Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Te snelle schildklier (hyperthyreoïdie)

Een snel werkende schildklier kan een gewichtsafname en tekorten aan voedingsstoffen tot gevolg hebben.

Schildklieraandoeningen komen de laatste tijd steeds vaker voor. Ongeveer 5% van de Nederlanders heeft een schildklieraandoening door verschillende oorzaken. Jaarlijks ontwikkelt zich bij 1 op de 100 mensen een schildklieraandoening. Bij een groot deel van de patiënten wordt echter niet de juiste diagnose gesteld. De bloedtesten die standaard worden gebruikt bij het vaststellen van afwijkingen van de schildklier, leveren resultaten op die vatbaar zijn voor meerdere interpretaties. Hierdoor bestaat de kans dat patiënten die met duidelijke symptomen of klachten bij de dokter aankloppen, te horen krijgen dat de uitslag van de bloedtest normaal is.

 

Functie van de schildklier

De schildklier (thyroïd) bevindt zich onderin aan de voorkant van de hals, vlak voor de luchtpijp. De schildklier heeft de vorm van een vlinder. Aan elke kant van de schildklier zit een ‘vleugel’. Die worden met elkaar verbonden door een dunne strook weefsel. De zenuwen die de stembanden aansturen liggen vlak achter de schildklier. De schildklier is meestal niet te zien of te voelen. Als de schildklier opzet, ontstaat er een zwelling in de hals. Dit wordt ook wel struma of krop genoemd.

De schildklier produceert belangrijke schildklierhormonen zoals T4, T3, T2, T1 en andere stoffen zoals Calcitonine. De T van het schildklierhormoon staat voor een stofje dat achterblijft uit het aminozuur Tyrosine. Tyrosine dient als bouwsteen voor het schildklierhormoon. Het cijfer achter de T staat voor het aantal jodium atomen dat gekoppeld is aan het schildklierhormoon. Het T4 hormoon bevat dus 4 jodium atomen en het T3 hormoon heeft er drie. Deze hormonen reguleren het metabolisme, beter bekend als stofwisseling. Stofwisseling is de wijze waarop het lichaam energie uit het voedsel haalt dat gegeten wordt.

Als de schildklier niet goed werkt, gebruikt het lichaam de energie langzamer of sneller dan zou moeten. Een te trage schildklier kan hierdoor onder andere voor een ongewenste gewichtstoename zorgen terwijl een te snelle schildklier gewichtsafname tot gevolg kan hebben. Verder zijn de schildklierhormonen noodzakelijk voor de groei en de ontwikkeling van het verstandelijk vermogen.

 

Risicofactoren

Er bestaan enkele factoren die het risico op het ontwikkelen van een schildklieraandoening kunnen vergroten. Deze zijn als volgt:

  • Geslacht: Vrouwen hebben gemiddeld zes tot acht keer meer kans een schildklieraandoening te ontwikkelen dan mannen. De oorzaak hiervan is niet wetenschappelijk bewezen. Er zijn aanwijzingen dat dit te maken heeft met de geslachtshormonen. Nader onderzoek is hiervoor nodig.
  • Leeftijd: Mensen die ouder zijn dan vijftig jaar hebben een groter risico op schildklieraandoeningen vanwege fysieke en lichamelijke achteruitgang.
  • Voorgeschiedenis: Een voorgeschiedenis van schildklieraandoeningen in de familie of bij de patiënt zelf verhoogt het risico. Bijvoorbeeld als er sprake was van schildklierproblemen tijdens of na de zwangerschap of als een direct familielid schildklieraandoeningen heeft (gehad).
  • Roken: Het ontwikkelen van een aandoening aan de schildklier wordt verhoogd door roken. Door het stoppen met roken kunnen de risico’s worden verminderd. Ook bij het behandelen van schildklieraandoeningen is het stoppen met roken nuttig. Daarnaast slaat de behandeling sneller aan.
  • Jodiuminname: Wanneer er onvoldoende of juist teveel jodium het lichaam binnen komt, wordt het risico op schildklierproblemen vergroot.
  • Behandeling en medicijnen: Bepaalde medische behandelingen en medicijnen vergroten het risico op het ontwikkelen van schildklierproblemen. Een voorbeeld is jodiumhoudende medicijnen.
  • Grote spanningen: Belangrijke gebeurtenissen als een sterfgeval of scheiding, of grote fysieke spanningen als een ongeluk, kunnen een afweerreactie tegen de schildklier activeren. Een auto-immuunziekte is in dat geval de oorzaak van de schildklieraandoening. Een auto-immuunziekte is een aandoening waarbij het immuunsysteem het eigen lichaamsweefsel aanvalt.

 

Er zijn verschillende soorten schildklieraandoeningen. De meest voorkomende schildklieraandoeningen zijn:

 

Te snelle schildklier

Bij een te snelle schildklier (hyperthyreoïdie) maakt de schildklier meer schildklierhormonen aan dan het lichaam nodig heeft. Hierdoor versnellen lichamelijke en geestelijke processen. Een te snelle schildklier komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Hoe ouder, hoe meer kans er is op het ontwikkelen van een te snelle schildklier. Meestal zijn de aandoeningen chronisch. Onder chronisch wordt bedoeld een ziekte die lange tijd voortduurt. Volgens de Schildklier Organisatie Nederland hebben minimaal 130.000 in Nederland in 2014 een te snelle schildklier.

 

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaken voor een te snelle schildklier zijn:

  • De ziekte van Graves: In ongeveer 70 tot 80% van de gevallen is de ziekte van Graves de veroorzaker van een te snelle schildklier. De ziekte van Graves is een zogenaamde auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem antistoffen aanmaakt. Antistoffen zijn stoffen die het afweersysteem aanmaakt om ziekteverwekkers te bestrijden. In het geval van de ziekte van Graves worden deze antistoffen niet aangemaakt tegen ziekteverwekkers, maar tegen schildkliercellen. In sommigen gevallen zwelt de schildklier (struma) op.
  • De ziekte van Plummer of Multinodale struma: In ongeveer 10% tot 15% van de gevallen is de ziekte van Plummer de veroorzaker. Bij deze ziekte ontstaan er in de schildklier goedaardige knobbels die veel schildklierhormonen maken.
  • Schildklierontsteking: Een schildklierontsteking kan ontstaan na een keelontsteking, na een bevalling, maar kan ook spontaan optreden. Een schildklierontsteking en de daarbij behorende klachten gaan bijna altijd vanzelf binnen één tot zes maanden zonder behandeling over.
  • Schildklier tumor: Schildklier tumor komt zelden voor en wordt gekenmerkt door één enkele knobbel op de schildklier.
  • Schade aan de schildklier: Schade aan de schildklier wordt veroorzaakt door een schildklieroperatie, vernietiging door radioactief jodium of bestraling van de hals.

 

Symptomen

Als gevolg van een te snel werkende schildklier kunnen de volgende klachten optreden:

  • diarree;
  • vermoeidheid;
  • gewichtsverlies;
  • geheugenzwakte;
  • snelle hartkloppingen;
  • menstruatiestoornissen;
  • gevoeligheid voor warmte;
  • krachtverlies in de spieren;
  • kortademigheid bij inspanning;
  • zenuwachtigheid en nervositeit;
  • psychische klachten als geïrriteerdheid en angst;
  • uitpuilende ogen (typisch voor de ziekte van Graves).
HyperthyroïdieSchildklierGravesSchildklierontstekingStrumaSchildklierhormonenJodiumGewichtsafnameHaaruitvalHartkloppingenBètablokkersSchildklierremmersVoeding

Diagnose

  • Bloedwaarden: Bij een te lage waarde van het TSH hormoon en een te hoge waarde van het vrije T4 hormoon wordt meteen gedacht aan een te snelle schildklier. De schildklier werkt dan heel hard. Het lichaam vindt het dus niet nodig om de schildklier te stimuleren. Daarom wordt er minder schildklier stimulerend hormoon (TSH) aangemaakt. Bij verdenking van de ziekte van Graves wordt vaak ook getest op antistoffen in het bloed. Om de exacte oorzaak van een te snelle schildklier te achterhalen is bijna altijd aanvullend onderzoek noodzakelijk.
  • Beeldvormend onderzoek: Beeldvormend onderzoek (onderzoek met behulp van beelden of scans van het lichaam) kan meer duidelijkheid verschaffen over de oorzaak van de schildklieraandoening, wanneer bloedonderzoek onvoldoende is.
  • Punctie: Om na te gaan of een zwelling van de schildklier eventueel kwaadaardig (zeldzaam) is, wordt met behulp van een punctie (holle naald) schildklierweefsel uit het lichaam gehaald. Vervolgens wordt op eventuele afwijkingen gecontroleerd.

 

Behandelmethoden

Om een te snelle schildklier te behandelen kan gekozen worden voor één van de behandelvormen. Het is afhankelijk van de persoon en aard van de schildklieraandoening, welke behandeling nodig is.

 

Tijdelijke behandelmethoden bij hyperthyroïdie:

  • Bètablokkers: Bètablokkers worden voorgeschreven tegen de hartkloppingen die mensen met een te snelle schildklier vaak hebben. Bètablokkers lossen schildklierproblemen niet op, maar helpen goed als symptoombestrijding.
  • Schildklier remmend middel: De behandeling van een te snelle schildklier met behulp van medicijnen is hetzelfde bij patiënten met of zonder oogklachten. De arts schrijft meestal een schildklier remmend middel voor om de schildklierfunctie af te remmen. 
  • Combinatietherapie: Aangezien een mens zonder schildklierhormoon niet kan functioneren, wordt na verloop van tijd door de arts naast de schildklier remmende middelen, schildklierhormoon voorgeschreven, de zogenaamde combinatietherapie. 

 

Definitieve behandelmethoden bij hyperthyroïdie:

Andere behandelvormen zijn definitief van aard. Dat wil zeggen dat de schildklier een gedeelte van of zijn hele functie verliest. Een definitieve behandeling heeft zijn voor- en nadelen. Door uitval van de schildklierfunctie kan het stofwisselingsgestel nog meer verzwakt raken. Dit is vanwege het feit dat daarna een kunstmatig hormonaal evenwicht in stand moet worden gehouden dat zich voor sommigen moeilijk laat reguleren. Anderzijds kan een langdurige moeilijk te onderdrukken te snelle schildklier ook slopend zijn. Er zal daarom een zorgvuldige afweging gemaakt dienen te worden door arts en patiënt.

 

De definitieve behandelvormen zijn:

  • De Slok: De medische term voor het radioactief jodium (RAJ) dat wordt toegepast ter definitieve behandeling van een te snelle schildklier bij de ziekte van Graves. Het J-131 wordt hierbij oraal toegediend middels een capsule die wordt ingenomen met een paar slokjes water (vroeger was het radio actief jodium ook in vloeibare vorm).
  • De schildklieroperatie: De schildklieroperatie is een alternatief voor de slok. Indien de struma groot is en er ook oogklachten ontstaan, kan er overwogen worden een operatie te ondergaan. Een dag na de operatie is de te snelle schildklier over. 

 

Vitamines en mineralen

Tekorten of juist een overmaat aan bepaalde vitamines en mineralen kunnen een afwijking aan de functie van de schildklier geven. De schildklier is afhankelijk van een aantal vitamines en mineralen. Deze voedingsstoffen zijn onmisbaar bij het onderhouden van de schildklier. Andersom kan een schildklieraandoening ook zorgen voor tekorten aan bepaalde vitamines en mineralen.

 

De belangrijkste tekorten aan vitamines en mineralen die aangevuld moeten worden bij schildklieraandoeningen zijn:

  • Vitamine A, ook wel retinol genoemd, is betrokken bij de weerstand. Vitamine A wordt daarom ook wel de anti-infectie vitamine genoemd. Daarnaast speelt deze vitamine een rol bij de groei, het gezichtsvermogen en de gezondheid van huid en tandvlees. Vitamine A is essentieel voor de omzetting van het hormoon T3 naar T4. Tekorten hieraan kunnen de lichamelijke toestand van de mens verminderen.
  • Vitamine B12 (cobalamine) maakt onderdeel uit van het vitamine B-complex en voorkomt een bepaalde vorm van bloedarmoede. Vitamine B12 is ook van belang voor een goede weerstand. Daarnaast speelt B12 een rol bij de vorming van gezonde rode bloedcellen, zorgt het voor een goede werking van het zenuwstelsel en draagt het bij aan de energievoorziening.
  • Vitamine D is belangrijk voor sterke botten en tanden en bevordert de opname van de mineralen calcium en fosfor in de botten. Vitamine D speelt ook een rol bij de instandhouding van de weerstand en bij een goede werking van de spieren. De belangrijkste bron van vitamine D is zonlicht. Vitamine D wordt onder invloed van zonlicht in de huid aangemaakt.
  • Selenium of Seleen heeft dezelfde werking als een antioxidant en gaat de vorming van schadelijke stoffen in het lichaam tegen. Een antioxidant is een molecuul dat schadelijke stoffen in het lichaam onschadelijk kan maken.
  • Zink is nodig bij de opbouw van eiwitten en daarmee voor de groei en vernieuwing van weefsel. Zink zorgt ook voor gezonde botten, haar en huid, en een goed geheugen. Daarnaast speelt dit mineraal een rol bij de opbouw en afbraak van koolhydraten. Zink is tevens betrokken bij de vorming van schildklierhormonen.
  • IJzer is een belangrijk bestanddeel van hemoglobine, een onderdeel van de rode bloedcellen. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof van de longen naar de weefsels. Zuurstof is nodig voor de verbranding van voedingsstoffen in de weefsels. Hierbij komt energie vrij. Daarnaast ondersteunt ijzer het immuunsysteem en draagt het bij aan onze energievoorziening.
  • Koper zorgt er voor dat ijzer wordt vastgelegd in hemoglobine, de rode kleurstof in ons bloed, en speelt zodoende een rol bij het zuurstoftransport in het lichaam. Ook is koper betrokken bij de pigmentatie van huid en haar en bij bindweefsel- en botvorming. Het mineraal koper is ook van belang voor een goede weerstand en draagt bij aan de energievoorziening van ons lichaam.
  • Magnesium is nodig voor de energiestofwisseling in het lichaam, de overdracht van zenuwprikkels en het goed functioneren van de spieren. Verder geeft het mineraal magnesium stevigheid aan het skelet en is het nodig voor de opbouw van spieren. Magnesium is ook essentieel bij het omzetten van het hormoon T3 naar T4.

 

Mineraal waarbij in het geval van een schildklieraandoening zowel een tekort als een overmaat moet worden voorkomen:

  • Jodium: Jodium is een mineraal dat nodig is voor de vorming van schildklierhormonen die belangrijk zijn voor de groei en de stofwisseling. Ook is jodium van belang voor het goed functioneren van het zenuwstelsel en ondersteunt dit mineraal de energievoorziening. Jodium komt voor in zeewater, in aarde en in drinkwater. In verschillende soorten groenten, melk- en melkproducten komt jodium ook voor. Een tekort en een teveel aan jodium kunnen beide schadelijk zijn voor het lichaam. Bij een normaal functionerende schildklier kan het lichaam een grote hoeveelheid jodium goed verdragen. Wanneer de schildklier onvoldoende functioneert, kan een teveel aan jodium echter zorgen voor een schildkliervergroting. Bij een tekort aan jodium kan ‘krop’ oftewel struma ontstaan.

 

Het is belangrijk om deze tekorten aan vitamines en mineralen aan te vullen met de voeding. Een diëtist (bijvoorbeeld van DietCetera) kan hierbij helpen.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken, betreffende een te snelle schildklier, voor u tegengekomen:

  • Mijn schildklier werkt niet goed en nu? Auteur Jan Willem Elte, Nederlands. De auteur is internist met specialisatie endocrinologie. Enkele compacte, goed geschreven hoofdstukken over de normale functie, over de verschillende afwijkingen, een overzicht van de beschikbare geneesmiddelen (Nederland èn België).
  • Ziekten van de schildklier. Auteurs R.I.S. Bayliss & W.M.G. Tunbridge, Nederlands, 163 pagina's. Een voor de patient zeer uitgebreid overzicht van alle aspecten van aandoeningen van de schildklier. Het knappe is dat het boek zeer volledig en zeer leesbaar is, voorzien is van illustraties, wetenschappelijk verantwoord is en dat alles binnen de omvang van een pocket!
  • Alles draait om je hormonen. Auteur Rineke Dijkinga, Nederlands, 408 pagina's. Hoe je hormoonsysteem werkt en waarom alles hierom draait. Het boek bevat ruim 100 recepten voor ontbijt, lunch, diner en tussendoor.
  • Natural Treatment Solutions for Hyperthyroidism and Graves' Disease. Auteur Eric Mark Osansky, Engels, 360 pagina's. Osansky discusses a natural treatment solution to get to the underlying cause of hyperthyroidism and Graves' Disease and to restore health naturally without use of radioactive iodine.
  • Living Well with Graves' Disease and Hyperthyroidism, e-BOOK. Shomon presents the reader with a comprehensive resource that spans from diagnosis to treatment to life after treatment.

 

Weten hoe?

Voor het voedingsdoel te snelle schildklier verlenen we geen diëtistendiensten.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist (zoals via DietCetera) of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top