Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Snellere stofwisseling

Er wordt gezegd dat een trage stofwisseling zorgt voor vetopslag en aankomen. Het versnellen van de stofwisseling zou zorgen voor gewichtsverlies.

De stofwisseling, ook wel metabolisme genoemd, is een belangrijk lichamelijk proces. Hierbij worden voedingsstoffen door middel van ingewikkelde processen omgezet in warmte en energie. Hormonen, vitaminen en mineralen spelen hierbij een grote rol. Dit vindt plaats in alle lichaamscellen. Op diverse momenten is de energiebehoefte verhoogd. Bijvoorbeeld bij lichamelijke activiteit, voedselverwerking, ziekte of als de hersenen hard moeten werken. De stofwisseling kan gezien worden als de motor in het lichaam. Deze dient bij een verhoogde energiebehoefte meer te verbranden. Er wordt in de volksmond wel gezegd dat een trage stofwisseling zorgt voor vetopslag en aankomen. Het versnellen van de stofwisseling zou zorgen voor gewichtsverlies.
De stofwisseling kan actief of juist minder actief zijn. Als iemand op bed ligt is deze minder actief dan als die persoon sport. De stofwisseling wordt middels hormonen op peil gehouden door de schildklier. Hormonen zijn stoffen die in het lichaam worden afgegeven en invloed hebben op de werking van bepaalde organen en lichamelijke processen.
Bij schildklieraandoeningen kan de stofwisseling, zonder dat de lichamelijke activiteit daarom vraagt, zowel versneld of vertraagd zijn.
 
Relatie stofwisseling en schildkier
De schildklier of thyroïd is een vlindervormig, belangrijk orgaan. Het bevindt zich voor de luchtpijp, laag in de hals. De schildklier produceert onder invloed van de hersenen schildklierhormonen. Voor de vorming van deze hormonen is jodium erg belangrijk. 
Bij een tekort (hypothyreoïdie) of teveel (hyperthyreoïdie) loopt het metabolisme (de stofwisseling) respectievelijk te traag of te snel. Te traag zorgt voor vetopslag en te snel voor ongewenst gewichtsverlies. Bij langere tijd vasten, dan wil het lichaam zuiniger omgaan met de overgebleven energie. De hersenen laten de schildklier minder schildklierhormonen produceren. Een bekende schildklieraandoening, struma of krop genaamd, komt voor bij een tekort aan jodium. Hierdoor kan de schildklierfunctie ontregeld raken. Dit komt voornamelijk voor in derdewereldlanden waar vaak minder jodium in de voeding zit. Ook een teveel aan jodium kan voor schildklierklachten zorgen. Vrouwen hebben vaker problemen met hun schildklier, waarschijnlijk zijn vrouwelijke geslachtshormonen de boosdoener.
 
Hoe werkt het?
Stofwisseling wordt vaak verward  met spijsverteringDe spijsvertering vindt plaats na de maaltijd in het spijsverteringskanaal, dat onder andere uit de mond, maag en darmen bestaat. De spijsvertering zorgt voor de opname van voedingsstoffen. De stofwisseling daarentegen vindt 24 uur per dag plaats, in alle lichaamscellen. Hierbij worden de opgenomen voedingsstoffen verwerkt. Binnen de stofwisseling speelt de energiebehoefte een grote rol. Hiermee wordt bedoeld hoeveel kilocalorieën (kcal) iemand nodig heeft.
 
De energiebehoefte wordt bepaald door vier factoren:
  • basaal stofwisseling;
  • lichamelijke activiteit;
  • energie voor voedselverwerking;
  • omstandigheden die meer energie vereisen.
 
Basaalstofwisseling (BMR)
De basaalstofwisseling is het energieverbruik van een persoon in rust. Het wordt ook wel ruststofwisseling genoemd. Als een persoon rust, is er altijd een minimum niveau aan stofwisseling aanwezig. Er kan worden gemeten en berekend hoeveel het lichaam in rust (geen slaap) en zonder voedsel in de maag, verbruikt. Dit verschilt per persoon. De BMR is afhankelijk van geslacht, leeftijd, lengte, gewicht en lichaamssamenstelling. De hoogte van de basaalstofwisseling bepaalt grotendeels hoeveel energie iemand nodig heeft.
In rust wordt de energie gebruikt voor onder andere de ademhaling, hartslag, bloedsomloop en het warm houden van het lichaam (thermogenese). Vooral de hersenen verbruiken in rust veel energie. Over het algemeen wordt 60-75% van de totale energie gebruikt voor het basaalmetabolisme. Ook tijdens de slaap verbruikt het lichaam energie. 
Het gehele energieverbruik, wordt sterk beïnvloed door het spier- en vetweefsel. Spieren verbranden calorieën, vetmassa niet. Ook in de rustfase verbranden spieren energie. Een grotere spiermassa verbrandt dus meer. Spieren zorgen ongeveer voor 10-30% van het energieverbruik. Ook de spier- en vetverdeling is hierbij van belang. Een vrouw heeft gemiddeld 10% meer vetweefsel dan een man. Dat verklaart waarom vrouwen een lagere energiebehoefte dan mannen hebben. De stofwisseling bij vrouwen werkt gemiddeld trager dan bij mannen. Daarnaast hebben jongere mensen een hogere basaalstofwisseling dan ouderen. Dit komt door actievere lichaamscellen. Ook verandert de lichaamssamenstelling bij het ouder worden. Het spierweefsel neemt af en het vetweefsel toe.
 
Lichamelijke activiteit
De mate van lichamelijke activiteit is van grote invloed op de energiebehoefte. Verschillende activiteiten hebben een verschillend energieverbruik. Bijvoorbeeld wandelen, fietsen, tennissen of skiën. Het energieverbruik kan per activiteit berekend worden. Zo kost een uurtje hockeyen 8,0 kcal per kg lichaamsgewicht. Om het energieverbruik te berekenen dient het lichaamsgewicht vermenigvuldigd te worden met 8,0 kcal. Een persoon van 65kg zou tijdens 1 uur hockey gemiddeld 520 kcal verbranden. De diëtiste kan op deze manier vele soorten lichamelijke activiteiten berekenen.
 
Voedselverwerking
Met de voeding komt energie binnen. Een gedeelte van deze energie wordt verbruikt tijdens het verwerken van voedsel. Het verteren en verwerken van voedsel kost energie. Dit wordt ook wel het “thermisch effect” of “specifiek dynamische werking” genoemd. Het thermisch effect omvat gemiddeld 10% van de totale energiebehoefte. 
Het verwerken van eiwit, vezels en lange koolhydraten kost het lichaam veel energie. Lange koolhydraten zijn meerdere korte koolhydraten aan elkaar gekoppeld. Het thermisch effect van korte koolhydraten en vetten ligt wat lager.
 
Omstandigheden die ook energie kunnen vereisen
Ziekte, koorts, herstel na training, groei, zwangerschap en borstvoeding zijn omstandigheden die extra energie kunnen vereisen. Maar ook zenuwachtig zijn, extreme hoge of lage temperaturen. Dit komt omdat het lichaam hier harder voor moet werken en dus meer energie nodig heeft.
De optelsom van deze vier factoren laat zien hoeveel een persoon qua voeding nodig heeft. Echter, dit is lastig om precies te meten aan de hand van zoveel factoren. Een diëtist is hier vertrouwd mee.
 
Meetmethode
Het energiegebruik kan vrij nauwkeurig gemeten worden met behulp van indirecte calorimetrie. Het is de bedoeling dat men ligt tijdens de meting. Daarnaast mag er 5 uur van te voren niet gegeten worden. Drinken kan tot een half uur van te voren. Tijdens de meting wordt de adem gedurende 15-30 minuten gemeten via een computer. Met behulp van een doorzichtige kap die over het hoofd en de hals wordt geplaatst wordt de uitgeademde lucht opgevangen. De lucht wordt via continue circulatie ververst. Er wordt geanalyseerd hoeveel zuurstof het lichaam verbruikt en koolstofdioxide (CO2) aangemaakt wordt. Hieruit is te berekenen hoeveel energie het lichaam gebruikt bij het rustig liggen zonder voedsel te verteren. Het zuurstofverbruik heeft namelijk een vaste relatie met het energieverbruik van het lichaam. Het energieverbruik wordt aangeduid in kilocalorieën per dag. Deze methode vergt veel tijd en het apparaat is erg duur. In de praktijk wordt er meestal een schatting gemaakt van iemands energiegebruik. Diëtisten gebruiken formules waarbij het geslacht, lengte, gewicht en leeftijd nodig zijn. Evenals aanvullingen van ziektefactoren, activiteit factoren en overige optellingen zoals stress en zwangerschap.
 
Voeding
Het lichaamsgewicht is normaal gesproken in een balans tussen energieopname en -verbruik. De wisselwerking tussen lichaamscellen vergt energie. Als deze wisselwerking sneller kan verlopen, verbrandt men meer energie en valt men af, is de theorie.
 
De stofwisseling gebruikt voedingsstoffen om processen in het lichaam aan te sturen zoals: 
  • voedingsstoffen opnemen in het lichaam;
  • energie vrijmaken uit de opgenomen voedingsstoffen;
  • energie en eiwit gebruiken om de processen in het lichaam aan te sturen. Eiwit is een bouwstof. Bouwstoffen worden onder andere gebruikt voor de aanmaak van stoffen voor de stofwisseling;
  • het vastleggen van reservestoffen. Het lichaam slaat energie op in de lever, de spieren of het vetweefsel. Die energie kan worden gebruikt als er te weinig energie uit voeding aanwezig is in het lichaam;
  • het verwerken van afvalstoffen (vanuit het lichaam of bijv. van medicijnen) en een teveel aan bouwstoffen.
snellere stofwisselingbasaalmetabolismeschildklierstrumaanabolismekatabolismedetox-dieetEen leven lang fitgewichtsverliesenergiehormonenspijsverteringlichamelijke activiteitspierweefselvetweefselziektekoortsherstelgroeizwangerschapindirecte calorimetrieeiwitkoolhydratenvetchilipepersnelle suikersmeer eetmomentengoede nachtrustontbijtenvastenrokentrage stofwisseling
Het metabolisme (de stofwisseling) kan worden onderverdeeld in anabolisme en katabolisme:
  • Anabolisme: de opbouw van stoffen oftewel energieaanmaak. Opbouw van spieren of het opslaan van vet en koolhydraten.
  • Katabolisme: de afbraak van stoffen oftewel energieverbranding, zijnde de energielevering aan het lichaam.
 
De stoffen die worden aangemaakt of verbrand zijn voedingsstoffen. Voedingsstoffen zijn stoffen waaruit voeding bestaat, namelijk eiwit, koolhydraten en vet. Deze stoffen kunnen worden opgeslagen als lichaamsvet, lichaamseiwit of glycogeen (opgeslagen suiker). De voedingsstoffen kunnen ook direct worden gebruikt om bijvoorbeeld energie te leveren of als bouwstof.
 
Effectiviteit
Om de stofwisseling sneller te laten verlopen zijn veel theorieën bedacht. Er is echter maar weinig onderzoek gedaan of en hoe het te beïnvloeden is. De stofwisseling van een mens is lastig te onderzoeken, omdat het een geheel van processen is. De vier factoren van de energiebehoefte zijn los van elkaar wel te onderzoeken. De invloed van de lichaamssamenstelling en activiteit zijn goed te meten. Het energieverbruik van de voedselverwerking en overige factoren zijn moeilijker te meten. Er wordt dus een schatting gemaakt.
Er zijn verschillende diëten gebaseerd op een versnelde stofwisseling. Bijvoorbeeld Een Leven Lang Fit en het Detox-dieet.
 
Onderzoek
  • In de evolutie heeft de mens door zijn snelle stofwisseling een grote verandering doorgemaakt. Hierdoor hebben de hersenen door kunnen groeien. De hersenen blijken nog niet klaar te zijn met evolueren. Waarschijnlijk is de hersenziekte schizofrenie een bijproduct van deze snelle ontwikkeling blijkt uit een onderzoek.
  • Uit een ander onderzoek blijkt dat grote dieren een trage stofwisseling hebben. En grotere dieren leven langer dan kleinere dieren met een snellere stofwisseling. Het onderzoek keek ook naar het verschil binnen één diersoort. Hier was het effect omgedraaid. Muizen met een snellere stofwisseling leefden 1/3 langer dan muizen met een trage stofwisseling. In theorie zou een mens met snelle stofwisseling 27 jaar langer leven dan een mens met een trage stofwisseling. De werkelijkheid zit ingewikkelder in elkaar dus deze conclusie kan niet getrokken worden.
  • Slaaptekort beïnvloedt de stofwisseling. Een onderzoek bij ratten die slechts vier uur per dag mogen slapen, liet dit zien. De ratten aten hierdoor meer maar kwamen niet aan. Uit bloedwaardes werd verondersteld dat de stofwisseling verhoogd was. Of dit bij mensen ook het geval is, is niet bekend.
  • Kelptabletten en zeewier bevatten grote hoeveelheden jodide, een vorm van jodium. Bij een teveel aan jodium kan de schildklier ontregeld raken en daarbij het metabolisme.
 
Op het internet worden allerlei andere trucs genoemd die de stofwisseling zouden beïnvloeden:
  • Meer eetmomenten op een dag, ongeveer elk uur, zou de stofwisseling versnellen. Dit is wetenschappelijk onderzocht, maar verschillende onderzoeken spreken elkaar tegen.
  • Roken verhoogt het metabolisme in kleine mate, stoppen met roken kan daardoor zorgen voor gewichtstoename. Dit is echter een kleine hoeveelheid, snoepen is vaker de boosdoener.
  • Ontbijten zou de stofwisseling aan de gang zetten. Ontbijten zorgt voor een goede opstart van de spijsvertering. Dus niet van de stofwisseling. De stofwisseling werkt 24 uur per dag 7 dagen in de week door.
  • Chilipeper zou een speciaal stofje bevatten dat het metabolisme versnelt. Het schijnt dat men hier een medicijn van wil maken om af te vallen, maar het is nog niet goedgekeurd door de Europese Commissie. Hier wordt nog onderzoek naar verricht.
  • Snelle suikers vermijden helpt de stofwisseling te versnellen. Snelle suikers/koolhydraten zoals witte suiker, wit meel en witte rijst zijn sneller om te zetten in het stofje glucose. Het lichaam hoeft er minder lang voor te werken als voor bijvoorbeeld volkorenmeel.
  • Van eten voor het slapen gaan wordt men niet dikker. Dat verschil wordt verklaard in het verschil tussen spijsvertering en stofwisseling. Het is de bedoeling dat er over de hele dag gezien evenveel verbrand wordt als er gegeten wordt. Het tijdstip maakt voor het lichaam niet veel uit.
 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande producten, betreffende afvallen, voor u tegengekomen:

 
Weten hoe?

Uitgeschreven voedingsadvies kunt u eenvoudig via onderstaande 'volg onze suggestie' bestellen. De uitgeschreven adviezen zijn alleen geschikt voor volwassenen van 18 t/m 70 jaar.

 

Bestel suggestie
CategorieDienstPrijs
AdviesVoedingsadvies9,95
Totaal€ 9,95

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist (zoals via DietCetera) of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top