Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Slokdarmkanker

Voor, tijdens en na de diagnose slokdarmkanker is voeding een belangrijk aspect. De leefstijl van iemand wordt geheel omgegooid.

Slokdarmkanker is een ziekte die in Nederland bij ongeveer 2.350 mensen per jaar wordt vastgesteld. Slokdarmkanker komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Bij vrouwen lijkt slokdarmkanker de laatste jaren toe te nemen. Vaak wordt de diagnose gesteld bij mensen die ouder zijn dan 50 jaar.

 

Wat is kanker?

Een ander woord voor kanker is ook wel carcinoom. Ieder lichaam is opgebouwd uit cellen. Al deze cellen worden continue vernieuwd of aangevuld. Om nieuwe cellen aan te maken, deelt een cel zich in tweeën. Normaal gesproken delen gezonde cellen zich wanneer dat nodig is. Dit gebeurt onder controle van allerlei processen in het lichaam. Dit gebeurt wanneer cellen toe zijn aan vernieuwing of herstel nodig hebben. Voor elk orgaan is dit weer anders. Alle kankersoorten worden gekenmerkt door een ontregelde, ongeremde deling van lichaamscellen. Het leidt een eigen leven. Voor meer informatie zie de voedingsdoelverdieping ‘Kanker’. 

 

De slokdarm

De slokdarm is een orgaan dat behoort in het maagdarmkanaal. Het maagdarmkanaal wordt ook wel het spijsverteringsstelsel genoemd. Het spijsverteringsstelsel zorgt ervoor dat het eten wordt verteerd. Het verteerde eten zorgt voor energie in het lichaam. Het maagdarmkanaal is een holle verbinding en loopt van de mond naar (populair gezegd) de kont. De slokdarm bevindt zich in het begin van het maagdarmkanaal, na de mond en de keel. De medische term van slokdarm is oesophagus. De oesophagus is een gespierde buis die ongeveer een lengte heeft van 30 centimeters. De buis loopt van de keel naar de maag toe. De functie van de slokdarm is om het eten te vervoeren naar de maag. De maag kan het eten vervolgens afbreken en verteren. De slokdarm ligt naast de luchtpijp en komt langs de longen. De luchtpijp en de longen zijn nodig om te kunnen ademen. Ook ligt de slokdarm door het middenrif heen. Het middenrif wordt ook wel diafragma genoemd. Het diafragma is een spier die tussen de maag, de buikorganen en de longen in ligt. Het diafragma helpt met het ademhalen. In het diafragma bevindt zich een opening die groot genoeg is voor de slokdarm. Bij de overgang van de slokdarm en de maag zit ook een spier. Deze spier wordt de sluitspier genoemd of wel sfincter. De sluitspier zorgt ervoor dat de zure maaginhoud niet omhoog komt.

De oesophagus (slokdarm) bestaat vooral uit spieren. De spieren zorgen ervoor dat het eten naar de maag worden geduwd. De ene spiergroep van de slokdarm ligt horizontaal en de andere spiergroep ligt verticaal. Doordat de spieren verschillend liggen, kan het eten gemakkelijk en doelbewust naar de maag geduwd worden. De beweging van de spieren beweegt, peristaltisch, als een golf. Van bovenaf trekken de spieren samen zodat het eten naar beneden wordt geduwd. De binnenkant van de slokdarm is bedekt met de zogenoemde plaveiselcellen. De cellen in de slokdarm maken een dunne slijmlaag. De slijmlaag zorgt ervoor dat het eten gemakkelijk door de slokdarm heen glijdt en dat het eten niet in de slokdarm blijft hangen. Om de slokdarm heen bevindt zich een laag van bindweefsel. Bindweefsel is de beschermingslaag van alle organen. Bindweefsel bevat tevens ook lymfeklieren.

 

Slokdarmkanker

Slokdarmkanker kan zich uiten in verschillende typen kanker. Het verschil komt door de oorsprong van de tumor. Met de oorsprong wordt bedoeld hoe de kanker zich heeft ontwikkeld in de cellen. De drie meest voorkomende typen zijn:

  • Plaveiselcarcinoom: Het plaveiselcarcinoom ontstaat bij de cellen binnenin de slokdarm. Het gedeelte dat in ‘contact’ staat met het eten dat langs komt. Het plaveiselcarcinoom ontstaat vrijwel altijd bovenin de slokdarm.
  • Adenocarcinoom: Het adenocarcinoom begint bij de slijmklieren van de slokdarm. Daarbij komt deze vorm vaak onderaan de slokdarm voor. Deze vorm van kanker komt vaak door de Barrett slokdarm. De Barrett slokdarm is een aandoening die veroorzaakt wordt door langdurige oprispingen. Oprispingen zijn periodes waarbij maagzuur omhoog komt in de slokdarm. Door het zuur uit de maag is de wand van de slokdarm dunner geworden en kunnen er ontstekingen ontstaan. Bij deze aandoening wordt het laatste deel van de slokdarm anders qua celvorm en -functie. De cellen gaan lijken op de cellen die voorkomen in de maag en darmen. De cellen in de slokdarm gaan door de oprispingen en ontstekingen reageren. Er vormt een extra slijmlaag tegen het maagzuur. Normaal gesproken is de slokdarm niet bestand tegen het maagzuur. Maar door de slijmlaag kan de slokdarm er beter tegen. Hoewel dit een groot voordeel kan hebben, zit er ook een nadeel aan. Ongeveer 0,5% van de mensen met een Barrett slokdarm hebben de kans om slokdarmkanker te ontwikkelen. De Barrett slokdarm is dus een risicofactor van slokdarmkanker. Hoewel veel mensen het niet zullen krijgen, zit er een kans in dat het wel kan gebeuren. Het is niet bekend waarom sommige mensen wel een Barrett slokdarm krijgen en andere mensen die niet krijgen.
  • Cardiatumor: Een cardiatumor is een tumor die eigenlijk ontstaat in de maag. Het wordt hier vermeld omdat het vaak in de overgang van de maag naar de slokdarm voorkomt. De cardia is het bovenste gedeelte van de maag. Het gedeelte dat het dichtbij de slokdarm ligt.

 

Symptomen

In een vroeg stadium van slokdarmkanker zijn meestal geen klachten en symptomen aanwezig. Na verloop van tijd komen de symptomen en klachten wel tot uiting. De klachten die vaak voorkomen zijn:

  • heesheid;
  • hikklachten: De hikklachten zijn vaak chronisch;
  • braken van bloed of bloed is bij het braken aanwezig;
  • duizeligheid en vermoeidheid door bloedverlies uit de tumor;
  • ontlasting: De ontlasting is teerachtig en zwart. Dit komt door bloedverlies uit de slokdarm. Het carcinoom kan gaan bloeden;
  • passage klachten: Met passage wordt de doorgang van het eten in de slokdarm bedoeld. Iemand heeft het gevoel dat het voedsel niet goed naar beneden zakt. Dit kan een pijnlijk gevoel zijn;
  • slikklachten: Iemand kan minder goed slikken. Er kan een gevoel ontstaan dat een prop in de weg zit. Dit gevoel kan over de gehele slokdarm plaatsvinden. Ook kan het slikken pijn doen. Doordat het eten niet goed passeert, en kan blijven steken of weer omhoog komen;
  • gewichtsverlies: Veel mensen met kanker verliezen gewicht, door dat het gezwel veel energie gebruikt van het lichaam. Vaak wordt er meer energie gebruikt, dan dat er via het eten binnen komt;
  • verminderde eetlust: Doordat slikken vaak pijn doet, kunnen sommige voedingsmiddelen gemeden worden. Vaak wordt hard eten vermeden omdat dit pijn doet in de slokdarm. In plaats van hard eten wordt vaak zacht eten gegeten. Door zachte voeding te eten, kunnen er tekorten optreden van bepaalde voedingsstoffen.

Als iemand (een aantal van) deze klachten heeft, hoeft het niet te betekenen dat iemand daadwerkelijk slokdarmkanker heeft. Wel is het verstandig om met de klachten naar de huisarts te gaan. De huisarts kan bepalen of iemand verder onderzoek nodig heeft.

 

Oorzaken

De exacte oorzaak van kanker is niet goed aan te wijzen. Zo ook niet bij slokdarmkanker. Uit onderzoek van het ziekenhuis uit Utrecht, 2012, blijkt dat ze een klein deel van de puzzel hebben opgelost. Uit het onderzoek blijkt dat een klein deel in het genetisch materiaal, DNA, van bepaalde misvorming heeft. Dit stukje misvormende genetisch materiaal wordt ook mutatie genoemd. Een mutatie kan de slokdarmkanker teweeg brengen. DNA bevat genetisch materiaal. Het genetisch materiaal uit zich in bruin haar, of blauwe ogen. Wel zijn een aantal risicofactoren bekend. Deze risicofactoren verhogen de kans op het ontstaan en krijgen van slokdarmkanker.

  • leeftijd: Vaak wordt slokdarmkanker gediagnosticeerd bij oudere mensen. Vaak vallen deze mensen in de leeftijdscategorie 50-70 jaar. Het komt zelden voor dat een jonger iemand wordt gediagnosticeerd met slokdarmkanker;
  • roken: Rokers hebben een hogere kans op het krijgen van slokdarmkanker. Ook hiervan is het onbekend hoe het ontstaat;
  • sekse: Slokdarmkanker komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen. Het is onduidelijk wat hier voor de reden is;
  • alcohol: Alcohol vergroot de kans op slokdarmkanker;
  • barretts slokdarm;
  • overgewicht.

 

Diagnose 

Iemand die vermoed dat er sprake is van slokdarmklachten, zal naar de huisarts gaan. De huisarts kan beoordelen aan de hand van de klachten of verder onderzoek nodig is. Door vragen te stellen over de klachten en symptomen, kan de huisarts eventueel verder onderzoek aanvragen:

  • Bloedonderzoek: Door bloed af te nemen van de patiënt, kan de huisarts zien hoe de algemene conditie is. Ook kan de huisarts zien of er sprake is van bloedarmoede. Bloedarmoede betekent dat iemand te weinig of verminderd werkende rode bloedcellen heeft. Bloedarmoede kan ontstaan door te veel bloedverlies, in dit geval via de slokdarm. Met bloedonderzoek kan  niet gezegd worden of iemand kanker heeft of niet.
  • Kijkonderzoek: Bij een kijkonderzoek zal de arts met een flexibele slang, een endoscoop, kijken in de slokdarm. Ook kan de arts naar de maag kijken via een gastroscopie. Tijdens dit onderzoek dient de patiënt nuchter te zijn. Met nuchter wordt bedoeld dat iemand 24 uur van te voren niks heeft gegeten. Het is belangrijk om nuchter te zijn, zodat de arts goed en duidelijk beeld heeft van de slokdarm. Op de endoscopie zit een camera en lampje bevestigd. Dit zorgt ervoor dat de arts goed kan zien wat er zich in de slokdarm bevindt. Bij het kijkonderzoek kan de arts ook andere slangen naar binnen brengen. Zo kan de arts een stukje slokdarm, weefsel afnemen. Een weefsel is een groep van dezelfde cellen met dezelfde functie. Een stukje weefsel afnemen wordt ook wel een biopsie genoemd. Het weefsel wordt voor nader onderzoek naar het laboratorium gebracht. In het laboratorium wordt er onderzocht of het betreffende weefsel benigne of maligne weefsel betreft.  Deze ingreep wordt vaak als vervelend en onaangenaam ervaren. De ingreep is ongevaarlijk. Mensen kunnen vragen om een roesje. Een roesje is iemand die (half) slaapt door het onderzoek. Met een roesje ervaart men de ingreep niet helemaal. Mensen met een roesje slapen half om de effecten van de slang niet goed te voelen. Wanneer de biopsie en het kijkonderzoek verontrustend zijn, kan de arts beslissen om verder te onderzoeken. Met een vervolgonderzoek is er bijna altijd sprake van kanker. De onderzoeken laten meer weten over het stadium van de kanker. Er kan gekeken worden of de slokdarmkanker al uitgezaaid is naar andere organen of waar het zich in de slokdarm bevindt. Daarnaast kan de arts bepalen welke behandeling het meest geschikt is.
  • Endo-echografie: De endo-echografie is een onderzoek dat veel lijkt op de endoscopie. Met een flexibele slang wordt een klein echo apparaat in de slokdarm gebracht. Het echo apparaat maakt foto’s door middel van de geluidsgolven van binnenuit de slokdarm. De arts kan nadat de foto’s zijn gemaakt, kijken hoe de slokdarm er van binnen eruit ziet.
  • CT scan: CT scan is een afkorting voor computertomografie scan. Bij deze scan worden röntgenstralen gebruikt. Door de stralen kunnen gedetailleerde foto’s van het lichaam gemaakt worden. In het geval van slokdarmkanker wordt de slokdarm en de maag in beeld gebracht. De radioloog, een arts gespecialiseerd in het bekijken naar röntgenfoto’s, bekijkt de foto’s. De radioloog kan tegen de behandeld arts zeggen wat het stadium van de kanker is. De CT scan duurt ongeveer tien tot twintig minuten. De scan is geheel pijnloos. Voor de scan wordt er contrastvloeistof toegediend. De contrastvloeistof is er voor bedoeld dat kankercellen beter in de foto naar voren komt. Door de vloeistof kan er goed worden gezien hoe groot de tumor is en waar deze zich bevindt. Daarnaast kan er ook gezien worden of er uitzaaiingen zijn. De foto’s die gemaakt worden zien eruit als dunne plakjes van de slokdarm. De foto’s zijn horizontaal gemaakt, van schouder tot schouder. Zo wordt de hele slokdarm in beeld gebracht voor de arts.
  • PET scan: PET is een afkorting voor Positron Emissie Tomografie. De PET scan is vergelijkbaar met de CT scan. De PET scan is ook pijnloos en wordt gebruik gemaakt van een vloeistof. De vloeistof die bij een PET scan wordt gebruikt, bevat een kleine hoeveelheid radioactief suiker. Het is een kleine hoeveelheid suiker en is op zich niet schadelijk voor het lichaam. Als iemand vaker en meer radioactief suiker heeft, zal dit op den duur wel schadelijk worden. De reden dat suiker wordt toegevoegd is vanwege de tumor. Tumoren hebben een hoger verbruik in suiker. De tumor zal meer van het radioactieve suiker gebruiken. Tijdens de scan worden deze suikers bekeken. Hierdoor kan de arts goed zien waar de tumor zich bevindt. De foto’s van de scan kunnen niet altijd de grootte van de tumor laten zien. Eveneens kan niet altijd goed bepaald worden of de tumor is uitgezaaid. Wanneer door middel van de foto’s er onduidelijkheden zijn, kunnen er meer onderzoeken worden uitgevoerd. Deze onderzoeken zouden meer kunnen zeggen over de tumorgrootte en eventuele uitzaaiingen. 
  • Bronchoscopie: Bronchoscopie is ook een onderzoek met een flexibele slang. Echter wordt er niet in de slokdarm of de maag gekeken, maar in de longen. Met de bronchoscopie wordt gekeken of de tumor zich heeft uitgezaaid naar de longen. De ingreep is niet pijnlijk, maar kan wel als onaangenaam worden ervaren. Een roesje helpt om de ingreep beter te ondergaan.
  • Kijkoperatie: Een ander woord voor kijkoperatie is ook wel een laparoscopie. Soms kan het stadium van slokdarm kanker alleen bepaald worden door een operatie. Hierbij zullen artsen de persoon in een operatiekamer open maken. Door te kijken naar de slokdarm, kunnen de artsen goed zien wat de situatie is. Bij een laparoscopie wordt niet de hele slokdarm blootgelegd. De artsen zullen met bepaalde apparaten kijken. Door een paar kleine sneetjes voor de apparaten wordt gekeken naar de slokdarm. De patiënt wordt dus niet opengemaakt en er ontstaat geen groot litteken. De apparaten die worden gebruikt zijn kijkinstrumenten.
slokdarmkankercarcinoomoesophagusmalignebenigneBarrett slokdarmdiarreedumpingsyndroommaagchemotherapieradiotherapieCT scanPET scanendoscopiescopiebiopsierefluxdiarreeoperatievoedingondervoedinggewichtsverlies

Behandeling

Aan de hand van alle bovenstaande onderzoeken kan er besproken worden wat de behandeling wordt. Een behandeling gebeurt eigenlijk alleen wanneer de arts vindt dat het goed behandelbaar is. De tumor kan verwijderd worden door een operatie. Als de tumor al te ver gevorderd is, kan er besloten worden om geen operatie uit te voeren. Dan zal de persoon behandeld worden met als doel pijn- en klachtverlichting. Een behandeling met pijn- en klachtverlichting wordt ook wel een palliatieve behandeling genoemd. Deze verlichting kan uit verschillende onderdelen bestaan. Het kan een bloedtransfusie zijn voor de bloedarmoede. Of medicijnen voor bijvoorbeeld hoofdpijn. Ook kan er gekozen worden voor chemotherapie of radiotherapie. Chemo- en radiotherapie wordt ook gebruikt wanneer de overlevingskans groot is.

 

Operatie

De arts kan beslissen of operatie noodzakelijk en gewenst is. Het kan mogelijk zijn dat de tumor al door de slokdarmwand heen is gegaan. De arts kan dan afzien van een operatie. Een operatie ligt geheel aan de locatie en de vordering van de tumorgroei. Een operatie wordt in 25% gevallen van slokdarmkanker uitgevoerd. Vaak wordt slokdarmkanker pas in een laat stadium ontdekt. In een laat stadium zijn de klachten pas duidelijk naar voren gekomen. Ook is er in een laat stadium een grotere kans dat de tumor is uitgezaaid. Hierdoor wordt er niet vaak gekozen voor een operatie. Wanneer de operatie wordt uitgevoerd wordt een buismaagoperatie uitgevoerd. Hierbij wordt de slokdarm met klieren en een deel van de maag verwijderd. De rest van de maag wordt gebruikt voor de verbinding tussen de mond en de rest van het maagdarmkanaal. De overgebleven maag wordt tot een buis gevormd. De maagbuis zorgt ervoor dat het eten naar de darmen kan. Mocht er niet genoeg maag meer over zijn, kan ervoor gekozen worden om een deel van de darmen te gebruiken. De darm wordt dan aan de slokdarm vastgemaakt.

 

Chemotherapie

In veel gevallen wordt er behandeld met chemotherapie. Chemotherapie wordt gebruikt als de tumorcellen in de lymfeklieren zijn gevonden. Zo wordt geprobeerd om te voorkomen dat de tumorcellen zich ergens anders gaan nestelen en weer gaan groeien. Chemotherapie bestaat uit giftige chemische stoffen die ervoor zorgen dat de tumorcellen zich niet meer kunnen delen en groeien. In de medische wereld wordt chemotherapie ook wel cytostatica gebruikt. In Nederland zijn 10 soorten chemotherapie beschikbaar. Aan de hand van de kankersoort en het stadium, maakt de arts een aangepast programma en dosering aan. Voor iedereen is dit anders. Ook reageert iedereen anders op chemotherapie.

 

Radiotherapie

Radiotherapie is een therapie waarbij gebruik gemaakt wordt van straling. Daarom wordt het ook wel bestraling genoemd. De straling zorgt ervoor dat de snelgroeiende tumorcellen worden geremd in het groeiproces. Hiermee wordt getracht de gezonde cellen zoveel mogelijk te mijden en te ontzien. Het behandelplan is bij iedere patiënt anders. Het behandelplan wordt door een heel team in het ziekenhuis samengesteld en gecontroleerd. Het is een eng idee dat straling het lichaam in komt. Het is echter een goed gecontroleerd proces waarbij gezonde cellen bijna niet worden aangetast. De gezonde cellen kunnen beter weer herstellen na een sessie straling. De tumorcellen delen veel sneller dan gezonde cellen. Het is lastiger voor de tumorcellen om van de beschadiging te herstellen en zullen afsterven.

 

Voeding en slokdarmkanker

Slokdarmkanker en voeding hebben veel met elkaar te maken. In een laat stadium van slokdarmkanker kan voedsel niet goed meer doorgeslikt worden. Doordat de tumor zich in de slokdarm bevindt, kan dit de doorgang naar de maag bemoeilijken. Door de tumor kunnen stukken eten niet goed doorgeslikt worden. Het doorslikken kan zelfs pijnlijk zijn. In een nog later stadium kan het zelfs zijn dat vloeibaar eten moeilijk doorgeslikt kan worden of pijnlijk is.

 

Ondervoeding

Veel mensen die gediagnosticeerd zijn met kanker, raken vele kilo’s gewicht kwijt. Afvallen gebeurt door een aantal factoren. De tumor zelf verbruikt veel energie. De tumor haalt de energie uit het lichaam. Hierdoor blijft er minder energie over voor het lichaam en de patiënt zal afvallen. Het is niet verstandig om minder te gaan eten. Bij slokdarmkanker is het mogelijk dat eten niet goed lukt door het gezwel. De rest van het lichaam heeft ook energie nodig. De energie wordt gebruikt voor allerlei processen in het lichaam om te blijven functioneren.

 

Voedingsproblemen met de behandeling

Door chemo- en radiotherapie is het mogelijk dat de smaak van eten verandert. Dit komt door de medicatie van chemotherapie en bij radiotherapie door de straling. Zo kan het zijn dat een stukje vlees voor de behandeling heerlijk was en tijdens de behandeling raar aanvoelt en niet meer smaakt. Toch is het belangrijk kom zoveel mogelijk gewoon proberen te eten. Misschien worden andere voedingsproducten nu lekker ervaren die eerst vies waren. Het is vervelend hoe mensen met therapie dit ervaren. De ene persoon heeft er meer last van dan de andere persoon. Het is belangrijk om te blijven proberen met verschillende voedingsproducten.

 

Kleinere maag

Wanneer iemand een maagbuisoperatie heeft gehad, heeft diegene een kleine maag. Door een kleine maag is de opslagcapaciteit hiervan verminderd. Doordat de opslagcapaciteit is verminderd, zal er minder voedsel gegeten kunnen worden. Dit kan lastig zijn voor sommige mensen. Andere zullen hier minder moeite mee hebben.

 

Dumpingsyndroom

Een verschijnsel dat ook vaak voorkomt bij een maagbuisoperatie is het dumpingsyndroom. Het eten van grote hoeveelheden komt sneller in het maagdarmkanaal terecht. Doordat de slokdarm mist en de maag kleiner is, is het moeilijker voor het lichaam om het eten te verteren. Voor nadere uitleg zie het voedingsdoel Dumpingsyndroom.

 

Vertraagde maagontlediging

Na de operatie kan er sprake zijn van een vertraagde maagontlediging. Een vertraagde maagontlediging komt door een kleinere maag. Bij een vertraagde maagontlediging wordt een vol gevoel ervaren. Een vertraagde maagontlediging kan zeer hinderlijk zijn. Het is verstandig om dit met de behandeld arts te bespreken. De arts kan eventueel medicatie hiervoor voorschrijven.

 

Diarree

Het eten kan door de verkleinde maag en kortere maagdarmkanaal moeilijk verteerd worden. Hierdoor wordt het eten minder goed verteerd. Doordat het eten slechter wordt verteerd, kan er diarree ontstaan. 

 

Brandend maagzuur

Brandend maagzuur wordt ook wel reflux of oprisping genoemd. Doordat de sluitspier mist door de operatie, kan maagzuur gemakkelijk opgeboerd worden. De functie van de sluitspier is weg. Brandend maagzuur kan zeer hinderlijk zijn in het dagelijks leven.

 

Onderzoek 

  • Chinese onderzoek zijn er achter gekomen dat er bepaalde genen zijn die helpen bij het ontstaan van slokdarmkanker. Genen zijn onderdeel van het DNA. Het DNA bevat al het genetisch materiaal van mensen, planten en dieren. Hierop staat wanneer iemand groot of klein wordt, maar ook welke haarkleur iemand heeft. Door deze ontwikkeling kan er in de toekomst waarschijnlijk een gerichte aanpak komen tegen slokdarmkanker.
  • Uit Italiaans onderzoek blijkt dat de oorzaak van slokdarmkanker door Barrett slokdarm nog altijd onduidelijk is. Er wordt nog altijd druk onderzocht of veranderingen in de cellen de oorzaak is. Of dat er een andere oorzaak is voor slokdarmkanker door Barrett slokdarm. 
  • Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd op het gebied van het behandelen van slokdarmkanker. Het is mogelijk dat chemotherapie en radiotherapie voorafgaand van de operatie de levensduur van de patiënt kan verbeteren. Echter spreken artsen elkaar tegen en twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze onderzoeken. Verder en beter onderzoek is nodig om te bepalen of therapie voorafgaand van de operatie nuttig is. 
  • Uit een klein onderzoek uit Amerika blijkt dat aardbeien een stof bevatten die kankerwerend zou zijn. Hoewel dit uit een klein onderzoek is gebleken, is het onverstandig om elke dag veel aardbeien te eten. Een groot gerandomiseerd onderzoek is nog nodig om de betrouwbaarheid van dit onderzoek te bevestigen. Een gevarieerde en gezonde voeding is altijd verstandig om te nuttigen.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken, betreffende slokdarmkanker, voor u tegengekomen:

  • Slokdarmkanker. Auteur Rolf Reefs, Nederlands, 299 pagina's. Gebaseerd op de persoonlijke ervaringen van Rolf, tijdens de diagnose, de behandeling, de operatie en de uiteindelijke herstelperiode van zijn vriend en levenspartner Jacques.
  • 100 Questions And Answers About Esophageal Cancer. Auteurs Pamela K. Ginex & Maureen Jingeleski, Engels, 185 pagina's. Gives you authoritative, practical answers to your questions about treatment options, post-treatment quality of life, sources of support, and much more.
  • 21st Century Adult Cancer Sourcebook: Esophageal Cancer (Cancer of the Esophagus) - Clinical Data for Patients, Families, and Physicians, e-BOOK.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top