot beschermt het oog. Tussen de oogbol en het bot zit een laagje vetweefsel. Dit vetweefsel zorgt ervoor dat het oog de vrijheid heeft om te bewegen.
  • Oogwand: De oogbol heeft een wand. Deze wand bestaat uit drie lagen; harde oogrok, vaatvlies en netvlies.
  • Harde oogrok: De oogspieren zitten aan de harde oogrok gehecht. Dit is de buitenste laag van de oogbol. De harde oogrok geeft stevigheid aan het oog. De harde oogrok is wit. Aan de voorkant van het oog gaat de oogrok over in het hoornvlies. Het hoornvlies is doorzichtig. Aan de achterkant  van het oog gaat de oogrok over in het harde hersenvlies. Dit harde hersenvlies ligt ter bescherming om de oogzenuw heen.
  • Vaatvlies: Het vaatvlies ligt onder de harde oogrok. Het vaatvlies bestaat uit drie lagen: een laag met grote vaten, een laag met kleine vaten en het membraan van Bruch. Het membraan van Bruch geeft structuur aan het vaatvlies. Ook laat het membraan van Bruck afvalstoffen door, zodat deze afgevoerd kunnen worden. Het vaatvlies bestaat dus uit veel bloedvaatjes. Door deze bloedvatenvaten wordt het oog als het ware gevoed. Aan de voorkant van het oog gaat het vaatvlies over in de iris.
  • Netvlies: Het netvlies is de binnenste laag van de oogbol. Het netvlies is dun en doorzichtig. Wanneer lichtstralen door de pupil en de ooglens zijn geweest, komen ze op het netvlies. Het netvlies bestaat voor 70% uit staafjes en kegeltjes. Deze naam hebben de staafjes en kegeltjes te danken aan hun vorm. De staafjes zijn nodig voor het zien bij schemering. De kegeltjes zijn nodig voor het zien van kleuren. Staafjes en kegeltjes zijn cellen die elektrische signalens maken van de lichtprikkels die binnenkomen in het oog.
  • Oogkamers: De oogwand ligt om de drie oogkamers heen; achterste oogkamer, voorste oogkamer en glasvochtholte.
  • Achterste oogkamer en voorste oogkamer: De achterste oogkamer ligt tussen de iris en de ooglens. De voorste oogkamer ligt tussen het hoornvlies en iris. De oogkamers zijn gevuld met het kamerwater. Het kamerwater stroomt van de achterste kamer door de pupil naar de voorste kamer. In de voorste oogkamer zit een kamerhoek. Dit zijn veel kleine openingen in de harde oogrok. Via deze openingen kan het oogwater weer weglopen. Zo wordt het kamerwater continu ververst.
  • Glasvocht: Het glasvocht bestaat uit glasvochtvloeistof. Glasvochtvloeistof is een doorzichtige gel. Het glasvocht ligt achter de ooglens en vult het grootste deel van het oog.
  • Oogspier: Elk oog heeft zes oogspieren. Om de oogspieren liggen zenuwen. Zenuwen vormen als het ware de ‘bedrading’ van het lichaam. Zenuwen geven boodschappen door van de zintuigen naar de hersenen en van de hersenen naar de spieren. Dankzij de oogspieren en de zenuwen kunnen de ogen een voorwerp volgen en van de ene kant naar de andere kant kijken.
  • Oogzenuw: Drie paar hersenzenuwen sturen de oogspieren aan. Eén van de drie hersenzenuwen zorgt ervoor dat de oogzenuw het oog naar boven, beneden en naar de neus toe kan bewegen. Een andere hersenzenuw zorgt ervoor dat de ogen naar beneden kunnen kijken en zo bijvoorbeeld kunnen lezen. De laatste hersenzenuw speelt een rol in het naar buiten draaien van de ogen. Als er sprake is van een verlamde oogzenuw, worden de oogspieren ook niet goed aangestuurd. De kans op scheelzien of dubbelzien is dan groot. Ook bij een beschadiging van de oogkas of een afwijking in de structuur of ligging van de oogspier kan het oog belemmerd worden. Beweging van het oog wordt dan bemoeilijkt. Scheelzien bij kinderen komt meestal door een over stimulatie van de oogspieren.
  • Blinde vlek: Met het gebied van de blinde vlek kan men niks waarnemen. In de blinde vlek zitten namelijk geen lichtreceptoren. De blinde vlek zit achterin het oog. Via de blinde vlek gaan de bloedvaten naar de hersenen. Ook de zenuwen gaan vanuit de blinde vlek naar de hersenen. De zenuwen laten in de hersenen de elektrische signalen omzetten in een beeld.
  • Gele vlek: Op het netvlies is een klein gebied waar heel veel kegeltjes bij elkaar zitten. Dit heet de gele vlek. Met de gele vlek kan men fijne details zien.
  • Bloedvaten van het oog: In het vaatvlies liggen veel bloedvaatjes. Deze bloedvaatjes zorgen ervoor dat de ogen zuurstof en voedingsstoffen aangeleverd krijgen.
  • Straalvormig lichaam: Het straalvormig lichaam zit aan de rand van het vaatvlies. De ooglens zit bevestigd aan het straalvormig lichaam. Het straalvormig lichaam bestaat uit een kringspier en lensbandjes. De kringspier zit met behulp van de lensbandjes vast aan de lens. De kringspier helpt het oog bij het zien, door samen te trekken en te ontspannen. Op deze manier wordt de lens boller en weer platter. Het straalvormig lichaam zorgt ook voor de aanmaak van kamerwater. Dit is een heldere vloeistof. Het kamerwater voert zuurstof en voedingsstoffen aan voor het oog. Ook wordt de oogdruk geregeld door de af- en aanvoer van kamerwater.
  • Pupil: De pupil is de opening aan de voorkant van het oog. De pupil is rond en bevindt zich in de iris. Door de pupil komt licht binnen. Als er veel licht is, wordt de pupil kleiner. Als er weinig licht is, wordt de pupil groter. De pupillen worden ook kleiner als er naar iets gekeken wordt dat dichtbij is. Als er wordt gekeken naar iets dat ontroerd of opwind worden de pupillen groter. De pupilgrootte kan verschillen van 1,5 tot 9 vierkante millimeter.
  • Regenboogvlies: Het regenboogvlies is beter bekend als de iris. De iris is gekleurd. De kleur van de iris is per persoon anders en hangt af van de pigmentatie. Bij weinig pigmentatie in het oog is de iris blauw. Bij veel pigment is de iris bruin. De iris ligt om de pupil heen en zorgt ervoor dat er niet te veel licht binnenkomt in het oog.
  • Hoornvlies: Het hoornvlies is het buitenste glasachtige deel van het oog. Het hoornvlies ligt over de harde oogrok. Op het hoornvlies kunnen contactlenzen aangebracht worden. Het hoornvlies bestaat uit meerdere lagen. Aan de buitenkant van het oog ligt het epitheel en aan de binnenkant het endotheel. Tussen deze lagen ligt het stroma. Het epitheel is de beschermlaag van het hoornvlies. Het endotheel zorgt voor watertransport van het oog naar het hoornvlies. Het stroma geeft het hoornvlies stevigheid. Als er stof in het oog komt raakt het epitheel geïrriteerd, omdat deze laag losse zenuwuiteinden bevat. Het epitheel kan zichzelf vernieuwen als er sprake is van beschadiging. Het hoornvlies is 0,55 millimeter dik en heeft een diameter van ongeveer 12 millimeter. Het hoornvlies is belangrijk in het scherpstelvermogen van het oog. Op het hoornvlies wordt namelijk het meeste licht gebroken. Op het hoornvlies ligt een traanfilm die het hoornvlies vochtig en glad houdt. De traanfilm beschermt het oog tegen vuiltjes, infecties etc. Ook geeft de traanfilm de benodigde voeding aan het hoornvlies.
  • Lens: Ook de lens zorgt ervoor dat de lichtstralen worden gebroken. De lens wordt boller en platter afhankelijk van de afstand waarop iets gezien moet worden. Een bolle lens zorgt ervoor dat voorwerpen die dichtbij staan goed kunnen worden gezien. Een platte lens zorgt ervoor dat voorwerpen die veraf staan goed kunnen worden gezien. De lens zorgt er zo voor dat het beeld scherp op het netvlies komt. Bij ouderen is de lens vaak minder goed te vervormen. Dan is een (lees)bril nodig.

 

Oogaandoeningen

Oogaandoeningen komen veel voor. Voorbeelden van veelvoorkomende oogaandoeningen zijn:

  • Bijziendheid: Bijziendheid wordt ook wel myopie genoemd. Een bijziend persoon kan voorwerpen in de verte niet goed zien. Voorwerpen die dichtbij staan worden wel goed gezien. Vaak ontstaat bijziendheid al op jonge leeftijd en verergert het met de jaren. Bijziendheid ontstaat door een verminderd accommodatievermogen. De bolheid van de lens wordt dan niet juist geregeld. Ook als het oog te lang is of iets te plat wordt er niet scherp gezien in de verte. Een bril of contactlenzen zijn een oplossing voor bijziendheid. Een negatieve (-) sterkte van de bril of lenzen zal de bijziendheid corrigeren. Op deze manier kan het zicht verbeterd worden. Bijziendheid is erfelijk. Wanneer de ogen veel op korte afstand worden gebruikt, is de kans op bijziendheid vergroot. 
  • Verziendheid: Verziendheid wordt ook wel hypermetropie genoemd. Een verziend persoon kan voorwerpen die dichtbij staan niet goed zien. Voorwerpen die veraf staan worden wel goed gezien. Bij verziendheid is het hoornvlies te vlak of het oog te kort. Een bril of contactlenzen zijn een oplossing voor verziendheid. Een positieve (+) sterkte van de bril of lenzen zal de verziendheid corrigeren. Op deze manier kan het zicht verbeterd worden. Verziendheid is erfelijk. Verziendheid komt bij veel baby’s voor. Na enkele jaren kan het oog zich beter aanpassen wanneer het iets in de verte of juist dichtbij waar wil nemen. In de meeste gevallen verdwijnt de verziendheid. 
  • Cilinderafwijking: Een ander woord voor cilinderafwijking is astigmatisme. Een cilinderafwijking kan bij zowel bijziendheid als verziendheid voorkomen. Bij een cilinderafwijking worden de horizontale of verticale lichtstralen anders gebroken dan normaal. Dit komt meestal door een ongelijke kromming van het hoornvlies of van de ooglens. De lichtstralen komen dan niet op hetzelfde punt uit. Hierdoor zien mensen met een cilinderafwijking een voorwerp wazig of vervormd. Het maakt geen verschil of dit voorwerp dichtbij of ver weg staat.
  • Vermoeide ogen: Vermoeide ogen gaan niet perse samen met lichamelijk vermoeidheid. Ook functioneren de ogen nog gewoon goed. Oorzaken van vermoeide ogen zijn: lang intensief naar een beeldscherm kijken of lezen, ruimten met airco, stof of een slechte verlichting, sigarettenrook en een verkeerde brilsterkte. Symptomen zijn: jeuk, irritatie, rode ogen, trekkend gevoel rond de ogen, branderig gevoel in de ogen en traanogen. Belangrijk is regelmatig in de verte te kijken, de werkruimte goed te ventileren, voldoende te knipperen met de ogen en rook te vermijden.
  • Lui oog: Een lui oog heet ook wel een amblyoop. Een lui oog is een oog dat is achtergebleven in de ontwikkeling. Hierdoor is het zichtvermogen niet wat het moet zijn. De oogsterkte is niet te corrigeren met een bril of contactlenzen. Meestal is er sprake van één lui oog, maar het kan bij beide ogen voorkomen. Een lui oog kan op jonge leeftijd ontstaan. Na de basisschoolleeftijd kan een lui oog niet meer ontstaan. Een lui oog kan ontstaan wanneer het niet scherp ziet. Er zal dan een bril gedragen moeten worden. Oogdruppels kunnen ook helpen tegen een lui oog. Deze druppels worden in het goede oog aangebracht. De druppels verwijden de pupil en verlammen de accommodatie. Het goede oog gaat slechter zien waardoor het luie oog meer zijn best moet doen. Het goede oog kan ook tijdelijk worden afgeplakt, waardoor het andere oog wordt gestimuleerd extra zijn best moet doen. Een lui oog kan op jonge leeftijd nog worden aangepakt. Na het achtste tot twaalfde levensjaar is er niks meer aan te doen. De gezichtsscherpte valt dan niet meer te verbeteren. Een operatie zal bij volwassen dus niks meer uithalen. Het kan zijn dat een kind scheel kijkt en dat dit niet verholpen kan worden door middel van afplakken. Een scheelziensoperatie kan dan bij een kind de stand van de ogen verbeteren.
  • Branderige ogen: Bij branderige ogen is er vaak sprake van jeuk, afscheiding, pijn, rode ogen, traanogen en een brandend gevoel. Branderige ogen ontstaan meestal door stof, zon, zonnebrand, rook, haarlak, smog en chloorwater. Branderige ogen kunnen echter ook op een allergie duidden voor bijvoorbeeld stuifmeel of parfum. Om branderige ogen tegen te gaan kan er gebruik gemaakt worden van oogdruppels of koude kompressen. Ook kunnen situaties en ruimten met irriterende stoffen vermeden worden.
  • Droge ogen: Droge ogen ontstaan wanneer er te weinig traanvocht wordt aangemaakt. Ook als het traanvocht verandert van samenstelling kunnen droge ogen ontstaan. Oorzaken kunnen zijn: contactlenzen, medicijnen of een ontsteking aan de oogleden. De ogen raken geïrriteerd of branden een beetje. Ook kan het voelen alsof er een stofje in de ogen zit. De oogleden kunnen na het slapen vastgeplakt zitten. Het is belangrijk voldoende te knipperen met de ogen, ruimtes met airconditioning te vermijden en thuis de luchtvochtigheid op een goed level te houden.
  • Jeukende ogen: Jeukende ogen zijn vrijwel altijd een symptoom van een allergie. Het is belangrijk te achterhalen of er werkelijk sprake is van een allergie. Wrijven in de ogen wordt afgeraden. Er zijn ook oogdruppels die helpen tegen jeukende ogen.
  • Bloeddoorlopen ogen: Bij bloeddoorlopen ogen zijn de bloedvaatjes in de ogen beschadigd. De meest voorkomende oorzaken van bloeddoorlopen ogen zijn: een ontsteking, slaapgebrek, alcoholgebruik en stress. Het is belangrijk voldoende te knipperen, droge ruimten te vermijden en make-up goed te verwijderen voor het slapen. Ook het dragen van contactlenzen kan een oorzaak zijn. Het is dan wijs om over te stappen op een andere soort lenzen of een bril.
  • Netvliesbeschadiging: Een netvliesbeschadiging kan ontstaan wanneer er een object in het oog komt. Maar ook straling of chemische stoffen kunnen een netvliesbeschadiging veroorzaken. Wanneer iemand diabetes mellitus heeft is de kans op een netvlies afwijking verhoogd. Deze netvlies afwijking heet diabetische retinopathie. Diabetes mellitus wordt ook wel suikerziekte genoemd. Het lichaam van mensen met diabetes maakt te weinig of geen insuline aan. Insuline is een hormoon dat de glucose (druivensuiker) uit voedsel van het bloed naar de lichaamscellen brengt. Als er te weinig insuline is wordt het suikergehalte in het bloed erg hoog. Netvliesbeschadiging komt bij diabetespatiënten vaker voor door complicaties aan de bloedvaten. Deze complicaties kunnen onder andere ontstaan door een hoge bloedsuikerwaarde en een hoge bloeddruk. De afwijking van het netvlies wordt bij diabetische retinopathie steeds groter. Uiteindelijk zal de persoon blind worden. Daarom is het belangrijk deze afwijking tijdig te constateren. Met een laserbehandeling kan de afwijking voor 80% worden voorkomen. Ook medicijnen zouden de schade aan het netvlies kunnen beperken.
  • Allergische reactie: Een allergie is een abnormale reactie van het afweersysteem op bepaalde stoffen uit de omgeving. Allergische reacties die in de ogen kunnen plaatsvinden zijn: ontsteking, zwelling van de oogleden, uitzetten van bloedvaten, rode ogen, jeuk, afscheiding en het gevoel dat er een vuiltje in het oog zit. Speciale oogdruppels en medicijnen kunnen de allergische reactie voorkomen of genezen.
  • Oogontsteking: Oogontsteking wordt meestal veroorzaakt door bacteriën of door een virusinfectie. Er zijn verschillende soorten oogontsteking. De symptomen zijn echter vaak hetzelfde, namelijk: jeuk, rode ogen, branderig gevoel, pijn, traanogen en bloeddoorlopen ogen. Behandelingen kunnen bestaan uit het gebruik van antibiotica, oogdruppels en oogzalf.
  • Hoge oogdruk: De oogdruk is afhankelijk van de aanmaak en afvoer van het kamerwater. Als dit evenwicht verstoord is, kan de oogdruk oplopen. Een te hoge oogdruk kan schadelijk zijn voor het gehele oog. Bij een te hoge oogdruk raken de zenuwvezels beschadigd. Door deze beschadiging kunnen delen van het oog hun werking verliezen. Ook bloedvaatjes rondom het oog kunnen door de hoge druk beschadigd raken. De bloedvaatjes worden als het ware dichtgeknepen. Het oog raakt dan beschadigd doordat het te weinig bloed krijgt. Over het algemeen voelt men niks van een hoge oogdruk. Alleen bij een extreem hoge oogdruk zal men pijn voelen. Door middel van een operatie kan de kamerhoek wijder worden gemaakt. Hierdoor kan het kamerwater beter weglopen en neemt de druk af.
  • Overgevoeligheid voor licht: Overgevoeligheid voor licht wordt ook wel fotofobie genoemd. Fotofobie betekent ‘angst voor het licht’. Dit licht kan zonlicht zijn, maar ook een vlam van een kaars. Een persoon met fotofobie kan dan geen (fel) licht verdragen. Fotofobie is een symptoom van een onderliggende ziekte. Fotofobie kan ontstaan naar aanleiding van een aangeboren aandoening, een oogziekte, infectie, ernstige migraine of door medicijnen. De behandeling bestaat allereerst uit het aanpakken van de onderliggende oorzaak. Andere hulpmiddelen kunnen zijn: een zonnebril met UV bescherming of een hoed die het licht voor een deel uit de ogen houdt. Wanneer de fotofobie heel ernstig is, zal fel licht vermeden moeten worden.
  • Staar: Cataract is een ander woord voor grijze of grauwe staar. Er is sprake van een troebele ooglens. Dit kan komen door eiwitten die samenklonteren. Deze veranderingen in de eiwitten treedt op bij het ouder worden. De ooglens wordt minder helder, doordat de eiwitten de lens beschadigen. Staar komt daarom vaker voor bij het toenemen van de leeftijd. Ongeveer 25% van alle 80-jarigen heeft cataract. Andere oorzaken kunnen zijn: oogontsteking, ziekte en bepaalde medicijnen. Staar kan aangeboren zijn, maar dit komt zelden voor. De behandeling van cataract bestaat uit een operatie. De troebele ooglens wordt vervangen door een kunstlens. 
  • Groene staar: Groene staar wordt ook wel glaucoom genoemd. In de volksmond wordt er ook wel gesproken van een verhoogde oogdruk. De meest voorkomende oorzaak van glaucoom is een opstapeling van kamerwater in de ogen. Het kamerwater wordt dan niet goed weggevoerd waardoor de druk in het oog wordt verhoogd. Dit kan de oogzenuw beschadigen. Als de oogzenuw beschadigd is, kan glaucoom niet meer behandeld worden. Andere oorzaken van glaucoom zijn een harde aanraking van het oog en oogontsteking. Oogdruppels kunnen helpen het vocht uit de ogen af te voeren. Het kamerwater kan ook door middel van een laserbehandeling of operatie worden verwijderd. Glaucoom kan leiden tot blindheid.
  • Kleurenblindheid: Kleurenblindheid wordt ook wel daltonisme genoemd. Bij kleurenblindheid kunnen kleuren niet onderscheiden worden. Kleurenblindheid ontstaat als de kegeltjes in het oog niet goed werken. Meestal is er sprake van kleurenzwakte. Er worden dan wel kleuren gezien, maar deze zijn moeilijk te onderscheiden. Er is geen behandeling voor kleurenblindheid. Wel kan in sommige gevallen het dragen van speciale contactlenzen helpen met onderscheiden van kleuren.
  • Nachtblindheid: Iemand die nachtblind is, kan slecht of helemaal niet zien wanneer er weinig licht is. Nachtblindheid is erfelijk maar kan ook ontstaan door een vitamine A tekort, leveraandoening of een maagslijmvliesontsteking. Er is geen behandeling voor nachtblindheid. Wel kan de onderliggende oorzaak worden aangepakt.
  • Blindheid: Blindheid wordt ook wel amaurosis genoemd. Blindheid kan aangeboren zijn, maar kan ook ontstaan door glaucoom, diabetische retinopathie, ziekte tijdens zwangerschap, verwaarloosde ooginfectie of ongeval. Blindheid is een functionele stoornis waarbij geen licht waargenomen kan worden en dus niks kan worden gezien.
ogenoogoogboloogspierharde oogrokvaatvliesnetvliesoogzenuwblinde vlekgele vlekglasvochtstraalvormig lichaamoogkamerpupilirisregenboogvlieshoornvlieslenslichtstralenbijziendheidverziendheidhypermetropiemyopieaccommodatievermogencilinderafwijkingvermoeidluibranderigdroogjeukbloeddoorlopennetvliesbeschadigingallergiereactieoogontstekingfotofobiestaarcataractglaucoomkleurenblindheiddaltonismenachtblindblindvitaminezinkseleniumomega 3vitamine AB2CE

Voeding

Gezonde voeding is belangrijk voor het behouden van een gezond lichaam en gezonde ogen. De juiste voeding kan onze ogen beschermen en de gezondheid van de ogen bevorderen. Het achteruitgaan van de ogen kan komen door een verkeerd voedingspatroon. Zo kan een tekort aan antioxidanten schade aan de gele vlek en het netvlies tot gevolg hebben. Dit komt doordat zij schadelijke stoffen onschadelijk maken. Antioxidanten is een verzamelnaam voor voedingsstoffen als vitamine C, E, seleen, zink en bioactieve stoffen. Bioactieve stoffen zijn bijvoorbeeld vitaminen en mineralen die de gezondheid van de mens bevorderen. Ze zijn niet essentieel in tegenstelling tot andere vitaminen en mineralen. Er zijn namelijk geen ziekten bekend die als gevolg van een tekort kunnen ontstaan. Antioxidanten zijn aanwezig in groente en fruit. Ze helpen beschadiging van cellen en weefsels tegen te gaan.

Een verstoorde suikerstofwisseling kan onder andere staar tot gevolg hebben. Diabetespatiënten lopen hier een groter risico op. Het gebruik van suiker uit producten als snoep en koek kan het best beperkt worden. Bij een overmatig gebruik van suiker, stijgt het bloedsuikergehalte. Dit is de hoeveelheid suiker die in het bloed zit. Om dit suiker in de lichaamscellen te krijgen, maakt het lichaam insuline aan. Insuline is een hormoon dat de suikers van het bloed naar lichaamscellen vervoert. Het bloedsuikergehalte daalt dan weer en de insulineproductie neemt af. Deze schommeling in het bloedsuikergehalte en insulineproductie kan lichamelijke aandoeningen tot gevolg hebben. Naast oogaandoeningen kunnen er ook allergieën of aandoeningen aan de lever of nieren ontstaan door de schommeling van het bloedsuikergehalte. Ook vermoeidheid, hongergevoel en flauwvallen kunnen hier gevolgen van zijn. Bloeddoorlopen ogen kunnen ontstaan door overmatig alcoholgebruik. Alcohol kan het best met mate gebruikt worden.

 

Vitamine A, B2, C en E zijn van belang voor de gezondheid van de ogen. Vitamine A helpt de ogen bij het opvangen van lichtstralen. Ook helpt vitamine A bij de omzetting van licht naar elektrische signalen. Bij een tekort aan vitamine A kunnen droge ogen en een slechter nachtzicht ontstaan. Vitamine B2 gaat het ontstaan van staar tegen. Vitamine C en E zijn antioxidanten. Antioxidanten zijn stoffen die beschadiging aan weefsels en cellen in het lichaam tegengaan. Vitamine C en E gaan ook het ontstaan van staar tegen. Ook beschermen Vitamine C en E de ogen tegen zonlicht en sigarettenrook.

De mineralen zink en selenium spelen ook een rol in de gezondheid van de ogen. Een tekort aan zink of selenium kan leiden tot een minder zichtvermogen.

Wat betreft de vetten zijn vooral de omega 3-vetzuren goed voor de ogen. Dit zijn meervoudig onverzadigde vetten. Deze vetten hebben positieve eigenschappen zoals het voorkomen van hart- en vaatziekten en het verlagen van het cholesterolgehalte in het bloed. Cholesterol is een vettige stof. We onderscheiden twee soorten cholesterol. Het HDL cholesterol en het LDL cholesterol. Het HDL wordt gezien als het goede cholesterol. Het LDL als het slechte cholesterol. Als er wordt gesproken van een hoog cholesterol wordt daarmee een hoog LDL cholesterol bedoeld. Omega-3 vetzuren ontwikkelen en behouden ook een goed zicht.

 

Onderzoek 

  • Volgens een onderzoek van de Australian National University verslechteren de ogen wanneer deze te weinig daglicht krijgen. Uit een onderzoek van de University of Ulster blijkt dat voldoende daglicht inderdaad goed is voor de ogen. Voldoende daglicht kan bijziendheid voorkomen.
  • Uit een onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum blijkt dat voeding invloed heeft op het wel of niet ontstaan van glaucoom. Mensen die veel vitamine A en B1 consumeren hebben een verlaagd risico op glaucoom.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken en producten, betreffende gezonde ogen, voor u tegengekomen:

  • Zorgboek Maculadegeneratie. Nederlands, 163 pagina's. In het zorgboek Maculadegeneratie wordt helder uitgelegd wat de aandoening precies is en welke klachten optreden. Daarnaast geeft het zorgboek aan hoe mensen zelf met de aandoening kunnen omgaan. U krijgt tal van praktische tips, bijvoorbeeld over hulpmiddelen, maar ook over voeding en revalidatie.
  • Zorgboek Slechtziendheid en blindheid. Nederlands, 197 pagina's, Stichting September. Dit boek is bestemd voor mensen die op latere leeftijd blind of slechtziend geworden zijn. Het bevat heldere informatie over staar, maculadegeneratie, diabetische retinopathie en glaucoom. Wat zijn de gevolgen, hoe kan men hiermee omgaan, welke behandelingen zijn er?
  • AOV 520, Selenium 200 µ, Capsules, Mineralen. Selenium werkt als anti-oxidant bij het neutraliseren van vrije radicalen. Het speelt een grote rol bij het onderhouden van het immuunsysteem en helpt bij het gezond houden van haar, ogen en huid. Daarnaast stimuleert het de werking van een aantal energieproducerende cellen. Een voedingssupplement is geen vervanging voor een gevarieerde voeding. Voor het behoud van een goede gezondheid is een gezonde levensstijl en een gevarieerde, evenwichtige voeding van belang.
  • Oogdruppels, weeklenzen en multifocale lenzen.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top