Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Suiker intolerantie

Wanneer ‘Waarvan suikers’ niet op de verpakking van een product vermeldt staat, bevat het product geen toegevoegde suikers. Dit wil echter niet zeggen dat het product helemaal geen suiker bevat. Er kunnen ook van nature suikers in het product voorkomen.

De naam ‘intolerantie’ stamt af van het Latijnse woord ‘tolerantia’. Intolerantie betekent onverdraagzaamheid. Bij een intolerantie is er sprake van een ongewone lichamelijke reactie op een bepaalde stof. Men kan last hebben van een intolerantie voor medicijnen of alcohol. Maar er bestaat ook voedselintolerantie. Bij een voedselintolerantie kunnen bepaalde voedingsmiddelen niet of maar in kleine hoeveelheden genuttigd worden. Bij een suiker intolerantie zouden er klachten optreden na het nuttigen van voedingsmiddelen waar suiker in is verwerkt. 12% van de bevolking denkt een voedselintolerantie te hebben. Waarschijnlijk is dit maar bij ongeveer 2% werkelijk het geval. Dit komt doordat mensen lichamelijke klachten aan voedingsmiddelen koppelen, terwijl voeding niet altijd de oorzaak is.

Het Voedingscentrum geeft aan dat er geen bewijs is dat een kleine hoeveelheid suiker klachten kan geven. Om deze reden zou er niet gesproken kunnen worden van een suikerintolerantie. Het Voedingscentrum verstrekt wetenschappelijk onderbouwde en onafhankelijke informatie over een gezonde, veilige en meer duurzame voedselkeuze aan consumenten. 

Het is echter wel mogelijk dat men een tekort heeft aan bepaalde enzymen. Wanneer dit het geval is, kan er wel sprake zijn van een intolerantie voor bepaalde suikers. Hier wordt in het stukje ‘Suiker’ en ‘Oorzaken’ verder op ingegaan. 

Er hoeft echter niet altijd sprake te zijn van een intolerantie wanneer men klachten krijgt na het gebruik van suikers. Wanneer men suikers eet, stijgt de bloedsuikerspiegel namelijk. De bloedsuikerspiegel geeft de hoeveelheid suiker in het bloed aan. Deze stijging van de bloedsuikerspiegel kan klachten veroorzaken, zeker wanneer er een grote hoeveelheid suiker wordt gegeten en de bloedsuikerspiegel plotseling flink stijgt. Dit hoeft echter niet te betekenen dat men intolerant is voor suiker.

 

Suiker

Suikers worden ook wel koolhydraten genoemd. Koolhydraten komen in grote hoeveelheden voor in de voeding. Koolhydraten vormen een belangrijke energiebron voor de mens. Koolhydraten kunnen worden ingedeeld in vier groepen: enkelvoudige, tweevoudige, meervoudige koolhydraten en suikeralcoholen. Enkelvoudige koolhydraten kunnen niet in kleinere koolhydraten worden gesplitst. Tweevoudige en meervoudige koolhydraten kunnen wel in kleinere koolhydraten worden gesplitst. Deze zijn opgebouwd uit enkelvoudige koolhydraten. De enkelvoudige koolhydraten zijn:

  • Glucose (druivensuiker): Glucose komt van nature voor in vruchten en honing.
  • Fructose (vruchtensuiker): Fructose komt van nature voor in vruchten en honing.
  • Galactose: Galactose komt niet in de natuur voor. Galactose vervult wel een belangrijke functie. Het is namelijk een bouwsteen voor grotere suikers, zoals melksuiker, ook wel lactose genoemd. Lactose zit onder andere in melkproducten.

 

Uit deze enkelvoudige koolhydraten zijn de tweevoudige koolhydraten lactose (melksuiker), maltose (moutsuiker) en sacharose (biet- of rietsuiker) opgebouwd. 

Ook zijn uit deze enkelvoudige koolhydraten de meervoudige koolhydraten zetmeel, glycogeen en voedingsvezels opgebouwd. Wanneer twee- of meervoudige koolhydraten met de voeding worden ingenomen, worden deze afgebroken tot enkelvoudige koolhydraten. Dit proces vindt plaats in de dunne darm. De dunne darm is een orgaan waar de afbraak van voeding en opname van voedingsstoffen begint. Vervolgens worden de enkelvoudige koolhydraten opgenomen in het bloed.

Bij een suikerintolerantie zou het gaan om sacharose, ook wel sucrose genoemd en om zetmeel (maltose en isomaltose). Normaal gesproken zorgt het enzym sucrase, ook wel sacharase genoemd, er voor dat sacharose wordt verteerd. Wanneer zetmeel wordt afgebroken ontstaan maltose en isomaltose. Het enzym isomaltase zorgt er vervolgens voor dat maltose en isomaltose worden verteerd. Wanneer de enzymen sucrase en isomaltase onvoldoende aanwezig zijn, kunnen sacharose, maltose en isomlatose niet verteerd worden. Er wordt daarom ook wel gesproken van een sucrase-isomaltase deficiëntie (tekort). Sucrase-isomaltase deficiëntie is een zeldzame aandoening.

Sacharose bestaat uit de enkelvoudige koolhydraten glucose en fructose. Sacharose staat ook wel bekend als tafel-, kristal-, biet- of rietsuiker. Sacharose wordt namelijk gewonnen uit suikerbiet en suikerriet. Dit gebeurt door middel van een raffinageproces. In dit raffinageproces worden suikerbiet en suikerriet als het ware gezuiverd waardoor geraffineerde suiker ontstaat. Geraffineerde suiker is dus een suiker die als het ware is ‘schoongemaakt.’ Door dit schoonmaken (het raffinageproces) wordt de suiker wit van kleur en wordt de suiker langer houdbaar gemaakt. Rietsuiker is minder geraffineerd. Hierdoor heeft rietsuiker een goudbruine kleur. Belangrijke stoffen die het lichaam nodig heeft, gaan verloren tijdens het raffinageproces. Hierdoor bevat geraffineerde suiker minder belangrijke voedingsstoffen voor het lichaam. Voorbeelden van voedingsstoffen die verloren gaan tijdens het raffinageproces zijn bijvoorbeeld vezels, vitamines en mineralen.

 

Van nature komt sacharose ook in de voeding voor. Zo zit natuurlijke sacharose in bijvoorbeeld maïs en fruit. Maar daarnaast wordt sacharose ook toegevoegd aan veel voedingsmiddelen, het is namelijk een smaakmaker. Voorbeelden van voedingsmiddelen waaraan sacharose is toegevoegd, zijn frisdranken, gebak en snoep. Wanneer sacharose aan een product is toegevoegd, dient dit op de verpakking te staan. Toegevoegd sacharose staat onder het kopje ‘waarvan suikers.’

Zetmeel wordt omgezet door het enzym amylase. Vervolgens ontstaan maltose en isomaltose. Maltose en isomaltose bestaan uit twee glucose eenheden. Zetmeel komt van nature voor in veel voedingsmiddelen. Voorbeelden van voedingsmiddelen die van nature zetmeel bevatten zijn bijvoorbeeld aardappelen, peulvruchten, maïs en tarwe. Ook wordt zetmeel aan producten toegevoegd. Zo wordt zetmeel gebruikt als bindmiddel in voedingsmiddelen. Voorbeelden van voedingsmiddelen waarin zetmeel verwerkt kan zijn: sauzen, drop, soepen, pudding, vla en borrelnootjes.

 

Allergie en intolerantie

Een voedselallergie en een voedselintolerantie dienen niet met elkaar verward te worden. Bij een voedselallergie komt het afweersysteem in actie. Een ander woord voor afweersysteem is immuunsysteem. Het immuunsysteem zorgt ervoor dat het lichaam beschermd is tegen allerlei infecties en gevaren van buitenaf. Bij een allergie ziet het lichaam een bepaalde (voedings)stof als lichaamsvreemd. Daarbij kunnen zeer kleine hoeveelheden van een (voedings)stof al een reactie veroorzaken. Het gevolg van de reactie is dat het lichaam bepaalde stoffen gaat aanmaken om het ‘vreemde’ stofje op te ruimen. Tijdens het opruimen van de ‘vreemde stof’ komt histamine vrij. Histamine is het stofje dat de allergische klachten veroorzaakt. Histamine komt in vrijwel het gehele lichaam voor. Het is een afbraakproduct van eiwit. Histamine wordt vrijgegeven door een soort witte bloedcellen. De cellen die histamine vrijgeven, worden ook wel mestcellen genoemd. Witte bloedcellen zijn de soldaatjes van het lichaam. Witte bloedcellen spelen namelijk een belangrijke rol bij de weerstand.

Een allergie kan levensbedreigend zijn. Dit in tegenstelling tot een intolerantie wat in principe niet levensbedreigend is. Een ander verschil is dat bij een intolerantie het afweersysteem buiten beschouwing wordt gelaten. Zonder activatie van het afweersysteem komt er in principe geen histamine vrij. Het ligt voor de hand te denken dat er dan geen klachten op zouden treden. Desondanks gaat een intolerantie wel degelijk gepaard met klachten. Het is vaak onduidelijk wat dan precies de klachten veroorzaakt. Wel zijn er verschillende oorzaken mogelijk. Kenmerkend voor de klachten is dat ze zich alleen voordoen bij bepaalde hoeveelheden van een voedingsmiddel of voedingsstof. Welke hoeveelheid van een voedingsmiddel of voedingsstof klachten kan veroorzaken, verschilt per persoon.

suiker intolerantiesuikerintolerantietoleranthiaonverdraagzaamheidvoedselintolerantiekoolhydratensacharosesucroseglucosefructosetafelsuikerkristalsuikerbietsuikerrietsuikerraffinageprocessmaakmakertolerantiedrempelenzymdeficiëntieantigeenIgG4eliminatiedieetprovocatietest

Oorzaak

In tegenstelling tot een voedselallergie, komt bij een voedselintolerantie het afweersysteem niet in actie. Het afweersysteem veroorzaakt dus ook niet de klachten die optreden. De klachten treden op na het eten van bepaalde voedingsmiddelen. Klachten bij een sucrase-isomaltase deficiëntie treden mogelijk op door tekorten van de enzymen sucrase en isomaltase. Een enzym is een eiwit dat een bepaalde reactie versneld. Dit enzym is nodig om een bepaalde voedingsstof af te breken. Het enzym sucrase zorgt er dus voor dat sacharose verteerd kan worden. Het enzym isomaltase zorgt er weer voor dat maltose en isomaltose verteerd kunnen worden. Wanneer sacharose, maltose en isomaltose niet of onvoldoende verteerd kunnen worden, kan dit klachten geven. Sacharose, maltose en isomaltose belanden namelijk onverteerd in de dikke darm. Vervolgens zorgen bacteriën er voor dat deze suikers gaan vergisten. Hierdoor kunnen klachten ontstaan.

 

Klachten

Klachten treden op wanneer de tolerantiedrempel voor suiker is overschreden. De tolerantiedrempel is de hoeveelheid van een voedingsstof die het lichaam kan verwerken zonder dat er klachten optreden. Deze drempel verschilt per persoon en zal lager zijn wanneer er sprake is van stress, ziekte of gebruik van alcohol. Zoals al eerder vermeld, is de oorzaak van de klachten niet helemaal duidelijk. Wel is bekend dat de klachten enorm uiteen kunnen lopen. Klachten die bij een suikerintolerantie veel voorkomen, zijn:

  • diarree;
  • hoofdpijn;
  • gasvorming;
  • misselijkheid;
  • vermoeidheid;
  • sterke aandrang tot ontlasting;
  • een borrelende en opgezette buik.

 

Diagnose

Bij klachten is het aan te raden een arts te raadplegen. Het is echter niet gemakkelijk om de diagnose voor een suikerintolerantie te stellen, gezien het feit dat een suikerintolerantie niet altijd wordt erkend. Veel klachten kunnen ook bij andere ziektebeelden voorkomen. Daarnaast kan het zijn dat niet een product, maar de bewerking en bereiding van een product de klachten veroorzaakt. Hieronder valt bijvoorbeeld de toevoeging van kleurstoffen en conserveermiddelen. Suiker wordt ook vaak als conserveermiddel gebruikt. Voor het stellen van de diagnose kan een arts andere voedselallergieën en meer ernstige aandoeningen uitsluiten. Hiervoor kan een arts gebruik maken van diverse testen. Omdat het immuunsysteem geen rol speelt bij een suikerintolerantie, is de intolerantie waarschijnlijk niet aan te tonen met een bloedonderzoek.

Voorbeelden van twee methoden die kunnen helpen bij het stellen van de diagnose suikerintolerantie, zijn de provocatietest en een eleminatiedieet.

  • Provocatietest: Bij een provocatietest wordt steeds iets meer van een verdacht voedingsmiddel ingenomen met tussenpauzes. Bij een suikerintolerantie kunnen deze voedingsmiddelen bijvoorbeeld frisdrank of koekjes zijn. Er kan dan vastgesteld worden bij welke hoeveelheid suiker er klachten optreden. De drempelwaarde kan dus worden bepaald. Er zijn echter ook klachten die pas na een lange tijd optreden. Dit kan de provocatietest bemoeilijken.
  • Eliminatiedieet: Het eliminatiedieet bestaat uit verschillende fases, Tijdens de eerste fase van het eliminatiedieet mag men een beperkt aantal voedingsmiddelen eten. Van deze voedingsmiddelen moet vrijwel zeker zijn dat ze geen klachten veroorzaken. Als het goed is verdwijnen alle klachten tijdens deze eerste fase. In de tweede fase worden stuk voor stuk weer voedingsmiddelen aan het dieet toegevoegd. Als er weer klachten optreden is het duidelijk door welk voedingsmiddel dit komt. Op deze manier is te achterhalen welke voedingsstof uiteindelijk de klachten veroorzaakt.

 

Voeding

Wanneer er sprake is van een sucrase-isomaltase deficiëntie dient men de producten die sacharose en zetmeel bevatten te vermijden. Soms kan het zijn dat een bepaalde hoeveelheid voedingsmiddelen die sacharose en zetmeel bevatten ingenomen kan worden zonder dat er klachten optreden. In dit geval kan een kleine hoeveelheid sacharose en zetmeel worden genomen. Wat deze hoeveelheid is, zal per persoon verschillen. Wat betreft voedingsmiddelen kunnen bepaalde voedingsmiddelen wel en bepaalde voedingsmiddelen niet genomen worden. Zo zijn er bepaalde groenten die niet zijn toegestaan wanneer men een sucrase-isomaltase deficiëntie heeft, zoals worteltjes en ui. Maar ook bepaalde fruitsoorten zijn niet toegestaan, zoals passievrucht, appel, banaan en watermeloen. Deze voedingsmiddelen bevatten namelijk suikers die het lichaam niet kan omzetten.

Tevens dient men op E-nummers in de voeding letten. E-nummers zijn stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd, ook wel additieven genoemd. Deze additieven worden toegevoegd om de kwaliteit van het product te vergroten. Zo kan bijvoorbeeld de houdbaarheid van het product verbeterd worden. Maar ook kunnen E-nummers bijvoorbeeld kleur of smaak aan het product toevoegen. E-nummers kunnen ook sacharose en zetmeel bevatten. Voorbeelden van E-nummers die sacharose bevatten zijn E444 en E473. Mogelijk dient men ook op E-nummers te letten die gemodificeerd zetmeel bevatten. Gemodificeerd zetmeel is zetmeel dat bewerkt is. E-nummers die gemodificeerd zetmeel bevatten zijn bijvoorbeeld E1404 tot en met E1452. Op het etiket van een voedingsmiddel kan men aflezen welke E-nummers het product bevat.

 

Wanneer men niet intolerant is voor suiker, maar wel klachten heeft wanneer men suiker gebruikt kan men ook op de voeding letten. Om klachten te voorkomen is het verstandig producten waarbij klachten ontstaan, niet of in heel kleine mate te eten. Er zijn aardig wat producten die toegevoegde, en dus geraffineerde, suikers bevatten. Niet alleen frisdrank, koek en gebak bevatten toegevoegde suikers. Ook bijvoorbeeld zuivelproducten, ontbijtgranen en zoet broodbeleg zoals jam, marmelade en chocopasta bevatten toegevoegde suikers. Men kan daarom het beste kiezen voor voedingsmiddelen die zo min mogelijk zijn bewerkt. Door te kiezen voor producten die minder zijn bewerkt, zal mogelijk de bloedsuikerspiegel minder snel stijgen en dalen. Tevens kan men het etiket van een voedingsmiddel lezen. Op het etiket staan de ingrediënten van een product vermeld. Men dient te letten op de vermelding ‘Waarvan suikers.’ Deze vermelding geeft aan dat het product toegevoegde suikers bevat. Wanneer dit niet op de verpakking vermeldt staat, bevat het product geen toegevoegde suikers. Dit wil echter niet zeggen dat het product helemaal geen sacharose of andere suikers bevat. Er kunnen ook van nature sacharose en andere suikers in het product voorkomen, dit zijn echter suikers die niet geraffineerd zijn. Deze suikers zijn wel nuttig voor het lichaam omdat ze onder andere vezels, vitamines en mineralen bevatten. Het kan echter zo zijn dat het lichaam ook reageert op suikers die niet geraffineerd zijn. Wanneer dit zo is, dient men ook op deze voedingsmiddelen te letten. Mogelijk kan men een kleine hoeveelheid van de suikers nemen zonder dat er klachten optreden.

 

Onderzoek

  • Uit onderzoek is gebleken dat het aantal suiker dat in dranken zit vaak wordt onderschat door consumenten. Met name bij ‘gezonde’ dranken’ werd gedacht dat er minder suiker in zat dan er in werkelijkheid in zit, bijvoorbeeld in smoothies. Uit dit onderzoek bleek ook dat dranken een groot deel van de dagelijkse inname aan energie leverde. Gemiddeld leverde dranken namelijk 450 kilocalorieën per dag per consument. Dit is voor vrouwen bijna een kwart van wat vrouwen aan energie nodig hebben. Bij mannen is dit bijna één vijfde van wat mannen aan energie nodig hebben.
  • De Suikerstichting toont op haar website relevante informatie en onderzoeken.
  • Het kenniscentrum suiker & voeding is het expertisecentrum dat wordt gefinancierd door Suiker Unie.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken en producten, betreffende suiker intolerantie, voor u tegengekomen:

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top