Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Short bowel syndroom (kortedarmsyndroom)

Een korte darm kan er voor zorgen dat er onvoldoende voedingsstoffen opgenomen kunnen worden. Een gezonde en gevarieerde voeding is erg belangrijk.

Short bowel syndroom wordt ook wel kortedarmsyndroom genoemd. Dit kortedarmsyndroom wordt vaak afgekort tot korte darm. Zoals de naam doet vermoeden, is de darm, bij deze aandoening, te kort. Een korte darm is meestal het gevolg van een operatie. Bij een operatie wordt een deel van de darm verwijderd. Dit wordt ook wel een darmresectie genoemd. Het komt ook voor dat baby’s worden geboren met een te korte darm. Dit wordt een aanlegstoornis genoemd. Een aanlegstoornis kan overal in het lichaam voorkomen. Hiermee wordt bedoeld dat er vanaf de geboorte een orgaan of weefsel verkeerd is aangelegd.

Verschillende oorzaken kunnen aanleiding zijn voor het verwijderen van een deel van de darm. Vaak ligt er een ziekte aan ten grondslag. Bijvoorbeeld darmkanker of een ontsteking van de darm. Veel mensen met het kortedarmsyndroom lijden aan de ziekte van Crohn. De ziekte van Crohn valt onder IBD. Dit staat voor ‘Inflammatory Bowel Disease’, wat letterlijk ‘ontsteking darm ziekte’ betekent. IBD kenmerkt zich door ontstekingen in de darmen. Door een dergelijke ontsteking kan het noodzakelijk zijn om een deel van de darm operatief te verwijderen. Hierdoor wordt de darm korter gemaakt. Hoeveel mensen een korte darm hebben, is niet precies duidelijk. Ongeveer 67% van de IBD patiënten krijgt te maken met een operatie waarbij een deel van de darm wordt verwijderd. Overigens komt dit steeds minder voor. Verbeterde medicijnen kunnen de ontsteking in veel gevallen onderdrukken. Een operatie is dan gelukkig niet nodig.

De darmen zijn grofweg te onderscheiden in de dunne darm en de dikke darm. De darmen hebben als doel om voedingsstoffen uit voeding op te nemen. Een korte darm kan dit proces verstoren.

 

Het maagdarmkanaal

Het maagdarmkanaal loopt simpel gezegd; vanaf de mond tot de kont (de anus). Dit wordt ook wel het spijsverteringsstelsel genoemd. Dit kanaal heeft als doel om voedingsstoffen en vocht uit voeding en dranken op te nemen. Wanneer er iets gegeten wordt, gaat dit via de mond naar de slokdarm. Vanaf de mond begint de afbraak van voedingsstoffen door speeksel. De slokdarm loopt over in de maag. In kleine beetjes geeft de maag wat voedselbrij af aan de dunne darm. De voedselbrij is een papachtig voedingsmengsel in de maag. In de dunne darm begint de daadwerkelijke afbraak van voeding en opname van voedingsstoffen. De dunne darm is maar liefst vijf à zes meter lang. Door middel van peristaltiek beweegt de voedselbrij zich steeds verder door de darm. Peristaltiek is het samenknijpen van de darm in een vloeiende beweging. Nadat de voedselbrij de zes meter lange darm gepasseerd is, komt het in de dikke darm terecht. De dikke darm is een stuk minder lang en heeft voornamelijk als doel om vocht op te nemen. De dikke darm is ongeveer een meter lang en ligt als een omgekeerde U in de buik. Wanneer de ontlasting door de dikke darm heen is, komt het aan bij de endeldarm. Dit stuk darm fungeert als opslagplaats voor ontlasting. Wanneer er veel ontlasting in de endeldarm zit, krijgt iemand het gevoel “aandrang te hebben”. De ontlasting verlaat het lichaam via de anus.

 

Oorzaak

Verschillende oorzaken kunnen het operatief verwijderen van de dunne darm noodzakelijk maken. Wanneer een groot deel van de dunne darm verwijderd wordt, wordt er pas gesproken van het short bowel syndroom. Als er slechts twee meter over is van de oorspronkelijk vijf à zes meter lange dunne darm is er sprake van het kortedarmsyndroom. Oorzaken hiervoor zijn:

  • Ziekte van Crohn: Ontstekingen van het maagdarmkanaal komen bij de ziekte van Crohn in opvlammingen. Bij een opvlamming is de ontsteking actief. De ontsteking zit meestal in de dikke of de dunne darm. De ontsteking kan ook in andere delen van het maagdarmkanaal voorkomen, zoals de maag. Wanneer de ontsteking met medicijnen niet onderdrukt kan worden, kan een operatieve verwijdering van het ontstoken deel noodzakelijk zijn.
  • Een wond: De darm kan beschadigd raken door een ongeval. Denk bijvoorbeeld aan een auto-ongeluk of een steekwond. Het beschadigde deel wordt dan verwijderd.
  • Darmkanker: Kanker in de darm kan het noodzakelijk maken om een deel van de darm te verwijderen. Darmkanker zit meestal in de dikke darm. Met een operatie wordt een deel of de gehele dikke darm verwijderd. Er wordt pas gesproken van een korte darm als ook een groot deel van dunne darm verwijderd is. Aangezien dunne darmkanker weinig voorkomt, komt een korte darm door darmkanker weinig voor.
  • Een volvulus: Een volvulus is een draaiing van de darm. Het wordt ook wel een darmkronkel genoemd. Door een volvulus kan er geen ontlasting meer door de darm. Ook wordt de bloedtoevoer naar dit gedeelte van de darm afgesloten. Om een volvulus te verhelpen is een operatie meestal noodzakelijk. De darmkronkel wordt dan verwijderd. Een volvulus kan plotseling ontstaan.
  • Trombose in de darmslagader: Trombose is het ontstaan van een bloedstolsel in de bloedvaten. Een bloedstolsel wordt normaal alleen gevormd in geval van een bloeding of wond. Door stolling van het bloed kan de bloeding gestopt worden. Bij trombose wordt er een bloedstolsel in een bloedvat gevormd. Als dit bloedstolsel vast komt te zitten in een slagader kan er een hart- of herseninfarct ontstaan. Een bloedstolsel kan ook in een darmslagader vast komen te zitten. Een deel van de darm krijgt in dat geval geen bloed meer. Het sterft af en verliest daarmee zijn functie. Dit deel wordt daarna operatief verwijderd.
  • Necrotiserende enterocolitis: Dit is een aandoening aan de darmen bij te vroeg geboren baby’s. De darm raakt hierbij ontstoken en er kunnen gaatjes in de darm ontstaan. Omdat de baby te vroeg geboren is zijn de darmen nog onvoldoende in staat om voeding te verwerken. Dit zorgt voor een ontsteking. De ontsteking wordt vaak operatief verwijderd.

 

Gevolgen van het kortedarmsyndroom

De dunne darm heeft voornamelijk als functie om voedingsstoffen op te nemen. Als er een deel van deze darm verwijderd is, is de opname van voedingsstoffen verminderd. Belangrijke voedingsstoffen zoals vitaminen en mineralen gaan dan met de ontlasting verloren. Verminderde opname heet ook wel malabsorptie. Toch is de dunne darm in staat om zich aan te passen. Het deel van darm dat nog in tact is, gaat actiever werken. Ook gaat de dikke darm, die normaal alleen vocht en minderalen opneemt, functies van de dunne darm overnemen. Dit wordt adaptie genoemd. Het duurt echter maanden tot jaren totdat de adaptie optimaal is. Tot die tijd is de kans op tekorten aan bepaalde voedingsstoffen groot. De kans op tekorten is ook afhankelijk van de lengte van de darm. Hoe korter de darm is, hoe groter de kans op tekorten. Als de dunne darm langer dan twee meter is, treden er meestal na adaptie weinig problemen op.

Als er alleen een deel van de dikke darm verwijderd is, wordt er niet gesproken van het kortdarmsyndroom. Het kan wel voorkomen dat er zowel een deel van de dunne- als de dikke darm is verwijderd.

Alle problemen die ontstaan bij een korte darm, zijn het gevolg van onvoldoende opname van voedingsstoffen. Als iemand langdurig te weinig voedingsstoffen binnen krijgt, wordt er gesproken van ondervoeding. Problemen die in dat geval kunnen ontstaan zijn onder andere:

  • Gewichtsverlies: Doordat de darmen niet voldoende in staat zijn kilocalorieën op te nemen, treedt er gewichtsverlies op;
  • Vermoeidheid: Het onvermogen om voldoende voedingsstoffen op te nemen kan zorgen voor tekorten. Tekorten aan voedingsstoffen worden deficiënties genoemd. Verschillende deficiënties kunnen vermoeidheidsklachten veroorzaken. Bijvoorbeeld deficiënties aan bepaalde vitaminen;
  • Vettige diarree: Als de darm vet uit de voeding onvoldoende kan opnemen, wordt de ontlasting vettig. Dit zorgt voor vettige diarree;
  • Bloedarmoede: Door onvoldoende ijzer in het lichaam kan bloedarmoede ontstaan. IJzer is een belangrijk onderdeel van hemoglobine. Hemoglobine zorgt voor het transport van zuurstof in het bloed naar alle organen en weefsels. Bloedarmoede veroorzaakt klachten als vermoeidheid en kortademigheid;
  • Botontkalking: Botontkalking betekent dat het bot ontkalkt. Dit maakt botten brozer en breekbaarder. Botontkalking komt onder andere door een tekort aan calcium. Calcium zit voornamelijk in melkproducten. Calcium heeft namelijk een functie in de botten. Het zorgt onder andere voor stevigheid.
short bowel syndroomkortedarmsyndroomkorte darmdunne darmdikke darmvoedingsstoffenoperatieziekte van Crohncolitis ulcerosagewichtsverliessondevoedingdrinkvoedingTPV

Voeding en Short bowel syndroom

Mensen met het short bowel syndroom zullen altijd onder controle staan van een arts. Vaak is dit een internist of een maag-darm-leverarts. Door middel van onderzoek kan bepaald worden of er tekorten zijn aan voedingsstoffen. Dit wordt de voedingstoestand genoemd. De voedingstoestand wordt voornamelijk bepaald door middel van bloedonderzoek. In het bloed kan bijvoorbeeld gemeten worden hoeveel vitaminen er aanwezig zijn. Ook kan ontlasting worden onderzocht en wordt iemand regelmatig gewogen. Dit geeft een arts een goed beeld van de voedingstoestand. Een diëtist biedt daarbij begeleiding om de voedingstoestand te verbeteren.

Het is belangrijk om voldoende, gevarieerd en gezond te eten. Eventueel aangevuld met een multisupplement. Een multisupplement is een supplement met een grote variatie aan voedingsstoffen zoals vitaminen en mineralen. Aangezien er veel voedingsstoffen met de ontlasting verloren gaan, is meer eten dan gewoonlijk raadzaam. Toch kan dit lastig zijn. Met name omdat de meeste mensen met een korte darm een onderliggende ziekte hebben. Deze ziekte kan het door bijvoorbeeld misselijkheid onmogelijk maken om voldoende te eten.

 

Er bestaan enkele oplossingen om toch aan de benodigde voedingsstoffen te komen:

  1. Aangepaste voeding: Een aangepaste voeding betekent dat er op aan andere manier dan normaal wordt gegeten. Er dient op een bepaalde manier gegeten te worden, waardoor er bijvoorbeeld voldoende kilocalorieën, vitaminen en mineralen binnen komen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met dat iemand zich ziek kan voelen. Een diëtist kan een voeding samenstellen die hieraan voldoet. Als een aangepast voeding niet voldoende helpt, kan er gekozen worden voor een drinkvoeding;
  2. Drinkvoeding: Drinkvoeding is een aanvulling op normale voeding in de vorm van een drank. Deze is vaak rijk aan kilocalorieën, vitaminen en mineralen. Tegenwoordig bestaan er vele smaken en soorten. In sommige gevallen wordt een drinkvoeding gebruikt om een maaltijd te vervangen. Wanneer iemand onvoldoende in staat is om normale voeding binnen te krijgen, wordt in combinatie met drinkvoeding, een sondevoeding aangelegd;
  3. Sondevoeding: Sondevoeding is een vloeibare voeding die door middel van een slangetje in het lichaam wordt gebracht. Het slangetje gaat via de neus richting de maag. Op deze manier kan de vloeibare voeding het lichaam binnen komen, zonder dat iemand hoeft te eten. Ondanks dat veel mensen een sonde vervelend vinden, kan het een goede oplossing zijn. Wanneer sondevoeding onvoldoende in staat is te voorzien in de behoefte aan voedingsstoffen, is de enige oplossing TPV;
  4. TPV: Totaal Parenterale Voeding (TPV) is een voeding die niet door het maagdarmkanaal komt. Via een infuus komen voedingsstoffen direct in de bloedbaan. De voedingsstoffen zijn al volledig afgebroken.

 

Onderzoek

Een Engelse kinderchirurg heeft ontdekt dat een darm waarschijnlijk verlengd kan worden. Deze verlenging wordt de Bianchi techniek genoemd. Bianchi is de naam van de chirurg. Volgens deze theorie wordt een darm in de lengte door gesneden en dicht gehecht. De andere helft zou als verlenging kunnen werken.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top