Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker ontstaat door een combinatie van factoren, waaronder het humaan papilloma virus. Een vaccinatie kan baarmoederhalskanker voorkomen.

Baarmoederhalskanker staat ook wel bekend als cervixcarcinoom. Iedere vrouw kan baarmoederhalskanker krijgen. Baarmoederhalskanker kan bij elke leeftijd voorkomen. Echter hebben vrouwen tussen de 30 en 55 jaar de meeste kans op het ontwikkelen van baarmoederhalskanker. Elk jaar worden er in Nederland bij ongeveer 700 vrouwen baarmoederhals kanker vastgesteld.

 

Wat is kanker?

Ieder lichaam is opgebouwd uit cellen. Al deze cellen worden continue vernieuwd of aangevuld. Om nieuwe cellen aan te maken, deelt een cel zich in tweeën. Normaal gesproken delen gezonde cellen zich wanneer dat nodig is. Dit gebeurt onder controle van allerlei processen in het lichaam. Op het moment dat cellen toe zijn aan vernieuwing of herstel nodig hebben. Voor elke cel is dit weer anders. Alle kankersoorten worden gekenmerkt door een ontregelde, ongeremde deling van lichaamscellen. Het leidt een eigen leven. Voor meer informatie zie de voedingsdoelverdieping ‘Kanker’.

 

De baarmoederhals

De baarmoederhals is onderdeel van het vrouwelijke voorplantingsstelsel. De baarmoederhals wordt ook wel cervix en uteri genoemd. De cervix loopt over in de baarmoeder. De cervix is het smalle, buisvormige gedeelte die van de vagina naar de baarmoeder loopt. De opening van de vagina naar de baarmoederhals, is de portio. De opening van de baarmoederhals naar de baarmoeder, heet de ostium externum. Een andere benaming hiervoor is de baarmoedermond. In de cervix bevindt zich ook een slijmvlieslaag. De slijmvlieslaag zorgt voor de soepelheid en voor bescherming. In de baarmoedermond zit een slijmprop. Deze slijmprop zorgt ervoor dat de baarmoeder zo veel mogelijk beschermd is tegen infecties. De slijmprop is alleen tijdens de ovulatie niet aanwezig. De ovulatie is onderdeel van de menstruatiecyclus. Tijdens de ovulatie is de vrouw vruchtbaar en kan zwanger raken. De ovulatie wordt ook wel de eisprong genoemd.

Tijdens de menstruatiecyclus ondergaat de baarmoederhals een aantal veranderingen. De hals is na een menstruatie gesloten. Wanneer een vrouw een ovulatie heeft, komt de hals dichter naar de baarmoeder toe. De hals wordt daarnaast ook zachter van celstructuur en de opening wordt iets wijder. Dit gebeurt als voorbereiding voor een eventuele bevruchting. Wanneer er een bevruchting plaatsvindt, is dat het begin van een baby. De baarmoeder maakt zich klaar om de baby te voldragen en te laten groeien. Wanneer er geen bevruchting plaatsvindt, ligt de hals weer richting de vagina. Na een paar weken ontstaat de menstruatie bij de vrouw.

 

Oorzaken

Baarmoederhals kanker is bekend bij vrouwen. Door een virus kunnen vrouwen baarmoederhalskanker krijgen. Het virus dat de kanker veroorzaakt is het humaan papillomavirus (HPV). HPV is een oncogeen virus. Dat wil zeggen dat het virus kankerverwekkend kan zijn. Normaliter zijn virussen niet kankerverwekkend. Een virus kan zorgen voor een ziekte als deze in het lichaam aanwezig is. Een voorbeeld van een ‘gewoon’ virus is de griep.

Er zijn meer dan 100 HPV varianten. De meeste zijn ongevaarlijk en niet kankerverwekkend. Zo’n 12 virussen zijn dat wel. De varianten HPV 16 en 18 zijn de grootste boosdoeners. Ongeveer 70% van baarmoederhals kanker wordt veroorzaakt door HPV 16 of 18. Het HP-virus komt binnen via gemeenschappelijk contact (seks) of door ander huid op huid contact rond de vagina. Het HP virus kan ook in het lichaam komen wanneer iemand geen seks heeft gehad. Het vervelende is dat iemand niet merkt dat hij/zij besmet is met HPV. Een man kan ook besmet zijn met het HP-virus. Een man krijgt zelden kanker op basis van een HP-virus. Een man kan wel het virus overbrengen op zijn vrouwelijke partner. De kans op besmetting wordt groter, wanneer een vrouw en of de partner meerdere seksuele contacten heeft gehad. Het betekent dan niet meteen dat een vrouw baarmoederhalskanker heeft, door de seksuele contacten. Om daadwerkelijk baarmoederhalskanker te ontwikkelen, zijn nog een paar risicofactoren bekend. De risicofactoren worden hieronder uitgelegd.

Meestal wordt het virus opgeruimd door het lichaam. Doordat het virus wordt opgeruimd, kan het virus zich niet nestelen in de baarmoederhals. Wanneer het HP virus niet wordt opgeruimd, kunnen de cellen in de baarmoederhals en -mond veranderen. Wanneer het virus niet wordt opgeruimd, kan er baarmoederhalskanker ontstaan.  De verandering vindt zich plaats in de slijmvlies laag die zich daar bevindt. Deze verandering is in het begin klein en nog redelijk onschuldig. Pas wanneer de infectie niet wordt behandeld, kunnen deze cellen kankerachtige eigenschappen vertonen. Er ontstaat een voorstadium van het kankergezwel bij de baarmoederhals. Dit gebeurt echter maar bij een klein deel van de vrouwen met een humaan papillomavirus. Overigens duurt het redelijk lang voordat de cellen kankercellen worden. De cellen veranderen langzaam. Het duurt ongeveer 10 tot 15 jaar totdat de cellen zich in kankercellen ontwikkelen.

 

Risicofactoren

Naast de besmetting van het humaan papillomavirus zijn er nog een aantal risicofactoren bekend.

  • Roken: roken beïnvloedt de gezondheid van het lichaam. Als het lichaam niet gezond is, kunnen infecties van virussen niet goed worden bestreden. Het lichaam van een roker heeft meer moeite om het HP virus op te ruimen. Rokers zijn ook vaker ziek.
  • Anticonceptiepil: er is onderzoek gedaan naar de relatie tussen baarmoederhals kanker en de anticonceptiepil. Deze pil zorgt ervoor dat er geen ovulatie plaatsvindt bij een vrouw. De pil voorkomt een zwangerschap. Zover duidelijk is kan de pil zonder enig gevaar ingenomen worden. Wat wel een risico kan vormen, is dat er minder vaak een condoom wordt gebruikt met de pil. Vrijen zonder condoom zou de kans op het HP virus kunnen verhogen. De pil zelf verhoogt de kans niet.
  • DES: de zogenoemde DES dochters hebben een verhoogde kans op het krijgen van baarmoederhalskanker. DES is een kunstmatig middel dat bij de zwangerschap werd gegeven aan vrouwen die een miskraam hebben gehad. Door DES zou het de kans op miskramen verminderen. Echter zorgde DES voor het tegenovergestelde. Dochters en zonen die toch geboren werden, hadden vaak afwijkingen aan de geslachtsorganen.

 

Symptomen

Bij baarmoederhalskanker kunnen een aantal symptomen en klachten tot uiting komen. In eerste instantie zijn er vaak geen klachten aanwezig als de cellen beginnen te veranderen. Pas in een later stadium komen de klachten tot uiting. Vaak merken vrouwen pas iets, als er onbedoeld bloedverlies optreedt. Hiervan zijn enkele voorbeelden wat er bedoelt wordt met onbedoeld bloedverlies:

  • bloedverlies tussen twee menstruaties in;
  • contact bloeding: hierbij ontstaat er bloedverlies tijdens of vlak na gemeenschappelijk contact (seks);
  • na de overgang: een bloeding kan ook optreden na de overgang. Voor vrouwen kan dit nogal verwarrend zijn. Er kan gedacht worden dat de overgang niet helemaal voor bij is. Dat er nog een menstruatie plaats vindt. Als een vrouw een jaar na de overgang bloedverlies heeft, kan dit geen menstruatie zijn. Er is dan sprake van onbedoeld bloedverlies. De overgang is een periode waarbij de hormoonhuishouding bij een vrouw veranderd. Hormonen zijn stoffen die signalen afgeven in het lichaam. Door hormonen kan het lichaam bepaalde acties ondernemen. De overgang zorgt ervoor dat vrouwen niet meer vruchtbaar zijn. Doordat vrouwen niet meer vruchtbaar zijn, kunnen zij geen kinderen meer krijgen.

 

Het kan soms onduidelijk zijn of er daadwerkelijk sprake is van bloedverlies. Wanneer een klein beetje bloedverlies is, geeft dit een bruinige afscheiding. De vrouw kan het merken door de bruine veeg/vegen in haar ondergoed. Wanneer een vrouw bloedverlies heeft bij een van de bovenstaande gevallen, is het zeer verstandig om een (huis)arts om raad te plegen. Het bloedverlies kan namelijk ook een andere oorzaken hebben.

Naast het bloedverlies kan er ook nog andere symptoom voorkomen in het begin stadium. Een ander symptoom is abnormale afscheiding, bijvoorbeeld na geslachtsgemeenschap. De afscheiding heeft tevens een geur die erg onaangenaam is. Afscheiding is een wit goedje dat zich afzet uit de vagina.

Wanneer de kankercellen verder ontwikkeld zijn, kunnen er zich ook andere symptomen voordoen: 

  • incontinentie;
  • pijn in de onderrug;
  • pijn bij het plassen;
  • pijn bij geslachtsgemeenschap.

Wanneer één van deze symptomen voorkomt, hoeft dit niet meteen baarmoederhals kanker te betekenen. Het is wel verstandig om de klachten met de huisarts te bespreken. De huisarts kan verder bepalen wat er aan de hand is.

 

Diagnose 

Wanneer iemand met de bovenstaande klachten naar de huisarts gaat, worden er een aantal onderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken worden gedaan om de diagnose baarmoederhalskanker vast te stellen of uit te sluiten. De klachten en symptomen kunnen namelijk ook een andere oorzaak hebben.

 

Uitstrijkje 

Het uitstrijkje wordt uitgevoerd door een arts of assistente. Het uitstrijkje kan uitgevoerd worden bij een bevolkingsonderzoek. Een bevolkingsonderzoek is een onderzoek waarbij veel personen worden uitgenodigd om zich te laten onderzoeken. Een onderzoek kan zijn voor baarmoederhals kanker of voor borstkanker. Bij het uitstrijkje wordt de vrouw gevraagd om op de onderzoeksbank te liggen. De vrouw zal met haar benen bloot op de onderzoeksbank liggen. De benen dienen opgetrokken te zijn. De voeten kunnen steunen op de onderzoeksbank of speciale beensteunen. Door met opgetrokken benen te liggen, kan de arts goed het uitstrijkje maken. De vagina is nu goed zichtbaar. Om het uitstrijkje goed te laten verlopen, gebruik de arts een instrument om de vagina te openen. Dit gebeurt door gebruik te maken van het speculum. Het speculum is een metalen of plastic instrument, dat door zijn vorm ook wel ‘eendenbek’ wordt genoemd. Het speculum wordt lauwwarm gemaakt, zodat het niet al te koud is, wanneer het in de vagina wordt geschoven. Het speculum wordt in gesloten stand in de vagina gebracht. In de vagina wordt het speculum langzaam geopend. Nu heeft de arts goed zicht op de baarmoederhals. Door met een plastic borsteltje of spateltje langs de baarmoederhals te strijken, komen het slijm en de cellen op het borsteltje of spateltje. Dit kan voor sommige vrouwen een vervelend gevoel zijn. De arts haalt het borsteltje of spateltje weer uit de vagina. Het slijm en de cellen op het borsteltje worden uitgestreken op een laboratoriumglaasje.

Het kan ook voorkomen dat het borsteltje in een buisje wordt gestopt. Het buisje of glaasje wordt naar het laboratorium gebracht. Het onderzoek is nu afgelopen voor de vrouw. Het speculum wordt dicht gemaakt en uit de vagina gehaald. Het buisje of glaasje wordt naar het laboratorium gestuurd samen met de gegevens van de vrouw. In het laboratorium wordt gekeken naar afwijkende cellen. De afwijkende cellen kunnen leiden tot (een voorstadium van) baarmoederhalskanker. In het laboratorium wordt de uitslag ingedeeld in de zogenoemde PAP-klasse. De PAP klasse geeft duidelijkheid in welk stadium de eventuele kanker zich bevindt. De klasse loopt van PAP I (geen afwijkingen in de cellen) tot PAP V (kankercellen). De uitslag kan ongeveer enkele weken duren.

 

Colposcopie

Een colposcopie wordt door een gespecialiseerde arts uitgevoerd, een gynaecoloog. Een gynaecoloog maakt bij een colposcopie gebruik van een sterk vergrotende loep, een colposcoop. De gynaecoloog brengt hierbij ook een speculum naar binnen. Zo ontstaat er een beter beeld voor de arts. Door een vloeistof naar binnen te brengen, worden de afwijkende cellen beter zichtbaar. Wanneer de gynaecoloog afwijkende cellen aan treft, kan de arts ervoor kiezen om een biopsie te doen. Bij een biopsie wordt er een stukje weefsel afgenomen. Weefsel is een groep cellen die dezelfde functie vervullen. Bij de biopsie wordt het biopt, het stukje weefsel, naar het laboratorium gebruikt. Dit is een ander onderzoek dan het uitstrijkje. Bij het uitstrijkje worden naar de losse cellen gekeken. Bij een biopt wordt de weefselopbouw bekeken van de baarmoederhals. Dit onderzoek kan als vervelend worden ervaren. Het komt zelden voor dat colposcopie onder narcose wordt uitgevoerd.

Wanneer uit het uitstrijkje en de colposcoop blijkt dat er sprake is van baarmoederhals kanker of een voorstadium ervan, wordt mogelijk één of meerdere van de volgende onderzoeken uitgevoerd.

 

Bloedonderzoek

Door bloed af te nemen, kan er gekeken worden naar de algehele gezondheid van de patiënt. Er wordt naar de algehele conditie gekeken om te zien of de patiënt de operatie goed kan doorstaan.

 

Inwendig onderzoek 

De gynaecoloog zal nu uitgebreider gaan onderzoeken in en rond de baarmoeder. Omdat het onderzoek uitgebreider is, zal het onderzoek onder narcose verricht worden. De gynaecoloog gaat voelen of de kanker zich heeft ontwikkeld richting de andere organen. Daarom wordt er ook vaak onderzoek gedaan naar de blaas en of de laatste deel van de dikke darm. Door deze twee organen te onderzoeken, kan de arts zien of de tumor verder is gegroeid.  Het hangt geheel van de situatie af welke onderzoeken er worden uitgevoerd. Het is daarom verstandig om het met de arts door te spreken. Hierdoor weet men wat er verwacht kan worden.

 

Röntgen onderzoek

Een röntgenfoto wordt gemaakt van de longen. Deze foto is geheel pijnloos. Op de foto kan de arts bepalen of de kanker is uitgegroeid naar de longen. Sommige cellen van de kanker kunnen los raken van het gezwel. De losgeraakte cellen kunnen door de bloedbaan naar een andere plek gaan. Op de andere plek, bijvoorbeeld de longen, kunnen de cellen gaan groeien. Wanneer de kankercellen op een andere plek zijn gaan groeien wordt het een uitzaaiing genoemd.

 

Echografie van de nieren

Bij het onderzoek echografie wordt er gebruik gemaakt van een apparaat die geluidsgolven uitzendt. De golven zijn niet hoorbaar en niet schadelijk. Het resultaat van de golven worden weergegeven op een computerbeeld. De golven die worden uitgezonden uit het apparaat worden teruggekaatst bij organen en weefsels. De golven die terugkaatsen zijn verschillend. Zo kan er op het beeld verschillende structuren te zien zijn. Het onderzoek wordt vaak gebruikt bij zwangere vrouwen om naar de baby te kijken in de buik. De echografie is niet bedoeld om naar de baarmoederhals zelf te kijken. Het wordt gebruikt om te zien of het gezwel zich heeft uitgezaaid naar de nieren of andere organen.

 

CT scan

CT scan is een afkorting voor computertomografie scan. Bij deze scan worden röntgenstralen gebruikt. Door de stralen kunnen gedetailleerde foto’s van het lichaam gemaakt worden. In het geval van baarmoederhalskanker wordt de baarmoeder en –hals  in beeld gebracht. Ook het omliggende weefsels wordt in beeld gebracht.  De radioloog, een arts gespecialiseerd in het bekijken naar röntgenfoto’s, beoordeelt de foto’s. De radioloog kan tegen de behandelde arts zeggen wat het mogelijke stadium van de kanker is. De CT scan duurt ongeveer tien tot twintig minuten. De scan is geheel pijnloos. Voor de scan wordt er contrastvloeistof toegediend. De contrastvloeistof is er voor bedoeld dat kankercellen beter in de foto naar voren komt. Door de vloeistof kan er goed worden gezien hoe groot de tumor is en waar deze zich bevindt. Daarnaast kan er ook gezien worden of er uitzaaiingen zijn. De foto’s die gemaakt worden zien eruit als dunne plakjes van de baarmoederhals. De foto’s zijn horizontaal gemaakt, van schouder tot schouder. Zo wordt de hele baarmoederhals en baarmoeder in beeld gebracht voor de arts.

 

MRI scan

MRI staat voor magnetisch resonantie beeld (imaging). Het is een onderzoeksmethode die gebruik maakt van een magneetveld. Naast het magneetveld worden ook radiogolven en een computerbeeld gebruikt. De MRI scan is ook geheel pijnloos. Soms kunnen de MRI scan zelf wel veel lawaai maken. Daarvoor kunnen er oordopjes gegeven worden.

baarmoederhalskankercervixcarcinoomuitstrijkjeHPVvaccinatieinentingenPAP klasseurineleidersvruchtbaarheidseksvaccinatiehumaan papilloma virusgemeenschapondergewicht

Behandeling

Wanneer er sprake is van (een voorstadium van) baarmoederhalskanker, zijn er een aantal opties van behandeling. Als er een operatie wordt uitgevoerd, ligt dit aan het stadium van de baarmoederhals kanker. Wanneer de kanker zich in een vroeg stadium bevindt, zal de operatie kleiner zijn dan bij een later stadium.

 

Operatie

  • Lisexcisie: Deze methode is het meest gebruikt operatie bij baarmoederhalskanker. Daarnaast is het vaak ook de gemakkelijkste methode. Bij een lisexcisie wordt gebruik gemaakt van een verwarmde dunne draadlus. Deze lus kan als een soort schaafje gebruikt worden. Bij de behandeling is de patiënt gedeeltelijk/ plaatselijk verdoofd. Het schaafje schraapt bij wijze van de veranderde cellen weg. Deze cellen worden naar het laboratorium gebracht voor nader onderzoek. Na de behandeling kan er sprake zijn van bloedverlies. Bloedverlies hoort bij deze behandeling. Echter wanneer de bloedverlies op een menstruatie lijkt, is het verstandig om de arts in te lichten.
  • Laseren: Door middel van een laser worden de afwijkende cellen verwijderd. Dit is een pijnloze behandeling.
  • Conisatie: Conisatie wordt ook wel een kegelbiopsie genoemd. Hierbij worden de afwijkende cellen uit de baarmoederhals verwijderd. De aangetaste cellen worden in de vorm van een kegel verwijderd. De verwijdering van cellen kan gebeuren via een laser, een draadlus of via volledige operatie. Bij een volledige operatie is de patiënt onder narcose.
  • Cryochirugie: Bij deze behandeling wordt de cellen vernietigd door middel van bevriezing. Een kleine metalen plaatje wordt gekoeld tot een vriestemperatuur. Het kleine plaatje wordt vervolgens tegen afwijkende cellen aangelegd. Door de temperatuur worden de cellen vernietigd. Nu kunnen er weer gezonde cellen gaan groeien.

Wanneer de tumor verder is uitgegroeid, kunnen ook de baarmoeder en omgevende organen van het vrouwelijk voortplantingsstelsel worden verwijderd. Andere organen kunnen de eierstokken en de eileiders zijn. Dit is niet altijd nodig. De arts zal bespreken wat er zal gaan gebeuren.

 

Bestraling

Bestraling kan ook gebruikt worden als behandeling voor baarmoederhals kanker. Bestraling is een plaatselijke behandeling. De behandeling kan de kankercellen geheel of gedeeltelijk vernietigen. De bestraling is er voor bedoeld dat de sneldelende kankercellen vernietigd wordt. Gezonde cellen worden ook bestraald, maar zijn in staat zich weer te genezen na verloop van tijd. Daarnaast zorgt de arts ervoor dat zo veel mogelijk gezonde cellen worden vermeden. Bestraling kan zowel uitwending als inwendig worden gegeven. 

  • Uitwendig: Bij uitwendige bestraling maakt de arts gebruik van een bestralingstoestel. Het toestel wordt boven de patiënt geplaatst. De straling komt via de huid op de plek van het gezwel. Het toestel kan zich alle kanten op bewegen, zodat het gezwel goed kan worden aangepakt. Voor uitwendige bestraling is geen ziekenhuisopname nodig. Meestal duurt de behandeling een paar minuten. Vaak wordt vaak een aantal weken gegeven op elke werkdag. Hiervoor zal de patiënt elke werkdag een paar minuten in het ziekenhuis aanwezig zijn. Dit kan best hinderlijk zijn, voor de eventuele baan van de patiënt.
  • Inwendig: Bij inwendig onderzoek is een ziekenhuisopname noodzakelijk. De arts zal een houder bij de patiënt inbrengen onder plaatselijke verdoving of narcose. De houder wordt ook wel een bronhouder genoemd. De bronhouder kan geplaatst worden in de vagina op in de baarmoeder. De bronhouder is echter alleen gericht op de baarmoederhals, niet op de omliggende organen. De bronhouder zorgt ervoor dat de straling precies daar komt waar het nodig is. De houder zelf  bevat geen straling.  De patiënt wordt in een speciale kamer gekoppeld aan een zogenoemd ‘After-loading’ apparaat. In het after-loading apparaat zit wel een radioactieve straling. Het apparaat wordt gekoppeld aan de bronhouder. Wanneer de bronhouder is gekoppeld aan de after-loading, verblijft de patiënt in een stralingsdichte kamer. De arts kan precies berekenen hoeveel straling de patiënt nodig heeft. De patiënt voelt niks van de straling. Wanneer de bestraling klaar is, is de patiënt ook weer stralingsvrij.

Bij inwendige bestraling is er weinig kans op bijwerkingen. Bij inwendige straling kan de eerste paar dagen wel bij het plassen gevoeligheidsklachten geven. Bij uitwendige bestraling kunnen vaker klachten en bijwerkingen optreden. Bij uitwendige straling worden ook de darmen en de blaas bestraald. Doordat de darmen ook bestraald worden kan de patiënt meer aandrang krijgen om naar het toilet te gaan. Daarnaast is het mogelijk dat de vrouw eerder in de overgang komt. Doordat de bestraling de eierstokken aantast. Het is soms mogelijk om via een operatie de eierstokken uit het bestralingsgebied te leggen.

 

Chemotherapie

In veel gevallen wordt er behandeld met chemotherapie. Chemotherapie wordt gebruikt als de tumorcellen in de lymfeklieren zijn gevonden. Lymfeklieren behoren tot het lymfestelsel. Het lymfestelsel lijkt op het bloedvatenstelsel. Alleen zorgt het lymfestelsel voor de bescherming tegen infecties van virussen en infecties. Met chemotherapie wordt geprobeerd om te voorkomen dat de tumorcellen zich ergens anders gaan nestelen en weer gaan groeien. Chemotherapie bestaat uit giftige chemische stoffen die ervoor zorgen dat de tumorcellen zich niet meer kunnen delen en groeien. In de medische wereld wordt chemotherapie ook wel cytostatica gebruikt. In Nederland zijn 10 soorten chemotherapie beschikbaar. Aan de hand van de kankersoort en het stadium, maakt de arts een aangepast programma en dosering aan. Voor iedereen is dit anders. Ook reageert iedereen anders op chemotherapie. Voor meer informatie over chemotherapie, kijk in de voedingsdoelverdieping ‘Kanker’.

 

Hyperthermie

Hyperthermie betekent letterlijk verhoogde temperatuur. Hyperthermie vindt eigenlijk alleen plaats in gespecialiseerde ziekenhuizen. Hyperthermie wordt altijd in combinatie met een andere behandeling gedaan. Bij hyperthermie worden de kankercellen met hitte behandeld. De temperatuur varieert tussen de 40 en 45 graden Celsius. De kankercellen worden door de hitte vernietigd of gevoeliger gemaakt. Wanneer de cellen gevoeliger zijn, kan een andere behandelmethode meer effect hebben. De temperatuur wordt verhoogd door een golfstraling. De behandeling kan tussen de 60 en 90 minuten duren. De gezonde cellen in de baarmoederhals worden niet aangetast. En kunnen goed tegen de warmte. Alleen de kankercellen worden vernietigd of zo gevoelig gemaakt dat een andere behandeling effectiever werkt. Door de warmte behandeling kan er een onderhuidse verbranding ontstaan. Ook is het mogelijk dat het spierweefsel een beetje verbrand. Dit kan een aantal dagen zeer gevoelig zijn. Het is vooral gevoelig bij aanraking of beweging. Vermoeidheid is ook een bijwerking van hyperthermie. Vaak is de vermoeidheid weg na een nachtje slapen of is al na een paar uur verdwenen.

 

Preventie

Bij jonge vrouwen wordt tegenwoordig een inenting gegeven tegen het humaan papillomavirus. De inenting zorgt ervoor dat de vrouw beschermt is tegen de varianten 16 en 18 van HPV. De inenting kan de vrouw niet tegen alle varianten van baarmoederhals kanker beschermen. De vrouw is wel beter beschermd dan wanneer er geen inenting is geweest. Een inenting is een injectie met een afgezwakt humaan papilloma virus. Het virus is zo danig afgezwakt dat het lichaam er niet ziek van wordt. Het virus is zo afgezwakt dat het lichaam het virus kan herkennen en opruimen. Door het opruimen van het virus, slaat het lichaam de gegevens op van de kenmerken van het virus. Ieder virus heeft unieke kenmerken. Doordat het lichaam deze kenmerken opslaat, kan het lichaam het virus goed aanpakken, mocht het virus weer het lichaam binnen komen. Zo kan het lichaam het virus snel opruimen en vernietigen. De kans op baarmoederhalskanker is dan sterk verminderd. Niet voor alle varianten van baarmoederhalskanker is dit geldig. De jonge vrouwen worden echter voor de varianten 16 en 18 ingeënt.

Voor vrouwen tussen 30 en 60 jaar kunnen mee doen aan een bevolkingsonderzoek. Bij een bevolkingsonderzoek worden mensen, in dit geval vrouwen, uitgenodigd om mee te doen aan een onderzoek. De vrouwen worden gecontroleerd op baarmoederhalskanker of het voorstadium van baarmoederhalskanker. De controle vindt plaats door middel van een uitstrijkje. Een uitstrijkje is een onderzoek om het voorstadium of de daadwerkelijke baarmoederhals kanker op te sporen. Wanneer een voorstadium of de kanker is vast gesteld kan deze behandeld worden.

 

Uitstrijkje

Als preventie kan ook een uitstrijkje worden gemaakt. Vrouwen tussen de 30 en 60 jaar worden gevraagd mee te doen aan een bevolkingsonderzoek. Zo kan baarmoederhals kanker sneller opgespoord worden. Een uitstrijkje is een methode om te bepalen of er mogelijk baarmoederhalskanker aanwezig is.

 

Mogelijke bijwerkingen

Bij elke behandeling is een risico op bijwerkingen. Bijwerkingen hoeven niet altijd voor te komen. Het is wel handig dat men is voorbereid op eventuele bijwerkingen.

 

Gevolgen van een operatie

  • Beschadiging aan de urineleiders. Er bestaat een kleine kans de urineleiders worden beschadigd. Hierdoor kan plassen anders gaan dan gewend is.
  • Vruchtbaarheid. Wanneer de baarmoeder wordt verwijderd, kan de vrouw geen kinderen meer dragen. Het is mogelijk om één of allebei de eierstokken te behouden. Het is verstandig om dit van te voren met de arts te bespreken.
  • Ongewenst urineverlies. Dit kan ook mede komen door de beschadiging aan de urineleiders. Of aan de zenuwen van de blaas. De zenuwen zorgen er normaal voor dat de plas wordt opgehouden. Als deze beschadigd zijn, kan er op elk moment urineverlies zijn.
  • Seksuologische gevolgen. Wat de gevolgen zijn op het seksuele gebied hangt af per persoon. Doordat de baarmoederhals en/of de baarmoeder is verwijdert, kan de zin om seks te hebben verminderd zijn. Ook kan de seks zelf anders aanvoelen dan voorheen.
  • Overgang. Een vrouw kan door de operatie vervroegd in de overgang komen.

 

Voeding en baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker ontstaat door een combinatie van factoren. Het is bekend dat een gezond gewicht en een gezonde voeding het risico op kanker verkleint. Ongezond eten en een te hoog lichaamsgewicht zorgen juist voor een verhoogd risico. Echter geeft dit geen uitsluitsel. Wanneer men kanker heeft, is gezonde voeding ook erg belangrijk voor een goed herstel. Iemand met kanker heeft gezonde voeding nodig voor een optimale voedingstoestand en het kunnen verrichten van fysieke activiteiten. Het is belangrijk dat de voeding voldoende energie (kilocalorieën) en een evenwichtige samenstelling bevat.

Het is erg lastig om te bepalen wat een persoon met baarmoederhalskanker precies voor voeding nodig heeft. De behoefte is afhankelijk van leeftijd, geslacht, lichaamssamenstelling, lichaamsgewicht, fysieke activiteiten en fysieke stressfactoren zoals ziekte, koorts, infecties, behandeling en behandelingscomplicaties. Uiteraard kan er een algemeen advies gegeven worden voor het ondersteunen van het herstel bij kanker, in de zin van gezonde voeding.

 

Ondervoeding

Veel mensen met kanker hebben moeite met eten. Het risico op ondervoeding is bij baarmoederhalskanker dus verhoogd. Als men afvalt kan dit ook betekenen dat de conditie van het lichaam afneemt. Een gezonde conditie van het lichaam is juist belangrijk voor herstel van kanker. Ondervoeding zorgt dus voor een trager herstel, maar verhoogt ook de kans op complicaties tijdens of na de behandeling. Als er sprake is van onbedoeld gewichtsverlies, is het verstandig om dit te bespreken met de (huis)arts.

Het is ook mogelijk om ondervoed te raken bij overgewicht. Het lichaam valt dan teveel af, in een te korte tijd. Het is daarom verstandig om regelmatig op de weegschaal te staan. Vermoeidheid, pijnlijke- en/of uitstekende gewrichten kunnen ook een signaal van ondervoeding zijn.

 

Onderzoek 

  • Roken schijnt een groot effect te hebben op de kans van baarmoederhalskanker. Wanneer iemand rookt en daarnaast groente en fruit eet, zal deze meer groente en fruiten moeten eten. Er zal meer gegeten moeten worden om het effect van roken te niet te doen.
  • Het schijnt dat tomaten kunnen helpen om de kans op long- en baarmoederhalskanker kan verminderen. Dit blijkt uit een Koreaans onderzoek. Door de stoffen in tomaten schijnen de cellen minder te veranderen. Het zal echter nog verder onderzocht moeten worden.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken, betreffende baarmoederhalskanker, voor u tegengekomen:

  • Baarmoederhalskanker. Auteur D. Röver, Nederlands, 212 pagina's. Het boek beschrijft baarmoederhalskanker in het algemeen, het verband tussen baarmoederhalskanker en het human papilloma virus (HPV), de vaccins, testen en de gevolgen van het HPV-vaccin. Jammer dat alleen de negatieve kanten van het vaccin worden benadrukt. Het vaccin heeft ook voordelen.
  • Leren leven als een elastiekje. Auteur Katja Swager, Nederlands, 372 pagina's. In dit boek beschrijft zij haar ziekteproces betreffende baarmoederhalskanker in de terminale fase en de behandelingen die zij moet ondergaan, haar gevecht, haar angsten, maar ook haar overgave en verwelkoming van wat is: de woede, het verdriet, de pijn, tot uiteindelijk acceptatie.
  • What Every Woman Should Know About Cervical Cancer. Auteurs Nenad S. Markovic & Olivera Markovic, Engels, 248 pagina's. We expect the book will bring all readers the rationale for optimism and will provide guidance as how to gain knowledge and skills for critical thinking and making an educated decision when it will be necessary in their lives.
  • Cervical Cancer, The Essential Guide. Auteur Mary Lunnen, Engels, 104 pagina's. This no-nonsense guide gives you clear facts about cervical cancer, explaining in detail the screening process, why regular check-ups are important and how to overcome the physical and emotional challenges that cervical cancer can bring.
  • Cervical Cancer (Revised and Updated edition), e-BOOK. Auteur Dr. Tay Sun Kuie, Engels. This book serves to inform and empower women of all ages with the necessary knowledge they should have for their health and well-being.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top