Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Immuunsysteem

Killercellen zijn witte bloedcellen die niet de ziekteverwekker zelf, maar de geïnfecteerde lichaamscellen doden.

Het menselijke immuunsysteem is als het ware de derde afweerlinie tegen ziekteverwekkers. Voorbeelden van ziekteverwekkers zijn virussen en bacteriën die het lichaam binnen willen dringen. Bacteriën zijn eencellige levende wezens (organismen) die niet met het blote oog te zien zijn. Een virus is een hoeveelheid erfelijk materiaal (DNA of RNA) die levende cellen infecteert. Virussen zelf worden niet als levend organisme gezien. Virussen kunnen zich alleen voortplanten met behulp van de levende cellen welke ze hebben geïnfecteerd. In het lichaam zelf worden ook wel eens afwijkende cellen gevormd. Heel het menselijke lichaam bestaat uit cellen. Lichaamscellen bevatten de genetische informatie van een persoon. De cellen in het lichaam hebben veel verschillende functies. Afwijkende cellen in het lichaam moeten worden opgeruimd. Als afwijkende cellen niet worden opgeruimd uit het lichaam, kunnen ze uitgroeien tot kankercellen.

 

Het lichaam heeft twee verdedigingssystemen die samenwerken om ziekteverwekkers tegen te houden.

  • Het eerste verdedigingssysteem wordt de aspecifieke afweer genoemd. De aspecifieke afweer richt zich tegen alle ziekteverwekkers, zonder een onderscheid te maken. Het bestaat uit twee afweerlinies.
  • Het tweede verdedigingssysteem wordt de specifieke afweer genoemd. De specifieke afweer richt zich rechtstreeks tegen één ziekteverwekker. Dit tweede, specifieke systeem is het immuunsysteem.

 

Eerste afweerlinie

De eerste en tweede afweerlinie vallen onder de aspecifieke afweer. Het aspecifieke afweermechanisme is aangeboren en dus altijd aanwezig. De aspecifieke afweer begint al aan de buitenkant van het lichaam. De eerste afweerlinie bestaat uit de huid en de slijmvliezen. Slijmvliezen zijn cellen die slijm produceren. In het lichaam zijn slijmvliezen terug te vinden in onder andere de mond, neus, ogen, vagina en urinewegen. De bovenste laag van de huid, de opperhuid, en de slijmvliezen zijn voor ziekteverwekkers moeilijke barrières om doorheen te komen. Dat de eerste afweerlinie een moeilijke barrière is, komt door verschillende mechanismen:

  • De opperhuid bestaat uit dode cellen die erg dicht op elkaar liggen. Dit maakt de huid ondoordringbaar.
  • De huid scheidt onder andere zweet af, wat het huidoppervlak zuur maakt. Ziekteverwekkers kunnen slecht tegen zuur.
  • Speeksel, slijm en traanvocht (vocht dat zich in de ogen bevindt) spoelen lichaamsvreemde stoffen weg.
  • Slijmvliezen in de maag produceren een zure oplossing, waar ziekteverwekkers niet tegen kunnen.
  • Urine spoelt de urinewegen schoon. Ook ziekteverwekkers worden weggespoeld met de urine.
  • Het slijm dat in de vagina wordt afgescheiden is licht zuur. Ziekteverwekkers komen door dit zure slijm minder goed het lichaam binnen.
  • Het lichaam heeft veel lichaamseigen bacteriën. Deze bacteriën zijn niet schadelijk, maar helpen zelfs mee met de afweer tegen ziekteverwekkers. Lichaamseigen bacteriën kunnen bepaalde stoffen uitscheiden die ‘vreemde bacteriën’ doodt.

Als ziekteverwekkers toch door de eerste afweerlinie komen, komen ze in het lichaam terecht. In het lichaam wacht de ziekteverwekkers een tweede aspecifieke verdediging.

 

Tweede afweerlinie

De tweede afweerlinie bestaat uit bloedcellen en eigen lichaamscellen die ziekteverwekkers tegen gaan.

  • Neutrofiele granulocyten: Neutrofiele granulocyten zijn witte bloedcellen. Deze witte bloedcellen zorgen ervoor dat het lichaam zo weinig mogelijk hinder ondervindt van indringers als bacteriën en virussen. Zij zorgen dat er antilichamen ofwel antigenen worden aangemaakt. Neutrofiele granulocyten gaan hierbij vaak zelf verloren. Antilichamen zijn eiwitten die schadelijke stoffen zoals bacteriën en virussen voor een groot deel onschadelijk maken.
  • Macrofagen: Macrofagen zijn ook witte bloedcellen. Macrofagen omsluiten de ziekteverwekkers, zodat de ziekteverwekkers vervolgens dood gaan. Macrofagen gaan zelf niet dood bij het opruimen van ziekteverwekkers.
  • Eosinofiele granulocyten: Eosinofiele granulocyten zijn witte bloedcellen die cel afbrekende enzymen bevatten. Een enzym is een eiwit dat een bepaalde reactie in het lichaam kan versnellen. Eosinofiele granulocyten bedekken de indringer aan de buitenkant en laten vervolgens de enzymen los. De ziekteverwekker wordt zo uitgeschakeld.
  • Killercellen: Killercellen zijn witte bloedcellen die gek genoeg niet de ziekteverwekker doden. Killercellen doden de lichaamscellen die al geïnfecteerd zijn door de ziekteverwekker. Ook afwijkende lichaamscellen worden door de killercellen opgeruimd. Afwijkende lichaamscellen kunnen uitgroeien tot tumorcellen. Killercellen breken de ‘slechte’ cel open, waardoor deze wordt vernietigd.
  • Complementsysteem: Het complementsysteem is een groep eiwitten. Het complementsysteem wordt bij een besmetting actief. Het complementsysteem kan onder andere signalen afgeven waar macrofagen op af komen. De macrofagen ruimen de ziekteverwekkers op.
  • Interferonen: Interferonen zijn eiwitten. Interferonen worden door lichaamscellen geproduceerd. De productie van interferonen vindt echter pas plaats wanneer de lichaamscellen zijn geïnfecteerd door virussen. Interferonen zijn een soort alarmstoffen. Door middel van interferonen worden nabij gelegen cellen op de hoogte gesteld van het gevaar. De nabij gelegen cellen gaan vervolgens specifieke eiwitten produceren. Deze eiwitten beschermen lichaamscellen tegen het virus door het afweersysteem te stimuleren.

 

Derde afweerlinie: Het immuunsysteem

Het is goed mogelijk dat de tweede afweerlinie niet sterk genoeg is om de ziekteverwekker tegen te houden. Het lichaam schakelt dan de derde afweerlinie in. De derde afweerlinie valt onder de specifieke afweer. Het immuunsysteem wordt actief als er een onbekende stof het lichaam is binnengedrongen. Na contact met een ziekteverwekker ontwikkelt het immuunsysteem een specifieke afweer. Het lichaam is dankzij deze specifieke afweer onvatbaar voor eerder doorgemaakte infecties. Een ander woord voor onvatbaarheid is immuniteit. De werking van het immuunsysteem omvat verschillende stappen.

  • Het immuunsysteem komt in actie wanneer er antigenen aanwezig zijn in het lichaam. Antigenen zijn stoffen die het immuunsysteem uitlokken een afweerreactie te geven. Antigenen zitten aan de buitenkant van de lichaamsvreemde cel. Het immuunsysteem kan een vreemde cel herkennen aan het antigeen.
  • De reactie van het immuunsysteem op een antigeen bestaat uit het maken van antistoffen. Antistoffen worden ook wel immunoglobulinen genoemd. De geproduceerde antistoffen richten zich op een specifiek antigeen. Het antigeen wordt uitgeschakeld door de antistoffen.
  • Het immuunsysteem onthoudt welke antigenen het heeft uitgeschakeld. Wanneer eenzelfde antigeen het lichaam binnendringt, komt de afweer sneller op gang.

 

Een leerzame video over het immuunsysteem zijn we voor u op YouTube tegengekomen.

immuunsysteemafweerlinieziekteverwekkersvirussenbacteriëncellenverdedigingssysteemaspecifieke afweerspecifieke afweerhuidslijmvliezenbloedcellenmacrofagenwitte bloedcellenkillercelleneiwittenantigenenafweerreactieantistoffenimmunisatiegriepaidshiv-virusverkoudheidontstekingvoedselinfectievoedselvergiftigingbesmetpfeiffer

Tijdens het leven bouwt men immuniteit op voor allerlei ziekteverwekkers. Bij immunisatie wordt de mens een handje geholpen bij het verkrijgen van immuniteit. Immunisatie is bijvoorbeeld het krijgen van een vaccinatie.

Een vaccinatie is een actieve immunisatie. Dit wil zeggen dat er een verzwakte ziekteverwekker in het lichaam wordt gebracht. Het immuunsysteem wordt geactiveerd en het lichaam bouw immuniteit op. Als men nogmaals in aanraking komt met de ziekteverwekkers wordt het lichaam niet ziek en kan het lichaam de ziekteverwekker bestrijden.

Bij een passieve immunisatie worden de antistoffen zelf in het lichaam gebracht. De antistoffen ruimen de antigenen op. Bij passieve immunisatie wordt er geen immuniteit ontwikkeld. Passieve immunisatie kan besmetting voorkomen of voor een snellere genezing zorgen. Passieve immunisatie biedt onmiddellijke bescherming. Na enkele maanden zijn de antistoffen weer uit het lichaam verdwenen. Omdat passieve immunisatie direct bescherming biedt, kan het gebruikt worden bij bijvoorbeeld een slangenbeet. Passieve immunisatie wordt ook gebruikt wanneer iemand een grote kans heeft op ernstige complicaties na een infectie. Bijvoorbeeld een ouder persoon met een verzwakt immuunsysteem.

 

Klachten 

Wanneer een ziekteverwekker toch het lichaam binnen weet te dringen, kan men ziek worden. Als het virus bij een persoon binnen is gekomen, zal het lichaam proberen het virus te bestrijden. Bij een sterk immuunsysteem kan het lichaam het virus tegenhouden. De ziekteverschijnselen zullen dan niet doorzetten. Personen met een lagere weerstand zijn vatbaarder voor virussen en zullen eerder besmet raken. Na besmetting met een virus duurt het enkele dagen voordat er klachten ontstaan. De tijd van besmetting tot de eerste symptomen heet incubatietijd. Als het lichaam het virus niet kan bestrijden zal het virus zich in de incubatietijd gaan vermenigvuldigen. Zodra er ziekteverschijnselen voelbaar zijn, verergeren de klachten. Veel voorkomende ziekten die met het immuunsysteem te maken hebben, worden nader toegelicht.

 

Griep

Griep wordt ook wel influenza genoemd. Dit komt omdat griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Als het influenzavirus een lichaam binnendringt, zal het zich gaan vermenigvuldigen. Op dat moment is er sprake van een infectie. Het influenzavirus wordt snel van persoon op persoon overgedragen. Omdat dit verspreiden makkelijk gaat, kan het griepvirus “heersen”. Het griepvirus wordt door kleine speeksel- of snotdruppeltjes overgedragen. Deze druppeltjes zijn erg besmettelijk. Hier is dan ook maar een kleine hoeveelheid voor nodig. De overdracht gebeurt door niezen, praten of hoesten door een geïnfecteerd persoon. Het virus hoeft dus niet altijd overgedragen te worden doordat de drager van het virus dicht bij is. Als deze persoon niest in bepaalde ruimtes kan dit later voor een infectie zorgen bij iemand anders. Het virus kan tot wel enkele uren in ruimtes actief blijven. Er zijn veel verschillende soorten griepvirussen. Het lichaam kan zichzelf immuun maken voor bepaalde griepvirussen waar het mee te maken heeft gehad. Er zijn echter nog veel meer griepvirussen, waardoor een mens meerdere keren in het leven griep kan krijgen.

 

Aids

Aids is een ziekte die wordt veroorzaakt door het hiv-virus. Het hiv-virus kan overgedragen worden door bloed, speeksel, sperma, vaginaal vocht en moedermelk. Wanneer er onveilig wordt omgegaan met bloed en sperma, is het risico het grootst op het overdragen van het hiv-virus. Aids zorgt ervoor dat het immuunsysteem zijn werk minder goed kan doen. Een persoon met aids is daarom kwetsbaarder voor ontstekingen en infecties dan een persoon zonder aids. Wanneer men een hiv-infectie heeft opgelopen, hoeft men dit niet meteen te merken. Er kunnen griepklachten ontstaan nadat men het hiv-virus heeft opgelopen. De griepklachten kunnen wel enkele jaren aanhouden. Na de griepverschijnselen kunnen er heftigere klachten optreden. Het immuunsysteem is dan al sterk afgezwakt. Het immuunsysteem beschermt het lichaam niet meer goed tegen ziekten die een ‘gezond’ persoon nooit of vrijwel nooit zal krijgen. Er wordt dan gesproken van aids.

 

Verkoudheid

Verkoudheid is een ontsteking van het slijmvlies in de neus, de bijholten en de keel. De bijholten zijn met lucht gevulde holten in de schedel. Middels een dun kanaaltje staan deze in verbinding met de neusholte. Het slijmvlies in de neus en keel is extra gevoelig. Daarom begint verkoudheid meestal in de neus en keel. In het neusslijmvlies zitten bloedvaten en slijmklieren. Het slijm dat de slijmklieren produceren, beschermt de luchtwegen tegen bacteriën en virussen. Normaal maken de slijmklieren genoeg slijm om de neus vochtig te houden. Door een bacterie of virus maken de slijmklieren meer slijm. Bovendien houden de bloedvaten in de neus tijdelijk bloed vast, waardoor het neusslijmvlies opzwelt. Veel slijm in de neus veroorzaakt snotteren. Verdikking van het slijmvlies in de neus veroorzaakt neusverstopping. Dit zijn twee veelvoorkomende verschijnselen bij verkoudheid.

Verkoudheid wordt veroorzaakt door een virus. Vaak is verkoudheid afkomstig van een rhino- of coronavirus. Er zijn echter honderden virussen die verkoudheid kunnen veroorzaken. Het virus kan via de lucht of door aanraking overgedragen worden. Het lichaam is extra vatbaar voor besmetting door een lage weerstand. Een ander woord voor weerstand is immuunsysteem of afweersysteem. Deze kan verslechteren door verkeerde voeding of oververmoeidheid. Ook kou, tocht en vocht kunnen de weerstand negatief beïnvloeden. Een lage weerstand geeft verkoudheid de kans. Verkoudheid verlaagt de weerstand nog eens. Bacteriën en andere virussen krijgen vrij spel. Een tweede besmetting zoals griep kan gemakkelijk ontstaan. Verkoudheid is besmettelijk vanaf het ontstaan van de eerste klachten. Na een verkoudheid is het lichaam immuun voor het virus dat de verkoudheid veroorzaakte. Dit houdt in dat je niet nogmaals door hetzelfde virus besmet kan raken. Iedere verkoudheid wordt dus veroorzaakt door een ander virus. Het lichaam kan dus nooit volledig immuun worden voor verkoudheid.

 

Voedselinfectie

Een voedselinfectie ontstaat door het innemen van eten en drinken dat besmet is met ziekteverwekkende bacteriën, parasieten of virussen. Slechte bacteriën kunnen ziekte veroorzaken. Als een voor het lichaam onbekende bacterie binnendringt, kan dit een ziekte veroorzaken. Op het moment dat bacteriën in de maag terecht komen, wordt een groot deel ervan door het maagzuur vernietigd. Helaas worden niet alle ziekmakende bacteriën door het maagzuur vernietigd. Hierdoor komen deze bacteriën in de darmen terecht en veroorzaken ziekte. Bacteriën kunnen zich aan de darmwand hechten en deze beschadigen. Als gevolg daarvan ontstaat er een infectie. Bij een voedselinfectie ontstaat er een ontsteking. Een ontsteking is een beschermende reactie van het lichaam op een schadelijke prikkel, dat gekenmerkt wordt door een rode, warme en pijnlijke zwelling. Bij een voedselinfectie ontstaat er een infectie in het gehele maag-darmkanaal. In het maagdarmkanaal wordt voedsel verwerkt, waarna het door het lichaam gebruikt kan worden. Parasieten leven op planten en dieren. Door het immuunsysteem van het lichaam leidt een besmetting met parasieten meestal niet tot een ziekte. De meeste parasieten worden al in de maag onschadelijk gemaakt. In een aantal gevallen dringt de parasiet verder het lichaam binnen en dan is er wel sprake van een infectie. Virussen zijn vooral bekend van griep en verkoudheid, maar ook een voedselinfectie kan door een virus komen. Soms dringt het virus het lichaam binnen. Vaak worden de virussen door het maagzuur vernietigd. Toch komt het soms voor dat deze het maagzuur kunnen overleven. Virussen gebruiken lichaamscellen in bijvoorbeeld de mens, om te kunnen overleven en zich te verdelen.

 

Voedselvergiftiging

Een voedselvergiftiging wordt door het innemen van giftige stoffen veroorzaakt. De giftige stoffen worden geproduceerd door bacteriën en schimmels. Deze gifstoffen kunnen nog lang op het voedsel blijven zitten, ook al zijn de bacteriën en schimmels niet meer aanwezig. Slechte bacteriën en de giftstoffen ervan kunnen ziekte veroorzaken. Schimmels zijn micro-organismen (hele kleine organismen), die bestaan uit rijen van cellen. Deze draden zien er vaak wollig uit en hebben verschillende kleuren. Sommige schimmels kunnen gifstoffen produceren (mycotoxines). Schimmels kunnen op drogere producten of in producten waarbij het water gebonden is groeien. Producten zoals brood en jam zullen eerder door schimmels bederven dan door bacteriën. Bovendien kunnen schimmels beter groeien bij lage temperatuur. Ook zijn schimmels bestand tegen zuur, bijvoorbeeld zuur in fruit. Bepaalde soorten schimmels die gifstoffen produceren, komen vooral voor op granen als tarwe, gerst, maïs, haver, rijst en rogge. Schimmels kunnen ook in noten, krenten en rozijnen gifstoffen produceren. Deze gifstoffen worden vooral gevormd als de temperatuur hoog is.

Voedselvergiftiging wordt vooral door de Staphylococcen veroorzaakt. De Staphylococcen nestelen zich bij mensen en dieren. Deze soort bacterie komt in het voedsel terecht via de lucht, door te niezen of via het handelen. De gifstof van de Staphylococcen is hitte resistent en kan alleen worden geproduceerd bij temperaturen vanaf de 10°C. Dit betekent dat deze bacterie bestand is tegen hogere temperaturen en niet door de warmte vernietigd wordt. Om een voedselvergiftiging te krijgen, moet er een bepaalde hoeveelheid gifstoffen in het maagdarmkanaal terecht komen. Hoe meer gifstoffen, hoe groter de kans op een voedselvergiftiging. De meeste gevallen van voedselvergiftiging ontstaan door onhygiënisch handelen. Een voedselvergiftiging kan op verschillende manieren ontstaan. Een voedselvergiftiging kan ontstaan omdat bijvoorbeeld de handen niet gewassen worden na een toiletbezoek. Vervolgens wordt het eten met ongewassen handen klaargemaakt. Bovendien kan een voedselvergiftiging ontstaan als op één snijplank zowel rauw vlees als groenten voor een salade gesneden worden.

 

Ziekte van Pfeiffer

De ziekte van Pfeiffer is een vermoeidheidsziekte die wordt veroorzaakt door het Epstein-Barr virus. Het Epstein-Barr virus kan via speeksel overgedragen worden. Men kan het virus oplopen door bijvoorbeeld te zoenen met iemand met de ziekte van Pfeiffer of door bestek van de ander te gebruiken. Het Epstein-Barr virus wordt over het algemeen alleen opgelopen als er sprake is van een lage weerstand. De ziekte van Pfeiffer begint meestal met koorts en keelpijn of keelontsteking. De eetlust kan afnemen en er kan huiduitslag ontstaan. Tevens krijgt men last van vermoeidheid. De vermoeidheid kan weken maar ook maanden aanhouden. Niet iedereen met de ziekte van Pfeiffer heeft last van vermoeidheid. Met behulp van een bloedonderzoek kan de ziekte van Pfeiffer worden vastgesteld.

 

Het immuunsysteem versterken

De gezondheid van het immuunsysteem is deels te beïnvloeden door een gezond leefpatroon. Andere factoren, zoals de leeftijd of een aangeboren ziekte, zijn niet te beïnvloeden. Gezond en gevarieerd eten is goed voor het lichaam en dus ook voor het immuunsysteem. Gezonde voeding kan het immuunsysteem ondersteunen. Een ongezond leefpatroon, zoals roken, veel fastfood, overmatig alcoholgebruik, drugsgebruik en extreme temperaturen kunnen het immuunsysteem doen verzwakken. Ook stress kan het immuunsysteem verzwakken, waardoor ziekteverwekkers het lichaam in weten te komen. Lichamelijke beweging houdt het immuunsysteem gezond en helpt het immuunsysteem zijn werk goed uit te voeren. Beweging bevordert de bloedomloop en het vermogen van cellen om bacteriën te doden. Overmatig sporten kan echter de werking van het immuunsysteem tijdelijk verlagen. Wanneer er te hard wordt gesport kan het lichaam schadelijke stoffen gaan produceren. Deze schadelijke stoffen worden ook wel vrije radicalen genoemd. Individueel helpen vrije radicalen om ziekteverwekkers te weren. Maar in grote hoeveelheden richten vrije radicalen juist schade aan. Deze schadelijke stoffen leggen een extra last op het immuunsysteem.

 

Onderzoek

  • Uit een onderzoek van de Ohio State University blijkt dat eenzaamheid waarschijnlijk een slechte invloed heeft op het immuunsysteem. Eenzame mensen blijken vaker last te hebben van een virus of ontstekingsreactie dan mensen die niet eenzaam zijn. Ontstekingsreacties kunnen op hun beurt het risico op bijvoorbeeld hart- en vaatziekten verhogen.
  • Onderzoek van de Ohio State University heeft aangetoond dat zink het immuunsysteem kan kalmeren als deze ontspoord raakt. Ontsporing van het immuunsysteem gebeurt bijvoorbeeld bij mensen met bloedvergiftiging. Het slikken van zink kan het immuunsysteem kalmeren. Aan het begin van een verkoudheid kan extra zink ervoor zorgen dat de symptomen beperkt blijven.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken en producten, betreffende het immuumsysteem, voor u tegengekomen:

  • Het immuunsysteem. Auteurs Lorna R. Vanderhaeghe & J.D. Bouic, Nederlands, 276 pagina's.  In dit boek komt u te weten hoe u door de juiste voeding, vitaminen en mineralen in combinatie met een gezonde levensstijl uw natuurlijke weerstand kunt onderhouden en versterken.
  • Versterk Uw Immuun Systeem. Auteur Mary Dolan, Nederlands, 319 pagina's. U leest welke vitamines, mineralen en sporenelementen u nodig hebt en waarom; waaruit een gezonder eetpatroon bestaat; wat voor een belangrijke rol een goede nachtrust speelt; hoe u allergieën kunt voorkomen.
  • Echinacea Extra Forte, tabletten. Ondersteunt, volgens de fabrikant, het immuunsysteem en heeft een verzachtende invloed op de luchtwegen.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top