Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Bloedsomloop

Aandoeningen aan de bloedsomloop komen in Nederland veelvuldig voor. Ongezonde leefomstandigheden zijn vaak de oorzaak.

De bloedsomloop is het transportsysteem van het lichaam. Het bloed moet voortdurend stromen om zuurstof en voedingsstoffen naar organen en weefsels te transporteren. Ook zorgt het bloed voor het transport van verschillende afvalstoffen, water, lichaamswarmte, hormonen en beschermende stoffen. De bloedsomloop bestaat uit het bloed, het hart en de bloedvaten. Daarom wordt dit ook wel het hart- en vatenstelsel genoemd. Per minuut pompt een volwassen mannen hart zo’n 4 tot 5 liter bloed rond. Per dag komt dit neer op ongeveer zo’n 7.000 liter bloed dat het hart passeert. 

 

Het hart ligt tussen de twee longen in de borstkas, ook wel ribbenkast of thorax genoemd. De bloedvaten lopen als een netwerk door het hele lichaam. Het hart pompt bloed rond in de bloedvaten, door zich bij elke hartslag stevig samen te trekken en te ontspannen. Dit zorgt voor een bepaalde druk in het bloedvatenstelsel, de bloeddruk genaamd. Deze pompfunctie zorgt ervoor dat het bloed rond stroomt. Het bloed is nodig om allerlei stoffen op de juiste plaatsen in het lichaam te brengen. 

De belangrijkste stoffen zijn zuurstof, koolstofdioxide, vitamines, mineralen, glucose, aminozuren en vetzuren. Ook worden afvalstoffen zoals koolzuur (ook wel bekend als CO2), afgevoerd. Daarnaast is de bloedsomloop essentieel voor de vochthuishouding, groei en het lichamelijke afweersysteem. De bloedsomloop is een gesloten systeem, een kringloop. Bestaande uit slagaders met zuurstofrijk bloed en aders met zuurstofarm bloed, verbonden door haarvaten. Haarvaten zijn zeer dunne, kleine bloedvaten.

Het bloedvatenstelsel wordt ondersteund door een tweede vatenstelsel, het lymfatisch systeem. Lymfevaten van het lymfatisch systeem nemen een groot deel van het weefselvocht op. Weefselvocht bevindt zich tussen de weefsels en is nodig voor uitwisseling van diverse stoffen. Lymfevaten brengen het weefselvocht weer terug de bloedbaan in via een aansluiting op een grote ader. Het lymfatisch stelsel speelt ook een belangrijke rol bij de afweer van het lichaam.

 

Vroeger bestonden er veel misverstanden over de bloedsomloop. In de Middeleeuwen was er weinig over de bloedsomloop bekend. Het was in die tijd verboden om het menselijk lichaam te onderzoeken door middel van het snijden in overleden mensen. De Romeinse arts Claudius Galenus deed onderzoek bij gladiatoren. Daar ondervond hij dat zuurstofrijk bloed feller van kleur is dan zuurstofarm bloed. Dat klopt. Hij beschreef ook dat het hart het zuurstofrijke bloed zou maken en de lever het zuurstofarme bloed. En dat het bloed door het lichaam verteerd zou worden. Dat is niet juist. Later zijn er verschillende artsen geweest die uit nieuwsgierigheid onderzoek deden, ook al was het verboden. Zo was er de bekende onderzoeker en uitvinder Leonardo da Vinci, hij groef nachts meer dan 30 lichamen op om onderzoek te doen. In de 16e eeuw concludeerde hij voor het eerst dat het hart een sterke holle spier is. Hij maakte vele gedetailleerde tekeningen van het lichaam.

De Engelse arts William Harvey beschreef in 1628 voor het eerst de bloedsomloop zoals die nu bekend is. Dit onderzocht hij bij dieren en veronderstelde dat dit bij mensen ook gold. Hij berekende dat het bloed aanmaken door de lever en het hart vele honderden liters per dag zou moeten betekenen. Dit was onmogelijk omdat het veel meer energie, in de vorm van voeding, zou moeten kosten. Hij concludeerde dat deze theorie niet klopte maar dat het bloed circuleert in een gesloten systeem, een kringloop. Hij stond voor een probleem om aan te tonen dat sladaders in verbinding staan met aders, door haarvaten. Deze haarvaten zijn namelijk niet met het blote oog te zien. Door te experimenteren kon Harvey toch bewijzen dat zijn theorie klopte. Hij heeft nog jaren gewacht met het nieuws over zijn ontdekking, omdat hij bang was dat hij voor gek zou worden verklaard. Pas toen hij lijfarts werd van de Engelse koning bracht hij zijn boek met zijn bevindingen uit.

 

Bloed

Een volwassen man met een gemiddelde lichaamsbouw heeft ongeveer 5 liter bloed. Bloed bestaat voor 55% uit plasma. Plasma is voornamelijk water met een kleine hoeveelheid eiwitten, suikers, vetten, zouten, hormonen en vitaminen. De overige 45% zijn vaste bestandsdelen, dit zijn rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Deze 45% is onderverdeeld in:

  • 95,1% rode bloedcellen. Deze rode bloedcellen zijn gevuld met hemoglobine. Hemoglobine is een roodgekleurd eiwit. Rode bloedcellen worden ook wel erytrocyten genoemd. De belangrijkste functie van de rode bloedcellen is het transporteren van zuurstof door het lichaam. De zuurstof die via de longen het lichaam binnen komt, wordt door hemoglobine gebonden aan de rode bloedcellen. Deze bloedcellen zorgen ervoor dat alle organen worden voorzien van zuurstof. Organen en lichaamscellen hebben zuurstof nodig om te kunnen blijven functioneren.
  • 4,8% bloedplaatjes of trombocyten. Deze bloedplaatsjes zijn geen cellen maar stukjes van een cel. Ze zorgen ervoor dat wondjes dichtgaan en genezen. Wondjes gaan dicht omdat het bloed stolt en een korstje vormt. Bloedplaatjes zijn hier verantwoordelijk voor. Zij zorgen door enkele chemische reacties dat er een netwerk van fibrinedraden ontstaat, het zogenaamde korstje.
  • 0,1% witte bloedcellen of leukocyten. Deze witte bloedcellen zorgen ervoor dat het lichaam zo weinig mogelijk hinder ondervindt van indringers als bacteriën en virussen. Zij zorgen dat er antilichamen ofwel antigenen worden aangemaakt. De witte bloedcellen gaan hierbij vaak zelf verloren. Antilichamen zijn eiwitten die de schadelijke stoffen zoals bacteriën en virussen voor een groot deel onschadelijk maken. Er zijn vijf verschillende soorten witte bloedcellen, elk gespecificeerd in een andere indringer. Deze ‘witte soldaatjes’ spelen een belangrijke rol in het immuunsysteem, het afweersysteem van het lichaam.

 

Functies van het bloed

Bij gewervelde (er is een bottenstelstel aanwezig) dieren en de mens heeft het bloed vele functies zoals:

  • Bufferende werking: voor een constante werking van de lichaamscellen moet de zuurgraad van het bloed, weergegeven in pH, op een bepaald niveau blijven. Het bloed zorgt zelf, middels chemische reacties, voor dit evenwicht in zuurgraad. 
  • Transport: voedingsstoffen, zuurstof, hormonen en stollingsfactoren worden door het bloed, door het hele lichaam getransporteerd.
  • Bescherming: als er een gaatje in een bloedvat komt, worden stollingsfactoren in de vorm van fibrinedraden actief. Er treedt dan een proces op dat bloedstolling heet, hierdoor stopt het bloeden. Aan de buitenkant van het lichaam ontstaat er een korstje. Bij een beschadiging aan de binnenkant van het lichaam gebeurt dit niet. De fibrinedraden zorgen hier ook voor heling, maar drogen aan de binnenkant van het lichaam niet uit.
  • Afweer: het bloed bevat verdedigingsmiddelen tegen ziekten zoals antistoffen en leukocyten.
  • Vochthuishouding: een ingewikkeld maar belangrijk proces, want alle cellen hebben vocht nodig om te functioneren. Het bloed bestaat voor meer dan de helft uit vocht en zorgt zo voor de vochthuishouding.

 

Aanmaak bloedcellen 

Het binnenste van de botten, het zogenaamde rode beenmerg, produceert stamcellen. De stamcellen kunnen veranderen in de verschillende soorten cellen, zo ook in verschillende type bloedcellen. Deze bloedcellenproductie is enorm. Er worden ongeveer 350 miljoen bloedcellen (verdeeld in rood-, wit en bloedplaatjes) per minuut aangemaakt. Het aanmaaksysteem is erg ingewikkeld, er moeten precies genoeg bloedcellen aangemaakt worden. Zo zal dit aanmaaksysteem bij bijvoorbeeld bloedingen of infecties, de aanmaak automatisch aanpassen. Situatie afhankelijk, worden er dus meer of minder specifieke bloedcellen aangemaakt. 

 

Afbraak bloedcellen

Naast de aanmaak worden er ook bloedcellen in het lichaam afgebroken. Deels omdat de bloedcellen niet meer leven en deels om het evenwicht te herstellen. De milt en de lever zijn de voornaamste afbrekers van de bloedcellen. De milt is onderdeel van het lymfatisch systeem en ligt linksboven in de buikholte, richting de rug. De milt is een tussenstation in de bloedcirculatie. De lever is het grootste orgaan dat in het lichaam ligt, en bevindt zich rechtsboven in de buikholte. De lever heeft vele belangrijke functies, zoals het filteren van het bloed. Per minuut stroomt er bij een volwassen man ongeveer anderhalve liter bloed de lever binnen.

Witte bloedcellen leven maar enkele uren of dagen. Rode bloedplaatjes ongeveer acht tot tien dagen. Rode bloedcellen leven ongeveer vier maanden. De opbouw en afbraak moet in evenwicht zijn anders ontstaan er complicaties. Bloedarmoede is bijvoorbeeld een tekort aan rode bloedcellen. En een fout in het groeiproces bij de witte bloedcellen kan leiden tot leukemie. Leukemie is een vorm van kanker waarbij de celdeling van witte bloedcellen ontregelt is op een kwaadaardige manier.

 

Het hart

Het hart is ongeveer even groot als een vuist en het is een sterke holle spier in het lichaam. Het hartritme trekt in rust per minuut 60-80 keer samen. De pompfunctie zorgt door automatische elektrische schokjes dat het hart wel meer dan 100.000 keer per dag kan ‘kloppen’.  De bloedsomloop stroomt voortdurend en versnelt bij inspanning. Als het hart niet meer pompt, stopt ook de bloedomloop. Dan is reanimatie nodig om het hart te herstarten. Als dit niet lukt, komt de persoon te overlijden.

 

Het hart bestaat uit 2 helften gescheiden door een tussenwand. De helften bestaan elk uit 2 kamers, gescheiden door hartkleppen. Deze kamers heten de rechterboezem en rechterkamer, de linkerboezem en linkerkamer. Een boezem wordt ook wel een atrium genoemd en een kamer een ventrikel. Doormiddel van kleppen in het hart, kan het bloed maar 1 richting opstromen. Zuurstofarm bloed van aders uit het hele lichaam komt het hart binnen via het rechter atrium (rechterboezem) en daarna het rechter ventrikel (rechterkamer). Door samentrekking verlaat het bloed het hart weer door de longslagader. De longslagader vormt een uitzondering op de regel, want ondanks dat hij zuurstofarm bloed vervoert is het een slagader. Dit komt omdat aders die van het hart aflopen, slagaders zijn. De longslagader leidt het zuurstofarme bloed naar de longen. Het zuurstofarme bloed wordt de longen ingepompt waarna het in de longen wordt voorzien van zuurstof. Het zuurstofrijke bloed stroomt via de longader, die naar het hart toe loopt, terug het hart in. Eerst linkerboezem (linker atrium) in, dan de linkerkamer (linker ventrikel) en door samentrekking van het hart, uiteindelijk in de aorta. De aorta is de grote lichaamsslagader, die vanuit het hart langs de ruggengraat naar beneden loopt. Door verschillende vertakkingen stroomt het bloed door het hele lichaam. Via aders stroomt het bloed weer terug naar het hart om vervolgens door het hart opnieuw rondgepompt te worden. Daarom wordt er gesproken van een ‘bloedsomloop’. Het hart ligt in het midden van de borstkast, maar steekt uit naar de linkerkant. De linkerkant van het hart pompt harder, daardoor is de wand aan de linkerkant van het hart gespierder en dikker. 

 

Bloedvaten

De bloedvaten bestaan uit:

  • Slagaders (arteriën). Deze vervoeren zuurstofrijk bloed. Ze liggen dichter bij het hart en hebben een dikkere wand dan aders, om de hogere druk van het bloed op te vangen. Ze heten slagaders omdat ze door die dikke spierwand ook actief mee kunnen helpen om het bloed voort te stuwen. In slagaders is daarom een grotere druk te vinden als in aders. In de slagader in bijvoorbeeld de nek, of bij de pols, is te voelen dat deze door het hart, vaak meer dan 60 keer per minuut uitzet. 
    Zoals boven genoemd zijn er twee uitzonderingen. De longslagader vervoert weliswaar zuurstofarm bloed, maar loopt van het hart af. Daarom heet het een slagader. De longader met zuurstofrijk bloed, loopt naar het hart toe. Daarom heet het een ader. Het hart vraagt zelf veel voedingsstoffen en zuurstof. Om hier in te voorzien liggen er slagaders als een krans rond het hart, vandaar de naam kransslagaders.  
  • Aders (venen) lopen in eenzelfde netwerk als de slagaders, maar vervoeren gebruikt bloed naar het hart. Aders staan minder onder druk, daarom is de wand wat dunner. Het bloed in de aders moet vaak tegen de zwaartekracht in naar boven stromen. Daarom bevatten ze op een aantal plaatsen kleppen die ervoor zorgen dat het bloed niet terug stroomt. De pompkracht van het hart is in dit geval niet voldoende. Spieren in de buurt van aders, die zich samentrekken, zorgen ook voor stuwing omhoog. Ook hier zijn longaders een uitzondering. Zij vervoeren juist zuurstofrijk bloed naar het hart.
  • Haarvaten zijn meestal het laatste en dunste deel van de aders. Zij maken het mogelijk om zuurstof en voedingsstoffen met weefsels uit te wisselen. Evenals het opnemen en afvoeren van afvalstoffen. Ze vormen de verbinding tussen aders en slagaders. De haarvaten zijn erg klein en hebben een dunne wand. Ook vormen ze de verbinding tussen het bloed en de weefsels zoals spieren en organen.
bloedsomloophart- en vatenstelselhartzuurstofarm bloedzuurstofrijk bloedbloedvatenkleine- en grote bloedsomloopHarveytransportsysteemafweeradersslagadershaarvatenhet hartbloedkringloopklachtenoorzaken

Kleine bloedsomloop en grote bloedsomloop

De bloedsomloop lijkt figuurlijk op het cijfer 8. Het is één bloedomloop maar bestaat uit twee delen waarbij het hart zich in het midden bevindt. De kleine en grote bloedsomloop zijn op elkaar aangesloten in de bloedsomloop.

  • De kleine bloedsomloop loopt bovenin het lichaam, van het hart naar de longen en weer terug. Zuurstofarm bloed komt binnen via de rechteratrium van het hart. Vanuit de rechterboezem wordt het via de rechterkamer en longslagader naar de longen gepompt. De longen geven koolzuur af aan de ingeademde lucht. Koolzuur wordt geproduceerd bij de verbranding van voedingsstoffen. Vervolgens nemen de rode bloedcellen zuurstof op en stroomt dit zuurstofrijke bloed terug naar het hart. Dan begint de grote bloedsomloop.
  • De grote bloedsomloop loopt vanuit het hart naar alle lichaamsdelen. De aorta vertakt zich tot steeds kleinere vaten en uiteindelijk tot een stelsel van haarvaten. In de haarvaten vindt uitwisseling van voedingsstoffen, zuurstof en koolzuur plaats. Het zuurstofarme bloed stroomt vervolgens naar de aders die het bloed terug brengen naar het hart.

 

Klachten

Er kunnen veel klachten en aandoeningen ontstaan aan de bloedsomloop. Hart en vaatziekten is een toegankelijkere naam voor ziekte aan de bloedsomloop. Hart en vaatziekten zijn in het Westen en andere welvarende landen een veel voorkomende doodsoorzaak. In Nederland ligt het percentage sterfgevallen door hart en vaatziekten op 30%. Hiervan heeft meer dan 85% de leeftijd van 65 jaar of ouder. De reden is dat wij door de welvaart op een ongezonde manier zijn gaan leven. Bijvoorbeeld door te veel eten en te weinig bewegen. Ook komt het omdat de doodsoorzaken door honger en slechte hygiëne in het Westen veel minder voorkomen. 

 

Wilt u meer weten over onderstaande aandoeningen aan de bloedsomloop? U kunt dit vinden bij onderstaande voedingsdoelen:

  • Angina PectorisHierbij ontvangt het hart zelf te weinig zuurstof. Dit komt door een verstopping in de kransslagaderen. Dit lijdt tot klachten als pijn op de borst en benauwdheid. Hierdoor kan het hart niet meer goed functioneren, dit kan een waarschuwing voor een hartaanval zijn.
  • AderverkalkingDit is de voornaamste oorzaak van het ontstaan van hart- en vaatziekten als een hartinfarct of een hersenbloeding. Het veroorzaakt verharding en vernauwing van de vaten. Ook kunnen er deeltjes losraken van de wand en voor verstoppingen zorgen. Diabetes, overgewicht, roken en een hoge bloeddruk verhogen het risico op aderverkalking.
  • BeroerteHierbij is er een verkalking deeltje, plaque genaamd, elders in het lichaam losgeraakt van de bloedvatwand. Dit deeltje kan in de hersenen terecht komen waar de vaten erg klein zijn. Deze verstopping kan ervoor zorgen dat het bloedvat knapt. Dit wordt een beroerte, herseninfarct of CVA genoemd. De hersens ondervinden blijvende schade met verschillende, zelfs ernstige gevolgen van dien.
  • BloedarmoedeDit betekent niet dat men te weinig bloed heeft, maar dat het bloed te weinig hemoglobine bevat. Hemoglobine is een onderdeel van de rode bloedcel en is verantwoordelijk voor het zuurstoftransport. Dit wordt ook wel anemie genoemd. Klachten kunnen voorkomen in de vorm van moeheid, verwardheid en duizeligheid en hartkloppingen.
  • HartaanvalBij een hartaanval sterft een deel van het hart af. De oorzaak is een blokkade van de bloedtoevoer aan het hart zelf, vaak door slagaderverkalking. Een hartaanval kan er toe leiden dat het hart stopt met werken. De gevallen komen vaker voor bij ouderen. Binnen 6 uur na constatering kan een medicijn het afsterven van het hart vaak nog beperken.
  • HartritmestoornisHierbij klopt het hart, langdurig of tijdelijk, onregelmatig. Soms geeft dit klachten als kortademigheid en duizeligheid. Ouderdom en hartafwijkingen kunnen tot hartritmestoornissen leiden. Soms blijven hartritmestoornissen onopgemerkt.
  • Hoge bloeddrukDit is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Naar schatting komen de helft van de beroertes en hart- en vaatziekten door een te hoge bloeddruk. Bij een hoge bloeddruk is letterlijk de bloeddruk te hoog. De bloeddruk is vaak verhoogd als het bloed minder makkelijk door de vaten stroomt. Dit kan komen als de vaten minder soepel zijn, door ouderdom of bij vernauwingen.
  • Hoog cholesterolCholesterol is een vetachtige stof die voorkomt in het bloed. Bij een teveel, of verkeerde samenstelling, kan dit vernauwingen van de vaten veroorzaken. Dit heeft allerlei andere gezondheidsklachten en –risico’s als gevolg.
  • Lage bloeddrukDit is het tegenovergestelde van hoge bloeddruk en komt in mindere mate voor. Wanneer het bloed een te lage druk heeft, kunnen er klachten als misselijkheid en flauwvallen optreden.
  • ME/CVSMyalgische Encefalomyelitis wordt ook wel het Chronische Vermoeidheidssyndroom genoemd. Klachten zijn ernstige moeheid, griepachtige klachten, hoofdpijn en concentratie- en inspanningsproblemen. Het kan optreden na virusinfectie zoals griep of de ziekte van Pfeiffer. Ook kan het ontstaan na een operatie of ongeval.
  • Metabool syndroomOnderdelen van dit syndroom zijn hoge bloeddruk, diabetes, verhoogd cholesterol en overgewicht. Men spreekt van het metabool syndroom wanneer minimaal drie van de vier aandoeningen bij iemand voorkomt. Dit geeft een verhoogde kans op hart- en vaatziekten.

 

Oorzaken

Er zijn verschillende oorzaken bekend over het ontstaan van hart- en vaatziekten. Oorzaken verschillen per ziekte of aandoening. Voorbeelden zijn:

  • ziekten;
  • leeftijd;
  • voeding;
  • geslacht;
  • medicijnen;
  • erfelijkheid;
  • leefstijlfactoren;
  • of een combinatie van bovenstaande factoren.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken, betreffende bloedsomloop, voor u tegengekomen:

  • Hart en Bloedsomloop. Nederlands, 160 pagina's, Reader's Digest.
  • In de problemen met hart en vaten. en nu? Auteur Yvo Smulders, Nederlands, 180 pagina's. De auteur is hoogleraar aan het VUMC. Er doen veel fabels de ronde over hoge bloeddruk, hoog cholesterol enzovoort. Een van de belangrijkste doelen van dit boek is om deze fabels van feiten te onderscheiden. Dat doel wordt in hoge mate bereikt.
  • Hartwijzer, cardiologisch zapboek. Auteurs B. Boon & R. Braam, Nederlands, 288 pagina's. Hartwijzer biedt niet alleen informatie over hartziektes, maar ook over de risicofactoren die het risico op herhaling groter maken, over slagaderziekte en over medicijnen om je bloeddruk of je cholesterolgehalte omlaag te brengen.
  • Harvey's Heart, The Discovery of Blood Circulation. Auteur Andrew Gregory, Engels, 160 pagina's. The tale of William Harvey's momentous discovery - that the blood vessels form a closed system, carrying blood pumped rapidly around the body by the heart - is one of ingenuity, imagination and perseverence, and remarkable use of experiment, observation and skill.
  • Orthica Cardio Support. Natuurlijk kruidensupplement speciaal ontwikkeld ter ondersteuning van de hartspier.
  • Bloedgroep zelftest, geen recept benodigd.
  • Hart risico bloedtest, geen recept benodigd. Controleert de verschillende cholesterol niveaus.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist (zoals via DietCetera) of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top