Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Maagkanker

Maagkanker is een ziekte waarbij veel nare klachten kunnen ontstaan. Zo ook problemen met de voeding. De maag is namelijk belangrijk bij de vertering van voeding.

Maagkanker in zijn algemeenheid wordt ook wel maagcarcinoom genoemd. De meest voorkomende vorm van maagkanker is adenocarcinoom. Daarnaast komt de erfelijke diffuus maagkanker voor. De erfelijke diffuus maagkanker wordt ook wel hereditair diffuus maagcarcinoom (HDMC) genoemd. Het adenocarcinoom wordt in Nederland bij ongeveer 2.000 mensen per jaar vastgesteld. Het HDMC bij ongeveer bij 60 -100 mensen per jaar. Het adenocarcinoom komt voornamelijk voor bij mensen ouder dan 60 jaar. Het HDMC kan ook bij jongeren mensen worden vastgesteld.

 

Wat is kanker?

Een ander woord voor kanker is ook wel carcinoom. Ieder lichaam is opgebouwd uit cellen. Al deze cellen worden continue vernieuwd of aangevuld. Om nieuwe cellen aan te maken, deelt een cel zich in tweeën. Normaal gesproken delen gezonde cellen zich wanneer dat nodig is. Dit gebeurt onder controle van allerlei processen in het lichaam. Dit gebeurt wanneer cellen toe zijn aan vernieuwing of herstel nodig hebben. Voor elk orgaan is dit weer anders. Alle kankersoorten worden gekenmerkt door een ontregelde, ongeremde deling van lichaamscellen. Het leidt een eigen leven. Voor meer informatie zie de voedingsdoelverdieping ‘Kanker’.

 

Maagdarmkanaal

De maag wordt ook wel ventriculus of gaster genoemd in de medische wereld. De maag is onderdeel van het maagdarmkanaal. Het maagdarmkanaal wordt ook wel het spijsverteringsstelsel genoemd. Het spijsverteringsstelsel zorgt ervoor dat het eten wordt verteerd. Het verteerde eten zorgt voor energie in het lichaam. Het maagdarmkanaal loopt simpel gezegd; vanaf de mond tot de kont (de anus). Wanneer er iets gegeten wordt, gaat dit via de mond naar de slokdarm. Vanaf de mond begint de afbraak van voedingsstoffen door speeksel. De slokdarm loopt over in de maag. In kleine beetjes geeft de maag wat voedselbrij af aan de dunne darm. De voedselbrij is een papachtig voedingsmengsel in de maag. In de dunne darm begint de daadwerkelijke afbraak van voeding en opname van voedingsstoffen. Door middel van peristaltiek beweegt de voedselbrij zich steeds verder door de darm. Peristaltiek is het samenknijpen van de darm in een vloeiende beweging. Nadat de voedselbrij de dunne darm gepasseerd is, komt het in de dikke darm terecht. De dikke darm heeft voornamelijk als doel om vocht op te nemen. De dikke darm ligt als een omgekeerde U in de buik. Wanneer de ontlasting door de dikke darm heen is, komt het aan bij de endeldarm. De endeldarm fungeert als opslagplaats voor ontlasting. Wanneer er veel ontlasting in de endeldarm zit, krijgt iemand het gevoel “aandrang te hebben”. De ontlasting verlaat het lichaam via de anus.

 

De maag

De maag begint dus met de afbraak van de voedselbrij. De maag ligt in buik links in het midden, tegen de borstholte aan. In de borstholte liggen de longen en het hart. Tussen de borstholte en de buikholte ligt een spier, het diafragma. Het diafragma wordt ook wel middenrif genoemd. De maag ligt links een beetje opgebold richting het middenrif. De maag heeft de vorm als een zak, zakvormig. De maag is op te delen in 4 delen:

  • De cardia: De cardia is het eerste gedeelte van de maag vanaf de slokdarm. Het bevindt zich net onder de slokdarm.
  • Fundus: De fundus ligt tegen het diafragma aan. In de fundus kan zich gas ophopen. Dit gas kan uiteindelijk ontsnappen en er ontstaat een boer. Naast een boer kan er ook een oprisping komen vanuit de fundus.
  • Corpus: Dit is het grootste gedeelte van de maag. De corpus is het verticale deel van de maag.
  • Antrum: Het antrum is het laatste gedeelte van de maag dat bijna horizontaal ligt. Het allerlaatste deel gaat naar de dunne darm toe. Het antrum eindigt in de pyloris. De pyloris is de sluitspier van de maag. Deze opent zich om kleine hoeveelheden van de voedselbrij door te laten naar de dunne darm.

 

De maag heeft een aantal bijzonderdere kenmerken. De inhoud van de maag is zuur. Dit komt door het aanwezige maagzuur. Normaliter zou dit zuur de maag aantasten en ook andere organen. Echter maken een aantal cellen in de maag een slijmlaag aan. De slijmlaag beschermt de maag voor het zuur wat gemaakt wordt. Daarnaast maakt de maag ook de intrinsieke factor aan. Deze intrinsieke factor is belangrijk voor de opname van vitamine B12. Het lichaam heeft de intrinsieke factor nodig om vitamine B12 op te nemen. Zonder de intrinsieke factor gebeurt dit niet. Tevens kan het lichaam niet zonder vitamine B12.

Het zuur en de intrinsieke factor zijn onderdeel van het maagsap. Maagsap wordt geproduceerd door de maagwand. Andere onderdelen van maagsap zijn pepsine, water en slijm. Pepsine is een enzym die de eiwitten in het eten kan afbreken. Een enzym kan een reactie versnellen. Wanneer er in de maag een klein beetje pepsine is aangemaakt, wordt een kettingreactie veroorzaakt. De maag gaat dan meer pepsine aanmaken, zodat er in een korte tijd veel pepsine wordt aangemaakt.

Alle stoffen zoals het zuur, het slijm, pepsine en de intrinsieke factor worden gemaakt in de cellen van de maag. De cellen die deze stoffen aanmaken liggen in een soort buizen in de maag. In de hele maag liggen deze buizen die ook wel klierbuizen worden genoemd. Vanuit deze buizen komen de gemaakte stoffen van de cellen, zoals het zuur of het slijm. In het antrum (laatste deel van de maag) wordt het hormoon gastrine aangemaakt. Een hormoon is een stof die in het lichaam wordt afgegeven. Een hormoon is een lichaamseigen stof door een signaal van de hersenen wordt aangemaakt. Het werkt als een boodschapper om een proces te starten.

Gastrine komt na de aanmaak in de bloedbaan terecht. Vanuit de bloedbaan komt gastrine weer bij de maagwand terecht. In de maagwand stimuleert gastrine de maagwand tot de aanmaak van meer gastrine. Zolang de maag gevuld is met de voedselbrij, blijft de maag gastrine produceren.

Om de maagwand van de maag zitten spieren. Deze spieren liggen in verschillende richtingen om de maag heen. Wanneer er eten in de maag aanwezig is, zullen deze spieren zich samen trekken en ontspannen. Deze bewegingen worden peristaltiek genoemd. Door de peristaltiek zorgt de maag ervoor dat de voedselbrij wordt gekneed. Door het kneden van de voedselbrij wordt het eten sneller verteerd.

 

Maagkanker

De maag kan verschillende soorten kankergezwellen hebben. Het adenocarcinoom komt het meeste voor als maagkankervorm. Het adenocarcinoom ontstaat in het slijmvlies van de maag. In ongeveer 95% van alle gevallen van maagkanker is adenocarcinoom het geval. De andere vorm van maagcarcinoom komt zelden voor. De andere vorm van kanker is de resterende 5%. Deze vorm wordt ook wel de erfelijke diffuse maagkanker genoemd. Diffuus betekent dat de kanker bij de verschillende cellen in de maag kan beginnen. Het is niet goed aan te wijzen waar de cellen beginnen met de kankervorming. Ook is de kanker niet als één gezwel aan te wijzen wat wel bij de reguliere maagkanker te zien is. De diffuse maagkanker komt vaker voor bij mensen die jonger zijn dan 60 jaar. Naast de erfelijkheid van diffuse maagkanker, zijn er ook een aantal aandoeningen waarbij maagkanker kan ontstaan. Voorbeelden van deze aandoeningen zijn Peutz-Jeghers syndroom en Familiaire Adenomateuze polyposis. Bij diffuse maagkanker is de diagnose moeilijk vast te stellen en te behandelen. Omdat de kanker op verschillende punten kan beginnen, komen de symptomen pas in een laat stadium naar voren. Daarom laten veel mensen met diffuse maagkanker uit voorzorg de maag weghalen. Uit voorzorg de maag laten verwijderen wordt ook wel een preventieve operatie genoemd. Het adenocarcinoom begint in de klierbuisjes van de maag. Het gezwel zal solide zijn. Het gezwel is een stuk weefsel dat dicht op elkaar zit zonder uitsteeksels. Het adenocarcinoom kan zich op elke plek in de maag manifesteren.

Symptomen

In een vroeg stadium van maagkanker worden er meestal geen klachten ervaren. Dit gebeurt vaak pas wanneer het gezwel groot of in een laat stadium is. Er zijn een aantal symptomen die zouden kunnen wijzen op maagcarcinoom. Bij beide carcinomen, adeno- en diffuus carcinoom zijn de klachten gelijk.

  • verminderde eetlust;
  • brandend maagzuur;
  • onbedoeld gewichtsverlies;
  • afkeur voor voedsel met een sterke geur;
  • braken, regelmatig braken kan een symptoom zijn. Eveneens met bloed bij het braaksel;
  • pijn in de maagstreek en of bij het borstbeen. Het borstbeen ligt midden op de borst. Het borstbeen is het bot dat de ribben op zijn plaats houdt;
  • duizeligheid, vaak komt duizeligheid door bloedverlies uit het gezwel. Het lichaam heeft dan onvoldoende bloed om alles goed te laten functioneren;
  • vol gevoel, na het eten van een maaltijd kan iemand snel een vol gevoel hebben in de maag. Dit komt omdat de voedselbrij niet snel de maag uit kan gaan;
  • vermoeidheid, dit komt eveneens door bloedverlies uit het gezwel. Het bloedverlies kan moeilijk worden opgemerkt. Wel is het eventueel te zien aan de zwarte ontlasting die iemand heeft. Overigens kan een zwarte ontlasting ook komen door het gebruik van ijzerpillen (staalpillen). Daarom hoeft zwarte ontlasting niet altijd een gevolg te zijn van bloedverlies.

Wanneer deze symptomen er zijn, hoeft dit niet meteen te betekenen dat er sprake is van maagkanker. Het is wel verstandig om de klachten te bespreken met de (huis)arts. De arts kan bepalen wat er aan de hand zou kunnen zijn.

 

Oorzaken

1. Adenocarcinoom

Bij het adenocarcinoom is het niet duidelijk waardoor het gezwel ontstaat. Het is mogelijk dat het adenocarcinoom ontstaat vanuit een poliep of door een chronische maagslijmvliesontsteking.

  • Poliep (adenocarcinoom): Een poliep is een woekering van cellen op een bepaalde plek. Woekering is een wilde groei van cellen. De cellen kunnen ongeremd delen. In eerste instantie zijn poliepen onschuldig en goedaardig. Het kan echter gebeuren dat poliepen uitgroeien tot een kwaadaardig gezwel. Het gezwel wordt dan uiteindelijk maagkanker. In bijna alle gevallen begint de poliep in de klierbuisjes. Het wordt dan ook wel adenomateuze poliepen genoemd, wanneer ze kwaadaardig zijn geworden.
  • Chronische maagslijmvliesontsteking: Chronische betekent dat een ziekte of aandoening langdurig bestaat. Chronisch is het tegenovergestelde van acuut. In dit geval betekent het dat het maagslijmvlies langdurig ontstoken is. In veel gevallen komt de ontsteking door een infectie met de bacterie Helicobacter pylori. In tegenstelling tot andere bacteriën kan de Helicobacter pylori wel in het maagzuur overleven. De chronische ontsteking kan uiteindelijk leiden tot een blijvende verandering van het maagslijmvlies. De verandering kan leiden tot een kwaadaardige tumor.

2. Erfelijke diffuse maagkanker

Bij erfelijke diffuse kan wel de oorzaak gezegd worden. Bij diffuus maagcarcinoom speelt de erfelijkheid een rol. De diffuse maagkanker ontstaat door een mutatie in het DNA. 

Een mutatie is niet anders dan een verandering in het DNA. Het DNA bevat het erfelijke materiaal van alle levende wezens zoals mensen, dieren en planten. Een mutatie kan plotseling plaatsvinden of de mutatie kan worden overdragen worden door de ouders. Erfelijke diffuse maagkanker is daarom een erfelijke ziekte. De oorzaak van deze maagkanker is een verandering op het CDH1 gen. Een gen is een onderdeel van het DNA. In het DNA zitten allemaal genen die bepaalde informatie bevatten. Zoals het haartype, huidskleur, de vorm van iemands grote teen en ook of iemand bepaalde ziektes kan krijgen. Ongeveer 1/3 van alle erfelijke diffuse maagkanker wordt veroorzaakt door het CDH1 gen. De overige gevallen is het onbekend hoe de kanker ontstaat. Het CDH1 gen staat ook wel bekend als het anti-kankergen. Het CDH1 gen zorgt ervoor dat fouten tijdens celdelingen worden hersteld. Door het herstel van fouten is de kans op gezwellen verkleint. Doordat het CDH1 gen gemuteerd is, kunnen de maagcellen eigenlijk ongeremd en ongecontroleerd verkeerd delen. Zonder het herstelmechanisme van CDH1, is de kans op maagkanker verhoogd. Dit kan wel 70-80% zijn.

 

Risicofactoren

De kans op adenocarcinoom kan door een aantal factoren vergroot worden. Wanneer enkele van deze factoren vermeden worden of verminderd, zou dit de kans op maagkanker kunnen verkleinen.

  • roken;
  • overmatig alcoholgebruik;
  • infectie van de Helicobacter pylori bacterie;
  • maagoperatie, een operatie waarbij een deel van de maag is verwijderd.
  • ongezonde en eenzijdige voeding, een voeding die weinig fruit en groente bevat;
  • gerookte en gezouten voedingsmiddelen, een hoge consumptie hiervan lijkt de kans op maagkanker te verhogen;
  • adenomateuze poliep, wanneer iemand last heeft van een poliep, kan deze uitgroeien tot een kwaadaardig gezwel.

 

Diagnose

Wanneer de bovenstaande symptomen plaatsvinden, is het verstandig om de symptomen te melden bij de huisarts. De huisarts zal meer vragen over de klachten en waarschijnlijk lichamelijk onderzoeken verrichten. Het lichamelijk onderzoek zal niet bijzonder zijn en pijnloos als het goed is. De arts drukt rond de maag en vraagt of het pijn doet. Daarnaast kan de arts bloedonderzoek aanvragen. Het bloedonderzoek zal niet aantonen dat er sprake is van kanker. Het bloedonderzoek wordt gedaan om te kijken naar de algemene conditie van iemand. Daarnaast kan er gekeken worden of er sprake is van bloedverlies uit het gezwel. Het is ook mogelijk dat de arts om ontlasting vraagt voor onderzoek. Met het ontlastingsonderzoek kan gekeken worden of er bloed bij zit. Het bloed kan wijzen op een gezwel in het maagdarmkanaal. Wanneer de arts meer vermoedens jegens maagkanker krijgt, zullen er meer onderzoeken volgen. Deze onderzoeken worden in het ziekenhuis verricht.

  • Gastroscopie: Bij een gastroscopie wordt er met een flexibele slang in de maag gekeken. Deze slang wordt via de mond door de slokdarm naar de maag gebracht. Tijdens de gastroscopie is de patiënt in een roesje, een lichte slaap. Door het roesje merkt de patiënt weinig van het onaangename gevoel van de slang.  Op de scopie, de slang, zit een lichtlampje en een camera. Door de camera kan de arts kijken naar de wand van de maag. Met instrumentjes die aan de scopie vast gemaakt kunnen worden, kan de arts een eventueel biopt afnemen. Een biopt is een stukje weefsel van het verdachte gebied. Het biopt wordt vervolgend naar het laboratorium gebracht voor nader onderzoek. Pas bij de uitslag van het biopt kan er verteld worden of er sprake is van maagkanker. Als maagkanker daadwerkelijk is geconstateerd door het biopt, zal de arts meerdere vervolgonderzoeken doen. Deze vervolgonderzoeken bepalen de grootte, de plaats en het stadium van het maagcarcinoom. De volgende onderzoeken kunnen gedaan worden. Niet alle onderzoeken hoeven uitgevoerd worden bij elke patiënt.
  • Echografie: Bij het onderzoek echografie wordt er gebruik gemaakt van een apparaat die geluidsgolven uitzendt. De golven zijn niet hoorbaar en niet schadelijk. Het resultaat van de golven worden weergegeven op een computerbeeld. De golven die worden uitgezonden uit het apparaat worden teruggekaatst bij organen en weefsels. De golven die terugkaatsen zijn verschillend. Zo kan er op het beeld verschillende structuren te zien zijn. Zo is de weerspiegeling van water anders dan de maag. Het onderzoek wordt vaak gebruikt bij zwangere vrouwen om naar de baby te kijken in de buik. De echografie is niet bedoeld om naar de maag zelf te kijken. Het wordt gebruikt om te zien of het gezwel zich heeft uitgezaaid naar de omliggende organen.
  • Echo-endoscopie: Bij een echo-endoscopie wordt er ook via de mond een flexibele slang aangebracht. Aan de slang zit een klein echoapparaat. Dit onderzoek lijkt op een gastroscopie en een echografie ineen. De echo-endoscopie geeft een weergave van de maag en de omliggende organen. Deze weergave is van binnenuit. Zo kan de arts bekijken of het gezwel in de maag is uitgegroeid verder dan de maagwand. Tijdens de echo-endoscopie is de patiënt in een roesje, een lichte slaap. Door het roesje merkt de patiënt weinig van het onaangename gevoel van de slang.
  • CT scan: CT scan is een afkorting voor computertomografie scan. Bij deze scan worden röntgenstralen gebruikt. Door de stralen kunnen gedetailleerde foto’s van het lichaam gemaakt worden. In het geval van maagkanker wordt de maag in beeld gebracht. De radioloog, een arts gespecialiseerd in het bekijken naar röntgenfoto’s, bekijkt de foto’s De radioloog kan tegen de behandeld arts zeggen wat het stadium van de kanker is. De CT scan duurt ongeveer tien tot twintig minuten. De scan is geheel pijnloos. Voor de scan wordt er contrastvloeistof toegediend. De contrastvloeistof is er voor bedoeld dat kankercellen beter in de foto naar voren komt. Door de vloeistof kan er goed worden gezien hoe groot de tumor is en waar deze zich bevindt. Daarnaast kan er ook gezien worden of er uitzaaiingen zijn. De foto’s die gemaakt worden zien eruit als dunne plakjes van de slokdarm. De foto’s zijn horizontaal gemaakt, van schouder tot schouder. Zo wordt de hele slokdarm in beeld gebracht voor de arts.
  • PET scan: PET is een afkorting voor Positron Emissie Tomografie. De PET scan is vergelijkbaar met de CT scan. De PET scan is ook pijnloos en er wordt gebruik gemaakt van een vloeistof. De vloeistof die bij een PET scan wordt gebruikt, bevat een kleine hoeveelheid radioactief suiker. Het is een kleine hoeveelheid suiker en is op zich niet schadelijk voor het lichaam. Als iemand vaker en meer radioactief suiker heeft, zal dit op ten duur wel schadelijk worden. De reden dat suiker wordt toegevoegd is vanwege de tumor. Tumoren hebben een hoger verbruik in suiker. De tumor zal meer van het radioactieve suiker gebruiken. Tijdens de scan worden de suikers getoond. Doordat de suiker worden getoond, kan de arts goed zien waar de tumor zich bevindt. Echter kan niet altijd de grootte van de tumor gezien worden op de foto’s. Eveneens kan niet altijd goed bepaald worden of de tumor is uitgezaaid. Als dit niet duidelijk is of niet goed te zien was, kunnen nog meer onderzoeken worden uitgevoerd.

 

Erfelijkheidsonderzoek 

Als er waarschijnlijk sprake is van erfelijke diffuse maagkanker, wordt de patiënt doorverwezen naar een gespecialiseerde arts. De arts is gespecialiseerd in erfelijkheid en erfelijke aandoeningen. De arts heeft ‘klinisch geneticus’ als officiële naam. De geneticus zal met de patiënt de ziektegeschiedenis van de familie doornemen en vragen stellen. Een erfelijkheidsonderzoek wordt gedaan als er aan 2 criteria worden voldaan:

  • Minstens twee familieleden waarbij de diagnose ‘diffuse maagkanker’ is vastgesteld. Waarvan minimaal één familielid jonger was dan 50 jaar op het moment dat de diagnose gesteld is.
  • Tenminste drie familieleden de diagnose ‘diffuse maagkanker’ hebben gekregen. 

 

Wanneer aan deze criteria wordt voldaan, heeft de patiënt een verhoogd risico op het krijgen van maagkanker. Op dit moment kan er een DNA onderzoek op gang worden gebracht. Bij het DNA onderzoek wordt gekeken of de patiënt een CDH1 mutatie heeft. Als deze mutatie wordt gevonden, is de kans 70-80% dat maagkanker zich ontwikkeld. Als de CDH1 mutatie niet is gevonden, kan de arts niet vertellen dat de kans op maagkanker weg is. Wanneer de antwoorden op de criteria ja waren, is de kans op maagkanker verhoogd. Alleen kan niet gezegd worden door welke mutatie maagkanker ontstaat. De klinisch geneticus zal met de patiënt alle mogelijkheden bespreken. Er kan besproken worden over de behandeling van andere familieleden, die ook mogelijk maagkanker kunnen krijgen. Maar ook andere vragen waar de patiënt tegen aan loopt.

maagkankergastricpepsineslijmintrinsieke factorcardia resectiechemotherapieerfelijke diffuse maagkankermaagcarcinoomgallige refluxbrandend maagzuurondervoedingradiotherapiedumping syndroompoliepadenomateuze poliepHelicobacter pyloris bacterie

Tijdsduur

Het kan een lange tijd duren voor dat de uitslagen van de onderzoeken bekend zijn. Dit duurt gemiddeld genomen een week tot twee weken. Dit is vaak een zenuwslopende tijd voor de patiënt en de omgeving van de patiënt. Onzekerheid en een boel vragen vergen veel energie. Dit is allemaal heel begrijpelijk. Kanker is niet iets om makkelijk op te vatten. Er zit toch iets in het lichaam dat niet goed is. Vaak wordt er niet verteld wat er gaat gebeuren bij een onderzoek. Het is daarom geen ramp om extra veel vragen te stellen. Dit zal iedereen begrijpen.

 

Behandeling

Als de behandelend arts alle resultaten heeft ontvangen van de onderzoeken, wordt dit uitvoerig met de patiënt besproken. De arts kan vertellen wat het beste is om te doen. Wat de beste operatie is, wat er gedaan kan worden om eventuele uitzaaiingen te voorkomen. Maar daarnaast ook wat de risico’s zijn bij de operatie en de nabehandeling. De arts kan gaan voor een curatieve of palliatieve behandeling. Een curatieve behandeling is gericht op genezen. De behandelingen zijn er op gericht dat iemand beter wordt. Een palliatieve behandeling is gericht op klacht verlichting en de ziekte zoveel mogelijk af te remmen. Bij een palliatieve behandeling is volledig genezen niet meer mogelijk.

 

Operatie

Bij een curatieve operatie wordt de tumor weggehaald met het omliggende stuk maag. Eventueel kunnen ook wat lymfeklieren worden weggehaald. De lymfeklieren kunnen ook weer naar het laboratorium worden gebracht voor onderzoek. Bij een palliatieve operatie wordt de tumor weggehaald om de klachten van de tumor weg te halen. Een klacht kan bijvoorbeeld moeilijk slikken zijn als de tumor zich in het cardia bevindt. Er zijn verschillende methodes hoe de chirurg de tumor kan verwijderen. Dit ligt geheel aan de plek waar de tumor zich bevindt.

  • Cardia resectie: Bij deze operatie wordt de cardia verwijderd. De cardia is het bovenste gedeelte van de maag. Tevens wordt bij een cardia resectie ook een deel van de slokdarm weggehaald. De slokdarm wordt vaak uit voorzorg voor uitzaaiingen verwijderd. De chirurg zal van het onderste gedeelte van de maag een soort buis maken. De maagbuis wordt aan de rest van de slokdarm bevestigd. Door de herbevestiging is de verbinding tussen slokdarm en maag weer hersteld. Deze operatie wordt ook wel een maagbuisoperatie genoemd.
  • Distale maagresectie: Bij deze operatie wordt het onderste deel van de maag verwijderd. Ook wordt het eerste deel van de dunne darm, de twaalfvingerige darm verwijderd. Dit wordt vaak uit voorzorg voor uitzaaiingen gedaan. Vervolgens wordt de maag aan de dunne darm vastgemaakt.
  • Totale maagresectie: Bij deze operatie wordt de gehele maag verwijderd. Deze operatie wordt bijvoorbeeld gebruikt bij erfelijke diffuse maagkanker. Met de maag wordt ook het eerste gedeelte van de dunne darm verwijderd.

Het hangt geheel aan de situatie van de tumor af, welke operatie er wordt gekozen. De chirurg zal de verschillende mogelijkheden met de patiënt bespreken. Ook wat de effecten zullen zijn na de operatie.

 

Bij erfelijke diffuse maagkanker wordt vaak gekozen voor een preventieve operatie. Hierbij wordt uit voorzorg de maag verwijderd. Het is bij diffuse maagkanker namelijk mogelijk dat tijdens de controles de maagkanker wordt gemist. De kanker kan gemist worden omdat in de hele maag de tumor kan ontstaan. Als de patiënt met diffuse maagkanker kiest voor regelmatige controles, wordt er geadviseerd om dit vanaf 20-25 jaar te doen. Het blijkt dat vrouwen met een CDH1 mutatie ook een verhoogde kans hebben om borstkanker te krijgen. Voor deze vrouwen wordt geadviseerd om ook uitgebreid de borsten te laten onderzoeken vanaf een jaar of 35.

 

Het plaatsen van een stent

Wanneer het gezwel in het bovenste deel van de maag bevindt, de cardia, kan een operatie niet mogelijk zijn. Een operatie is dan niet mogelijk, omdat de tumor te veel is uitgezaaid. De arts kan in dit geval kiezen voor een stent. Een stent is een buisje van metaal of kunststof. De stent wordt geplaatst tussen de slokdarm en waar de tumor zich bevindt. De stent wordt overigens ook vastgemaakt aan de tumor. De stent zorgt ervoor dat het eten makkelijk kan passeren. Het plaatsen van een stent wordt gedaan met behulp van een gastroscopie. Het is tevens een palliatieve manier van behandelen.

 

Chemotherapie

In veel gevallen wordt er behandeld met chemotherapie. Chemotherapie wordt gebruikt als de tumorcellen in de lymfeklieren zijn gevonden. Zo wordt geprobeerd om te voorkomen dat de tumorcellen zich ergens anders gaan nestelen en weer gaan groeien. Chemotherapie bestaat uit giftige chemische stoffen die ervoor zorgen dat de tumorcellen zich niet meer kunnen delen en groeien. In de medische wereld wordt chemotherapie ook wel cytostatica gebruikt. In Nederland zijn 10 soorten chemotherapie beschikbaar. Aan de hand van de kankersoort en het stadium, maakt de arts een aangepast programma en dosering aan. Voor iedereen is dit anders. Ook reageert iedereen anders op chemotherapie.

 

Radiotherapie

Radiotherapie is een therapie waarbij gebruik gemaakt wordt van straling. Daarom wordt het ook wel bestraling genoemd. De straling zorgt ervoor dat de snelgroeiende tumorcellen worden geremd in het groeiproces. De straling wordt exact op de tumor gericht. Hiermee wordt getracht de gezonde cellen zoveel mogelijk te mijden en te ontzien. Het behandelplan is bij iedere patiënt anders. Het behandelplan wordt door een heel team in het ziekenhuis samengesteld en gecontroleerd. Het is een eng idee dat straling het lichaam in komt. Het is echter een goed gecontroleerd proces waarbij gezonde cellen bijna niet worden aangetast. De gezonde cellen kunnen beter weer herstellen na een sessie straling. De tumorcellen delen veel sneller dan gezonde cellen. Het is lastiger voor de tumorcellen om van de beschadiging te herstellen en zullen afsterven.

 

Voeding en maagkanker

Als de maag verwijderd is, brengt dat redelijk wat risico’s met zich mee. Omdat de maag gedeeltelijk of geheel verwijderd is, lopen een aantal zaken niet goed meer. Zo is het eten sneller in de dunne darm.

 

Dumping Syndroom

Een verschijnsel dat ook vaak voorkomt bij een maagbuisoperatie is het dumpingsyndroom. Het eten van grote hoeveelheden komt sneller in de dunne darm terecht. Doordat de slokdarm mist en de maag kleiner is, is het moeilijker voor het lichaam om het eten te verteren. Voor nadere uitleg zie het voedingsdoel Dumpingsyndroom.

 

Kleine maag

Wanneer iemand een maagbuisoperatie heeft gehad, heeft diegene een kleine maag. Door een kleine maag is de opslagcapaciteit hiervan verminderd. Doordat de opslagcapaciteit is verminderd, zal er minder voedsel gegeten kunnen worden. Dit kan lastig zijn voor sommige mensen. Andere zullen hier minder moeite mee hebben. Na de operatie kan er ook sprake zijn van een vertraagde maagontlediging. Een vertraagde maagontlediging kan komen doordoor een kleinere maag. Bij een vertraagde maagontlediging wordt een vol gevoel ervaren. Een vertraagde maagontlediging kan zeer hinderlijk zijn. Het is verstandig om dit met de behandeld arts te bespreken. De arts kan eventueel medicatie hiervoor voorschrijven.

 

Ondervoeding

Veel mensen die gediagnosticeerd zijn met kanker, raken vele kilo’s gewicht kwijt. Afvallen gebeurt door een aantal factoren. De tumor zelf  verbruikt veel energie. De energie haalt de tumor uit het lichaam. Hierdoor blijft er minder energie over voor het lichaam en de patiënt zal afvallen. Het is niet verstandig om minder te gaan eten. De rest van het lichaam heeft ook energie nodig. De energie wordt gebruikt voor allerlei processen in het lichaam om te blijven functioneren.

 

Voedingsproblemen met de behandeling

Door chemo- en radiotherapie is het mogelijk dat de smaak van eten verandert. Dit komt door de medicatie van chemotherapie en bij radiotherapie door de straling. Eten zal anders ervaren worden. Zo kan het zijn dat een stukje vlees voor de behandeling heerlijk was en tijdens de behandeling raar aanvoelt en niet meer smaakt. Toch is het belangrijk om zoveel mogelijk gewoon proberen te eten. Misschien worden andere voedingsproducten nu lekker ervaren die eerst vies waren. Het is echter vervelend hoe mensen met therapie dit ervaren. De ene persoon heeft er meer last van dan de andere persoon. Het is belangrijk om verschillende voedingsproducten uit te proberen.

 

Gallige reflux

Gallige reflux is een klacht waarbij de inhoud van de dunne darm weer omhoog komt. De inhoud van de dunne darm is gemengd met gal en sappen van de alvleesklier. De gal komt bij de lever vandaan. De alvleesklier produceert een aantal sappen die helpen bij de vertering van de voedselbrij. Doordat de maag is verwijderd of een deel, is ook de sluitspier tussen de maag en de darmen verwijderd. Normaal houdt deze sluitspier de darminhoud tegen. Doordat de spier weg is, kan de darminhoud omhoog komen. De darminhoud zal de maag of slokdarm wand irriteren. Deze irritatie leveren klachten op zoals een pijnlijk of branderig gevoel in de maagstreek. Misselijkheid en het opbraken van gal is ook mogelijk. De arts kan medicijnen voorschrijven om te klachten te verminderen.

 

Brandend maagzuur

Brandend maagzuur wordt ook wel reflux of oprisping genoemd. Doordat de sluitspier mist door de operatie, kan maagzuur gemakkelijk opgeboerd worden. De functie van de sluitspier is weg. Brandend maagzuur kan zeer hinderlijk zijn in het dagelijks leven.

 

Vitamine B12 tekort

In de maag wordt de intrinsieke factor aangemaakt. De intrinsieke factor is nodig om vitamine B12 op te nemen. Als de maag gedeeltelijk of geheel verwijderd is, kan een vitamine B12 tekort optreden. Het is belangrijk dat hier aandacht aan geschonken wordt. Vaak moeten mensen met een kleine of geen maag, vitamine B12 binnen krijgen via injecties. Deze injecties met vitamine B12 zullen levenslang gegeven worden.

 

Diarree

Het eten kan door de verkleinde maag en kortere maagdarmkanaal moeilijk verteerd worden. Hierdoor wordt het eten minder goed verteerd. Doordat het eten slechter wordt verteerd, kan er diarree ontstaan.

 

Zout

Er zijn aanwijzingen gevonden dat te veel zout in de voeding het risico op maagkanker verhoogt. Het gaat niet om het directe effect van zout. Zout zou indirect zorgen voor een beschadiging aan de maagwand. Als de beschadiging optreedt hebben infecties meer kans. Met de infectie is de kans verhoogd op maagkanker.

 

Onderzoek 

  • In Singapore is een nieuwe methode ontwikkeld om maagkanker te verwijderen. Dit wordt gedaan door een robotkrab. Deze krab wordt via een endoscoop naar binnen gebracht. Daar zal door middel van de chirurg de krab het gezwel weghalen. Er zijn nog niet veel operaties met de robotkrab uitgevoerd. Deze methode van opereren zou minder tijd in beslag nemen. Tevens zou de kans op infecties kleiner zijn. 
  • Uit recent Chinees onderzoek blijkt een gen gevonden te zijn dat zich alleen in maagkankercellen bevindt. Dit gen, CDH-17, zorgt ervoor dat de kankercellen zich metastaseren en voor uitzaaiingen zorgen. Door deze informatie kunnen wetenschapper een stof maken die aan het CDH-17 bindt. Door zo’n stof wordt de opsporing van kankercellen in de maag en uitzaaiingen makkelijker gevonden. 
  • Het blijkt dat mensen met een maagoperatie vaker last hebben van botbreuken. Hoe dit komt is niet geheel duidelijk. Door meer fosfaten te geven samen met calcium en vitamine D, blijkt dan patiënten minder last krijgen van botbreuken. Daarnaast wordt ook de botdichtheid verbeterd. Fosfaat en calcium zijn beide mineralen. Deze zijn essentieel voor het lichaam. Het lichaam kan niet zonder mineralen goed functioneren. Vitamine D is ook essentieel voor het lichaam.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken, betreffende maagkanker, voor u tegengekomen:

 

Meer weten of advies?

DietCetera biedt voor het voedingsdoel maagkanker geen diensten aan. Aangezien de relatie tussen voeding en kanker erg complex is, is het belangrijk om multidisciplinair behandeld te worden. Multidisciplinair houdt in dat mensen met een verschillend beroep betrokken zijn bij de behandeling. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie van een arts, diëtiste en fysiotherapeut. In het ziekenhuis kunt u het makkelijkst multidisciplinair behandeld worden, aangezien de arts en de diëtiste onder een dak zitten en makkelijk met elkaar kunnen communiceren over uw behandeling en te geven adviezen. DietCetera verwijst u dan ook graag naar uw ziekenhuis.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist (zoals via DietCetera) of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top