Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Kanker

Kanker is grootste doodsoorzaak in Nederland. Het komt vooral voor bij ouderen, als gevolg van een verstoorde celdeling. Hiervoor liggen verschillende oorzaken ten grondslag.

Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende ziekten. Iedere kanker verschilt, zo ook het ontstaan van elke soort. Alle kankersoorten worden gekenmerkt door een ontregelde, ongeremde deling van lichaamscellen. Het volwassen lichaam bestaat uit vele miljarden cellen. Deze cellen vormen samen weefsels, spieren, organen, botten en een deel van het bloed. Cellen zijn niet zichtbaar met het blote oog en hebben meer dan honderd verschillende taken. Voortdurend worden er nieuwe cellen gemaakt ter vervanging van oude cellen, voor groei of herstel. Voor elke cel ligt vast wanneer deze aan vervanging toe is. Vervanging gebeurt automatisch door middel van celdeling. Hierbij maakt een oude cel een exacte kopie van zichzelf, waarbij de oude cel wordt vernietigt.

 

Bij de miljoenen celdelingen per dag gaat er wel eens iets mis. Een gen uit de kern van de cel zorgt gewoonlijk voor een gecontroleerde celdood (apoptose) en de celdeling. Met een celdood sterft de cel, dit gebeurt normaliter als de cel beschadigd of te oud is. Dat betekent het einde van een cel. Genen zitten in elke cel en vormen samen het DNA van de mens. DNA komt voor in elke cel en bevat de erfelijke eigenschappen van ons lichaam, zoals de bloedgroep en de kleur van de ogen. Door voortplanting worden de genen en dus het DNA doorgegeven aan het nageslacht. DNA schade kan voor ongeremde celdeling zorgen, de nuttige functie wordt dan niet meer vervuld. De foutjes komen vaker voor maar worden gewoonlijk door het lichaam vlug gerepareerd of de foute cel worden vernietigd. Wanneer dit niet of onvoldoende gebeurt, ontstaat er een ongeremde deling van lichaamscellen. Ongeremde ongecontroleerde celdeling uit zich in een gezwel of tumor. In de medische wereld ook wel nieuwvorming of carcinoom genoemd. Een gezwel in bijvoorbeeld de darm, wordt een poliep genoemd. Poliepen zijn meestal goedaardig, maar kunnen uitgroeien tot een kwaadaardig gezwel. Een verkeerd voedingspatroon kan het risico op kanker vergroten. Terwijl juist een gezond en gevarieerd voedingspatroon het risico op kanker kan verkleinen.

 

Vaak wordt kanker een ziekte van de moderne tijd, een welvaartsziekte genoemd. De welvaart zorgt wel voor meer ziektegevallen door ongezonde leefpatronen. Kanker is echter geen welvaartsziekte. Waarschijnlijk kwam kanker al miljoenen jaren geleden voor bij dinosauriërs, blijkt uit onderzoeken. Bij de mens waren het de oude Egyptenaren die begonnen met het beschrijven van symptomen die op kanker leken. Het woord kanker is pas later ontstaan, afkomstig van de Griekse arts Hippocrates. Hij leefde zo’n 25 eeuwen geleden. Hij beschreef al eerst gezwellen bij karkinos (kreeft) waar hij het heeft over karcinoma (kreeftgezwel). Later wordt dit via het Latijn, cancer en carcinoma, Engels voor kanker en carcinoom.

 

Voorkomen en cijfers

In tegenstelling tot vijftig jaar geleden is kanker nu minder vaak een dodelijke ziekte. Dat komt door nieuwe wetenschappelijke onderzoeken, medicijnen en behandelmethodes. Kanker komt vooral voor bij ouderen. Het vermogen om fouten in de celdeling te herstellen neemt af naarmate we ouder worden. Ruim 40% van alle mensen met kanker is 60 jaar en ouder.

Kanker is sinds kort de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. Na kanker zijn ziekten van het hart en vaatstelsel de grootste doodsoorzaak. Het aantal nieuwe kankerpatiënten neemt met 3% per jaar toe. Voor een groot deel komt dit door de stijgende levensverwachting en daarmee de stijgende vergrijzing. Als de stijgende vergrijzing niet mee gerekend wordt, is de stijging 1% per jaar. Dit komt voornamelijk door het groeiende overgewicht in Nederland.

De meest voorkomende soorten van kanker zijn bij mannen prostaatkanker, longkanker en darmkanker. Bij vrouwen zijn dat borstkanker, darmkanker en longkanker. Volgens cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) is het aantal nieuwe patiënten met kanker in de periode van het jaar 2000 tot 2010 met 36% toegenomen. Verwacht wordt dat blijft stijgen.

 

Goedaardig of kwaadaardig

Een gezwel kan zich goedaardig (benigne) of kwaadaardig (maligne) gedragen. Goedaardige gezwellen zorgen meestal niet voor problemen behalve als ze groeien en tegen omliggend weefsel of organen drukken. Goedaardige gezwellen dringen omliggend weefsel niet binnen. Bij kwaadaardige gezwellen gedragen de cellen zich zeer afwijkend. Kwaadaardige gezwellen kunnen omliggend weefsel wel binnen dringen. Het indringen van weefsels zorgt voor een gevaarlijke uitbreiding van tumoren. De uitbreiding wordt ook wel een uitzaaiing genoemd. Er wordt pas van kanker gesproken als het gaat om een kwaadaardige tumor. Een goedaardig gezwel kan kwaadaardig worden, zoals bij poliepen. Bij een goedaardig gezwel als een wrat of vetknobbel is dit vaak niet het geval. De goedaardige celdeling komt dan vaak tot stilstand. Een goedaardig gezwel is niet geheel ongevaarlijk als deze naast of in een gevaarlijke plek groeit zoals de hersenen of het hart.

Er gaan eigenlijk meerdere dingen fout als er een kankercel ontstaat. De cel deelt zich ongeremd en ontregelt, niet rekening houdend met zijn omgeving. De cel gaat niet tijdig dood, maar blijft leven en zich in slechte cellen delen. Kankercellen worden niet volwassen en specialiseren zich dus ook niet in een taak die ze zouden moeten uitvoeren. Ook blijven kankercellen niet op hun plaats, maar hebben de neiging zich te verplaatsen.

 

Uitzaaiingen

Een kankercel is een gevaarlijke, slimme cel. De kankercel kan zelf zorgen voor extra energie aanvoer om te groeien, in de vorm van zuurstof en voedingsstoffen. Bij een tekort aan zuurstof kan een kankercel zelfs bloedvaten in de buurt stimuleren om naar hem toe te groeien. Maligne tumoren kunnen voor uitzaaiing zorgen. Een ander woord voor uitzaaiing is metastase. Om uitzaaiing te voorkomen is het verstandig om snel te opereren. Dit kan uiteraard alleen bij ontdekking van de kanker. Bij een uitzaaiing raken kankercellen los van een kwaadaardig tumor. Deze losgeraakte cellen kunnen gemakkelijk verspreiden via de bloedbaan (hematogene metastasering) of de lymfebaan (lymfogene metastasering). Er kunnen dan op andere plekken kwaadaardige tumoren ontstaan. De bloedbaan houdt het hart- en vatenstelsel in, de lymfebaan is een soortgelijk, maar kleiner stelsel. Het lymfestelsel vervoert lymfevocht afkomstig uit de bloedvaten. Lymfevocht wordt gefilterd door lymfeklieren en is een belangrijk onderdeel van het afweerstelsel en de weefseldrainage van het lichaam. Een uitzaaiing kan dus voorkomen worden door tijdige ontdekking. Het kan ook zo zijn dat de kanker nog niet ontdekt is en aan het licht wordt gebracht door klachten na een uitzaaiing. Het verschilt per kanker en per persoon hoe vlug en waarheen kanker uitzaait.

Om de diagnose kanker te kunnen stellen is er onderzoek nodig. Bij een gezwel wordt er gekeken of deze benigne of maligne is. Vaak heeft de onderzoeker aanwijzingen over de plek van het gezwel.  Er kan op verschillende manieren onderzoek gedaan worden. Het komt vaak voor dat er onderzoeken in combinatie worden gedaan. De meest voorkomende manieren van onderzoek zijn:

  • Beeldvormend onderzoek: Dit is vaak de eerste stap om de diagnose te stellen. Afhankelijk van de verwachte plek en soort, wordt er een lichaamsscan uitgevoerd om de juiste vorm en plaats te bepalen. Er wordt een scan (CT, PET of MRI scan), röntgenfoto of echo gemaakt van het lichaam. Hier komt een foto of filmpje uit waarop het gezwel zichtbaar is.
  • Biopsie of punctie: Bij een punctie worden met een dunne naald enkele cellen opgezogen uit de verdachte plek. Deze cellen worden microscopisch beoordeelt. Bij een biopsie wordt er een stukje weefsel, een grotere groep cellen, weggenomen. Ook het weefsel wordt onder de microscoop bekeken. Er zijn verschillende manieren van een biopsie, dit afhankelijk van de plaats. Een biopt uit huidweefsel wordt anders uitgevoerd als een biopt uit borstweefsel, darmweefsel of een lymfeklier (lymfeknoop).
  • Bloedonderzoek of urineonderzoek: Hiermee kan geen diagnose gesteld worden, maar het kan wel voor aanwijzingen zorgen. Een bloedonderzoek kan aanwijzingen geven over kanker in het lichaam, dit is zeker het geval bij leukemie, ofwel bloedkanker. Het wordt vaker gedaan met als doel om informatie te krijgen over iemands conditie. Een urineonderzoek kan aanwijzingen geven over bepaalde soorten kanker zoals prostaat- nier- of blaaskanker. Deze organen zijn namelijk aangesloten op urinestelsel dat zorgt voor de urineaanmaak.

 

Wanneer de diagnose kanker gesteld is, wordt er verder gezocht naar mogelijke uitzaaiingen. Onderzoek naar kanker wordt onder andere uitgevoerd door de oncoloog. En oncoloog is iemand die is gespecialiseerd in de medische kennis en behandeling bij kanker. Vaak werkt de oncoloog samen met een team van gespecialiseerde mensen. Meestal wordt er een biopsie gedaan en een scan is nuttig om na te gaan of en hoe de tumor zich heeft uitgebreid en wat de samenhang is met het omliggende weefsel. Bij een uitzaaiing wordt de benaming gebruikt, daar waar het ontstaan is. Stel borstkanker is uitgezaaid naar de lever, dan heet dit geen leverkanker maar uitgezaaide borstkanker in de lever.

 

Symptomen

De symptomen die zich kunnen voordoen verschillen per persoon en per soort kanker en per stadium. Voorkomende klachten zijn pijn, plotseling gewichtsverlies, verminderde eetlust, moeheid en soms komt bloedverlies aan de orde. Het kan zijn dat er geen symptomen merkbaar zijn. Verandering van gezwellen die zichtbaar zijn, kunnen veranderen van grootte of kleur. Dit is een teken om de arts te bezoeken, wees alert op veranderingen. Schilferige plekjes op de huid, bobbeltjes op of onder de huid, verandering in de stoelgang, buikklachten, pijn bij het plassen, hoesten, nieuwe of veranderde pigmentvlekken (moedervlekken) kunnen ook symptomen zijn.

 

Stadium indeling

Met stadium indeling wordt de mate van uitbreiding van de maligne tumoren aangeduid. Dit wordt door een specialist vastgesteld door middel van onderzoek naar de plaats en grootte van de tumor, de mate van doorgroei in het omringende weefsel en de aanwezigheid van uitzaaiingen in lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam. Een vroeg stadiumkanker is gelokaliseerd, het ligt dus op één plek. Terwijl een gevorderde stadiumkanker verspreid kan zijn naar lymfeklieren en organen.

De meest voorkomende manieren van stadium indeling, ofwel classificatie, is de TNM classificatie. Bij de TNM staat de T staat voor tumor. Dit geeft aan hoe groot de tumor is. De N wordt gebruikt voor het Engelse woord Node. Hiermee wordt beschreven of de tumor aanwezig is in een lymfeklier, in de buurt van de tumor. De M van metastase (uitzaaiing) geeft aan of de tumor daadwerkelijk gemetastaseerd is. Hieronder een overzichtelijk schema met de uitleg van de TNM classificatie. 

TNM classificatie

Betekenis

T, 1-4

Dit laat de grootte van de oorspronkelijke tumor zien. Een hoger getal betekent een grotere tumor en vaak een slechtere prognose.

N, 0-3

Bij het cijfer 0 zijn er geen tumorcellen gevonden in de lymfeklieren om de tumor heen. Bij 1 tot 3 is dit wel het geval. Dit getal is daarom afhankelijk van de hoeveelheid geïnfecteerde lymfeklieren en de locatie van de tumor.

M 0/1

Bij 0 is dat er geen uitzaaiingen zijn gevonden in het lichaam. Bij 1 is dit wel het geval.

 

Oorzaken

De oorzaak verschilt per soort kanker. Vaak kunnen er geen duidelijke oorzaken van kanker worden aangewezen, maar is het een combinatie van factoren. Soms ontstaan kanker zonder reden. Kanker ontstaat niet opeens, het is vaak een proces van vele jaren. 55-plussers lopen een groter risico door verslechterde cel reparatie.

Daarnaast zijn er meer factoren die het risico kunnen verhogen:

  • Roken: Waarschijnlijk is roken verantwoordelijk voor 30% van de overledenen ten gevolge van kanker.
  • Ongezonde voeding met weinig groente en fruit: Waarschijnlijk is ongezonde voeding  verantwoordelijk voor 30% van de overledenen ten gevolge van kanker. Bij ongezonde voeding hoort ook het drinken van alcohol, dat een verhoogd risico geeft op het ontstaan van kanker.
  • Onvoldoende beweging zorgt voor overgewicht: Ernstig overgewicht wordt obesitas genoemd. Overgewicht en vooral obesitas verhogen de kans op het ontstaan van kanker. Voldoende lichaamsbeweging verlaagt de kans op het ontstaan van kanker, ongeacht het lichaamsgewicht.

 

Kleinere risicofactoren voor kanker:

  • Erfelijkheid: Genetische factoren zijn verantwoordelijk voor kanker bij zo’n 5% van de mensen met kanker. Bepaalde vormen van kanker kunnen vaker in de familie voorkomen.
  • Zonlicht: Te veel blootstelling aan straling uit zonlicht (UV). Ultraviolette straling van zonlicht is belangrijk voor de gezondheid, maar overdaad schaadt. Te veel Uv-straling verhoogt de kans op huidkanker.
  • Kankerverwekkende stoffen: Verschillende stoffen werken kankerverwekkend. Voorbeelden zijn asbest, benzeen, roet, arseen, en hardhoutstof.
  • Virussen en bacteriën: Verschillende bacteriën kunnen een rol spelen bij het ontstaan van ziekten zoals kanker. Dit is uit onderzoek gebleken, maar wil niet zeggen dat deze bacteriën altijd kanker veroorzaken. Virussen kunnen ook leiden tot een verhoogd risico op kanker.

De meeste risicofactoren vergroten de kans op kanker pas na langdurige blootstelling. Een risicofactor voor de ene soort kanker hoeft dat niet voor de andere soort te zijn.

 

Behandelingen

De behandeling en het verloop hangt af van het type kanker, het stadium en de conditie van de persoon. Als er kanker is vastgesteld, zullen er onderzoeken gedaan worden om de plaats en mogelijke uitzaaiing te bepalen.

De meest voorkomende methoden om kanker te behandelen zijn chemotherapie, radiotherapie, operatief verwijderen van de tumor en immunotherapie. Kanker kan op verschillende manieren behandeld worden. De keuze voor een bepaalde behandeling is onder andere afhankelijk van de ernst van de ziekte. In sommige gevallen wordt er gekozen voor een gecombineerde behandeling. Behandelingen bij kanker kunnen zijn:

  • Operatie: Bij een operatie wordt het weefsel verwijderd dat de kanker bevat. Dit komt veel voor bij bijvoorbeeld borstkanker. Een operatie waarbij slechts een deel in de borst wordt verwijderd, heet een borstsparende operatie. Een verwijdering van de borst heet een borstamputatie. Vaak wordt er verder onderzoek gedaan of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren. Wanneer kanker zich uitzaait, gebeurt dat soms richting de lymfeklieren. Door lymfeklieren in de buurt van de tumor te onderzoeken, kan vastgesteld worden of er eventueel sprake is van uitzaaiing. Lymfeklieren zorgen voor de afvoer van afvalstoffen uit lichaamscellen. Wanneer er uitzaaiing geconstateerd wordt in de lymfeklier(en), wordt deze klier verwijderd. Een dergelijke verwijdering wordt een lymfekliertoillet genoemd.
  • Chemotherapie: Bij een behandeling met chemotherapie worden de kankercellen gedood door chemische medicijnen. Helaas werken de medicijnen niet alleen op de kankercellen, maar ook op gezonde cellen. Dit zorgt ervoor dat er vaak veel bijwerkingen optreden die verderop in deze alinea beschreven staan. In de medische wereld wordt chemotherapie ook wel cytostatica genoemd. In Nederland zijn 10 soorten chemotherapie beschikbaar. Aan de hand van de kankersoort en het stadium, maakt de arts een aangepast programma aan. Voor iedereen is dit anders. Ook reageert iedereen anders op chemotherapie. Aan chemotherapie zitten veel haken en ogen. Om te kiezen voor chemotherapie dienen de eventuele consequenties goed begrepen te worden. De bijwerkingen van chemotherapie zijn vaak zichtbaar en zeer onprettig voor de patiënt.
kankerontregelde celdelingDNAHippocratesdoodsoorzaak nummer 1gezweltumorbenigemaligneuitzaaiinghematogene metastaseringlymfogene metastaseringstadium indelingrokenobesitasongezonde voedingonvoldoende lichaamsbewegingoperatiechemotherapieradiotherapiehormoontherapieimmunotherapieondervoedingvitaminesupplement

De chemotherapie is in principe giftig voor het lichaam en valt niet alleen de tumorcellen aan. Veel van de gezonde cellen worden ook aangevallen en gedood. Veel voorkomende bijwerkingen van chemotherapie zijn:

  • Misselijkheid: Misselijkheid kan voorkomen tijdens de behandeling met de chemo. Ook kan het nog enkele dagen na de chemotherapie optreden.
  • Smaakverandering: De cellen in de mond, maag en darmen worden ook aangetast. Hierdoor kunnen etenswaren en maaltijden anders smaken dan voor de chemotherapie. Een bittere smaak bij verschillende voedingsmiddelen zou overheersen.
  • Vermoeidheid: De stoffen die bij chemotherapie in het lichaam komen zijn schadelijk. Om die gifstoffen uit het lichaam te krijgen moet deze hard werken. Hierdoor zijn veel mensen vermoeider tijdens de therapie. Naast fysieke vermoeidheid kan het ook geestelijk zeer belastend zijn voor de patiënt. Vaak is de vermoeidheid al aanwezig voordat de behandeling is gestart omdat de groei van de tumor ook veel energie vraagt. Voor de patiënt kan de vermoeidheid beangstigend zijn. Het is daarom belangrijk om veel rust te nemen.
  • Bloedarmoede: Zoals hierboven uitgelegd is, worden ook gezonde cellen aangevallen en vernietigd. Hierbij horen ook de cellen in het bloed. Als er te  weinig cellen zitten, wordt dit bloedarmoede genoemd. Bloedarmoede heeft als symptomen onder andere: vermoeidheid, kortademigheid en duizeligheid.
  • Infecties: In het bloed zijn ook de cellen aanwezig die ervoor zorgen dat virussen en bacteriën onschadelijk gemaakt worden. Omdat de bloedcellen verminderen is de kans groter om ziek te worden van een virus of bacterie. Het is daarom verstandig om hygiënisch te werken, ook bij voedselbereiding.
  • Verstopping, diarree of gasvorming: Chemotherapie, maar ook de medicijnen tegen misselijkheid, kunnen zorgen voor diarree, gasvorming of verstoppingen van de darmen. Informeer uw behandelend arts als de diarree na 24 uur aanhoudt, of als het gepaard gaat met pijn en krampen. En bij verstopping is het verstandig om na drie dagen contact te zoeken.
  • Haaruitval: Door de cytostatica kan de groei van haren plotseling stoppen of geremd worden. Nadat de medicatie weer uit het lichaam is, zal de groei van haren weer toenemen. Wel is het een zwakke plek geworden. Het haar kan mogelijk makkelijker afbreken. Bij sommige cytostatica hoeft er geen sprake te zijn van haaruitval. Bovenstaande bijwerkingen zijn echter een klein deel van de mogelijke bijwerkingen van chemotherapie. Iedereen zal anders reageren op de behandeling en niet alles hoeft voor te komen. Er kan altijd om informatie bij de behandelend arts gevraagd worden.

 

Therapieën

  • Bestraling/radiotherapie: Deze behandeling heeft als doel om kankercellen lokaal te bestrijden. Dit wil zeggen dat het precies werkt op de plek van de tumor. Bestraling wordt vaak gedaan na een operatieve verwijdering om de kans op overgebleven kankercellen te verkleinen. Het behandelplan is bij iedere patiënt anders. Het behandelplan wordt door een heel team in het ziekenhuis samengesteld en gecontroleerd. Het is een eng idee dat straling het lichaam in komt. Het is echter een goed gecontroleerd proces waarbij gezonde cellen bijna niet worden aangetast. De gezonde cellen kunnen beter weer herstellen na een sessie met straling. De tumorcellen delen veel sneller dan gezonde cellen. Het is lastiger voor de tumorcellen om van de beschadiging te herstellen en zullen afsterven.
  • Hormoontherapie: Deze behandeling wordt altijd gegeven naast een andere behandelingsmethode zoals bestraling. Hormonen zijn stoffen in het lichaam die een regelfunctie hebben omdat ze chemische reactie kunnen aanzetten en afremmen. Sommige kankertumoren groeien sterk onder invloed van vrouwelijke hormonen zoals oestrogeen. Door de therapie worden deze hormonen onderdrukt. Op deze manier kan de groei van kankercellen worden tegengegaan.
  • Overige behandelingen:. Er zijn nog meer behandelmogelijkheden. Deze komen minder frequent voor en zijn soms specifiek bedoeld voor een bepaald type kanker. Ook zijn er experimentele behandelingen, deze zijn nieuw en worden nog bestudeerd. En er zijn alternatieve behandelingen voor het genezen van kanker.
  • Immunotherapie: Deze behandeling met medicijnen zorgt ervoor dat de lichamelijke afweerreactie tegen kankercellen wordt gestimuleerd.


Er zijn verschillende soorten immunotherapie:

  • Cytokinen zijn eiwitten die het lichaam helpen de kankercellen te vernietigen. Eiwitten in ons lichaam hebben een belangrijke functie als bouwstof van bijvoorbeeld spieren, organen en botten. Cytokinen stimuleren afweercellen om kankercellen te vernietigen. Het lichaam maakt in kleine mate ook cytokinen aan.
  • Vaccins stimuleren de aanmaak van eigen antistoffen Een vaccin is een middel dat het lichamelijke afweersysteem opwekt om antistoffen te maken, waardoor kankercellen vernietigd kunnen worden.
  • Monoklonale antilichamen zijn antistoffen die de kankercellen rechtstreeks aanvallen. Dit ook wel gerichte therapie (targeted therapy) genoemd. Omdat de therapie gebaseerd is op het blokkeren van bepaalde processen die zich binnen een kankercel afspelen. Bijvoorbeeld het delingsproces of het aantrekken van bloedvaten, worden zo (deels) geblokkeerd.

Vaak wordt een tumor operatief verwijderdt. Dit kan voldoende zijn om van de kanker af te komen. Om de kans op genezing zo groot mogelijk te maken, worden er meestal meerdere behandelingen ingezet. Vaak is dat een operatie met daarna chemotherapie of bestraling. Het aantal behandelingen en de duur ervan is afhankelijk van eventuele uitzaaiingen. Wanneer de behandeling erop gericht is geheel te genezen wordt er gesproken van een curatieve behandeling. Als een arts heeft aangegeven dat genezen van de ziekte niet meer lukt, wordt er vaak toch behandeld. Dit wordt dan gedaan om de kwaliteit van het leven te verbeteren en het leven te verlengen. Deze vorm van behandelen wordt palliatieve behandeling genoemd.

 

Voeding en kanker

Kanker ontstaat door een combinatie van factoren. Het is bekend dat een gezond gewicht en een gezonde voeding het risico op kanker verkleint. Echter geeft dit geen uitsluitsel. Ongezond eten en een te hoog lichaamsgewicht zorgen voor een verhoogd risico. Wanneer men kanker heeft, is gezonde voeding ook erg belangrijk voor een goed herstel. Iemand met kanker heeft gezonde voeding nodig voor een optimale voedingstoestand en het kunnen verrichten van fysieke activiteiten. Het is belangrijk dat de voeding voldoende energie (kilocalorieën) en een evenwichtige samenstelling bevat. Er zijn voldoende aanwijzingen dat een dieet of manipulatie met voedingsstoffen ook het herstel bij kanker kunnen stimuleren.

Het is erg lastig om te bepalen wat een persoon met kanker precies voor voeding nodig heeft. De behoefte is afhankelijk van leeftijd, geslacht, lichaamssamenstelling, lichaamsgewicht, fysieke activiteiten en fysieke stressfactoren zoals ziekte, koorts, infecties, behandeling en behandelingscomplicaties. Uiteraard kan er een algemeen advies gegeven worden voor het ondersteunen van het herstel bij kanker, in de zin van gezonde voeding.

Een bekend dieet dat zich richt op gezonde voeding en een gezonde leefwijze bij kanker, is het Moermandieet. Ook wel Moermantherapie of –methode genoemd. Hierbij staat gezonde voeding met extra vitamines en mineralen in de vorm voedingssupplementen centraal met enkele specifieke regels. Het is een verouderd dieet en door de wetenschap flink bekritiseerd. Het is namelijk ontworpen als behandelmethode tegen kanker. Gezonde voeding kan ondersteunen, maar niet op zichzelf voor genezing zorgen. Een ander soortgelijk dieet is het Houtsmullersdieet. 

 

Vitaminepillen

Het slikken van vitaminepillen is niet nodig bij een gezonde, gevarieerde voeding en een gezond bewegingspatroon. Dit is echter niet voor iedereen vanzelfsprekend. Ter voorkoming van, of als extra ondersteuning bij genezing van kanker, kan in een sommige gevallen een aanvullend vitaminepreparaat een klein positief effect hebben. Het soort vitamine verschilt per situatie en per kankersoort.

 

Ondervoeding

Veel mensen met kanker hebben moeite met eten. Oorzaken kunnen zijn, als bijwerking van medicatie of soms zorgt de plek van de tumor voor problemen. Bijvoorbeeld als de tumor in het mond- of keelgebied ligt. Maar ook kan een tumor in de darmen ervoor zorgen dat voedingsstoffen niet goed worden opgenomen. De kanker zelf verbruikt veel energie. Hierdoor heeft het lichaam een verhoogde behoefte aan energie. Het lichaam gebruikt de voedingsstoffen uit de voeding. Daarnaast gebruikt de kanker ook de reserves in het lichaam. Wanneer iemand met kanker niet aan die behoefte voldoet, zal diegene afvallen. Het is echter niet verstandig om minder te gaan eten. Sommige mensen denken dat minder eten helpt. Er wordt gedacht dat de kanker ook minder energie krijgt waardoor het sterft. Dit is echter niet correct. Het gezonde lichaam heeft ook energie nodig.

Het risico op ondervoeding is bij kanker dus verhoogd. Als men afvalt kan dit ook betekenen dat de conditie van het lichaam afneemt. Een gezonde conditie van het lichaam is juist belangrijk voor herstel van kanker. Ondervoeding zorgt dus voor een trager herstel, maar verhoogt ook de kans op complicaties tijdens of na de behandeling. Als er sprake is van onbedoeld gewichtsverlies, is het verstandig om dit te bespreken met de (huis)arts.

 

Het is ook mogelijk om ondervoed te raken bij overgewicht. Het lichaam valt dan teveel af, in een te korte tijd. Het is daarom verstandig om regelmatig op de weegschaal te staan. Vermoeidheid, pijnlijke- en/of uitstekende gewrichten kunnen ook een signaal van ondervoeding zijn. Bij ondervoeding is het mogelijk dat “gewoon” eten niet wenselijk is om verschillende redenen. Voldoende eten en drinken is echter wel belangrijk om op gezond gewicht te blijven of te komen. Er bestaat ook drinkbare voeding, drinkvoeding, die verrijkt is met extra energie (kcal). Drinkvoeding is gemakkelijker om in te nemen en speciaal ontworpen om ondergewicht tegen te gaan. Drinkvoeding kan geadviseerd worden door de arts of door de diëtist. Schroom niet om dit aan de arts of diëtist te vragen. Het is mogelijk om de voeding volledig te vervangen door drinkvoeding, maar het zal in eerste instantie ter aanvulling zijn van de reguliere voeding. Er zijn vele verschillende soorten drinkvoeding verkrijgbaar.

Naast drinkvoeding bestaan er ook andere aanvullende voedingen. Sondevoeding kan ook als aanvullende voeding gebruikt worden. Ook kan alleen sondevoeding gegeven worden, zonder de dagelijkse maaltijd. Alleen sondevoeding komt echter niet vaak voor bij kankerpatiënten. Sondevoeding is een voeding die rechtstreeks aan de maag of dunne darm wordt gegeven. Sondevoeding wordt middels een slangetje via de neus of de mond naar de maag of dunne darm gebracht. De sondevoeding is een vloeibare voeding, waarin alle voedingsstoffen zitten die nodig zijn voor het lichaam. Ook in sondevoeding zijn verschillende varianten verkrijgbaar. De ene variant bevat meer energie en de ander bevat meer eiwitten.

 

Chemotherapie

Zoals boven al werd uitgelegd, zijn er veel bijwerkingen van chemotherapie. Enkele hebben veel effect op de voeding. Misselijkheid, overgeven, smaakverandering en verminderde eetlust hebben allemaal effect op de voedsel inname. Wanneer iemand weinig eet, is de kans op ondervoeding groter. Daarnaast kunnen eventuele infecties minder goed bestreden worden. Dat er minder goed gegeten kan worden is zeer begrijpelijk. Daarom kan er aanvullende drinkvoeding of sondevoeding worden gegeven. Soms kunnen producten niet meer lekker gevonden worden. Een stukje biefstuk kan tegenstaan en geheel anders smaken. Zelfs water kan een hele andere smaak krijgen bij een kankerpatiënt. Het is belangrijk dat eten steeds opnieuw wordt geprobeerd. Probeer nieuwe dingen met eten. Wat voor de chemotherapie niet lekker was, kan nu wel lekker zijn.

 

Onderzoek

  • Voldoende lichaamsbeweging beschermt direct tegen borstkanker. Uit onderzoek blijkt dat een gezonde leefstijl met gezonde voeding het risico op kanker met een derde verkleint in vergelijking met seksegenoten die niet of nauwelijks in beweging komen. Mogelijk gaat dit effect ook op bij darmkanker en baarmoederhalskanker.
  • Voldoende beweging kan bij (ex-)kankerpatiënten bijdragen aan een verbetering van het lichamelijk en psychisch welzijn. 
  • Ook een gezond gewicht verlaagt het risico op verschillende vormen van kanker. Het is niet zeker te zeggen of afvallen een even gunstig effect heeft op het kankerrisico als het behoud van een gezond gewicht. Verschillende wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat ongezonde voeding het risico verhoogt op een aantal vormen van kanker. Dit zijn borstkanker, baarmoederkanker, nierkanker, slokdarmkanker, eierstokkanker, alvleesklierkanker, galblaaskanker en mogelijk ook prostaatkanker. Genoeg groente en fruit inname verkleint het risico op kanker van mond- en keelholte, slokdarm, maag en longen. Alcohol geheel vermijden verlaagt ook het risico op verschillende vormen van kanker.
  • Een grootschalig onderzoek laat zien dat de belangrijkste factor voor het tegengaan van kanker een gezond lichaamsgewicht is. Een gezond lichaamsgewicht gedurende het gehele leven kan bewerkstelligd worden door regelmatige fysieke activiteit en het verminderen van energie-dichte voedingsmiddelen en suikerrijke dranken. Andere belangrijke uitkomsten: Een dieet met veel plant georiënteerde voeding, weinig rood vlees (<500gram per dag), weinig zout eten en weinig voorbewerkt vlees verlaagt het risico op kanker.
  • Het veelvuldig eten van verbrand (zwart) vlees verhoogd de kans op darm- en alvleesklierkanker.
  • De invloed van een dagelijkse multivitaminenpil heeft volgens verschillende onderzoeken geen aangetoond effect op een verlaagd risico op het verkrijgen van kanker. Daarom worden voedingssupplementen niet geadviseerd voor kankerpreventie. Toch bleek uit een recent grootschalig langdurig Amerikaans onderzoek dat het wel degelijk effect kan hebben. Bijna vijftienduizend mannelijke artsen namen ruim 10 jaar een pil. De helft kreeg een vitaminepil, de andere helft, zonder te weten, een neppil (placebo). Op deze manier is bewezen dat de vitaminepil slikkers gemiddeld net iets minder vaak kanker kregen. Dit verschilde nog binnen het soort kanker. 
  • Binnen een kwaadaardige tumor zijn er waarschijnlijk vaak maar een aantal cellen verantwoordelijk voor de kwaadaardige groei. Dit worden kankerstamcellen genoemd. Niet alle cellen binnen de tumor zijn waarschijnlijk dus gelijkwaardig.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken, betreffende kanker, voor u tegengekomen:

  • Eten tegen kanker kookboek. Auteurs R. Beliveau & D. Gingras, Nederlands, 217 pagina's. Naast een overzicht van wetenschappelijke onderzoeken biedt dit boek een reflectie op de invloed die onze manier van leven en eten heeft op het risico van kanker te ontwikkelen. Bovendien bevat het talloze recepten die gebaseerd zijn op voedingsmiddelen met een geneeskrachtige werking.
  • Handboek kanker. Auteur Henk Fransen, Nederlands, 328 pagina's. Een handboek dat nauwelijks stelling kiest voor reguliere of alternatieve therapieën, maar op grond van onderzoek en ervaring beide benaderingen combineert om zo tot een compleet behandelplan te komen.
  • Kanker is geen ziekte, e-BOOK. Auteur Andreas Moritz, Nederlands. Volgens Andreas Moritz is kanker één van de laatste redmiddelen van je lichaam. Kanker ontstaat als gevolg van eerdere gezondheidsproblemen die niet opgelost zijn en het is het ultieme wapen tegen levensbedreigende crises. Het opruimen van deze problemen is absoluut noodzakelijk om uiteindelijk de genezing van lichaam, geest en ziel mogelijk te maken.
  • Het verzwegen verhaal over kanker. Auteur Brian S. Peskin, Nederlands, 544 pagina's. Alle vormen van kanker hebben volgens de schrijver een primaire oorzaak; een tekort aan zuurstof in de cel. Het boek staat vol (voedings-) adviezen om de cellen opnieuw van zuurstof te voorzien en om het lichaam in zijn geheel beter te laten functioneren; kanker is een probleem van het systeem.

 

Weten hoe?

Voor het voedingsdoel kanker verlenen we geen diëtistendiensten.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist (zoals via DietCetera) of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top