Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Spijsvertering

Spijsverteringsproblemen kunnen ontstaan door een lage vezel- of vochtinname. Maar ook verkeerd toiletgedrag kan spijsverteringsklachten geven zoals aambeien.

Spijsvertering betekent letterlijk ‘het verteren van spijzen’. Dit betekent het afbreken van voedsel in kleinere voedingsstoffen. Een voedingsstof is onderdeel van het voedsel dat het lichaam kan opnemen. Het voedsel bestaat uit verschillende voedingsstoffen:
  • Koolhydraten: Koolhydraten zijn zetmeelachtige stoffen die sterk op suiker lijken. Enkele voorbeelden van voedingsmiddelen waar koolhydraten in zitten zijn: brood, aardappelen en rijst. Het lichaam gebruikt koolhydraten om energie uit te halen voor het lichaam.
  • Vetten: Vet kan net als koolhydraten gebruikt worden als brandstof. Dit doet het lichaam als er onvoldoende koolhydraten in het lichaam aanwezig zijn. Vet kan ook opgeslagen worden in het lichaam, als hier teveel van wordt gegeten.
  • Eiwitten: Eiwitten zijn bouwstoffen en zijn van belang bij het herstel en de opbouw van het lichaam. Eiwit zit bijvoorbeeld in melk, vlees en vis.
  • Vitaminen en mineralen: Vitaminen en mineralen zijn belangrijke stofjes voor het lichaam. Vitaminen en mineralen zijn hulpstoffen die bepaalde functies in het lichaam beter laten verlopen. Een voorbeeld hiervan is het afweersysteem. Het afweersysteem is een verdedigingsmechanisme van het lichaam. Als een ziekteverwekker, zoals een bacterie of een andere stof, het lichaam binnen komt, zorgt het afweersysteem ervoor dat het lichaam hier niet ziek van wordt. Vitamines en mineralen versterken het afweersysteem. Sommige vitamines en mineralen hebben andere taken en spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol in het verbranden van energie.
  • Alcohol: Alcohol behoort ook tot de voedingsstoffen. Het verschil met koolhydraten, vetten, eiwitten en vitaminen en mineralen is dat alcohol geen belangrijke functie heeft in het lichaam. Alcohol wordt veelvuldig gebruikt in allerlei dranken, zoals bier en wijn. Alcohol is een afbraakproduct van gist. Gist behoort tot de micro organismen, waar bacteriën ook onder behoren. Alcoholische dranken bevatten van oorsprong veel suiker. Hier wordt gist aan toegevoegd en het gist eet van het suiker en maakt hier alcohol van. Een grote hoeveelheid alcohol is slecht voor het lichaam.
  • Water: In tegenstelling tot alcohol is water wel een belangrijke voedingsstof. Water zuivert het lichaam en heeft een beschermende functie. Een voorbeeld hiervan zijn de hersenen. De hersenpan bevat vocht om de hersenen te beschermen tegen schokken en stoten. De hersenpan kan vergeleken worden met een holte gevuld met vocht.
Alles wat men eet of drinkt moet kleiner worden gemaakt. Dit moet omdat de voedingsstoffen die in het voedsel zitten dan gemakkelijk door het lichaam vervoerd kunnen worden. Het lichaam kan de voedingsstoffen vervolgens omzetten in energie en bouwstoffen. Het menselijk lichaam heeft energie nodig om te bewegen en organen te laten werken. Bouwstoffen zijn nodig om lichaamscellen op te bouwen en kapotte cellen te repareren. Bijvoorbeeld bij ziekte.
 
Het spijsverteringskanaal
De spijsvertering vindt plaats in het spijsverteringskanaal. Het spijsverteringskanaal is een verzamelnaam voor alle organen die betrokken zijn bij het verteren en het opnemen van voedingsstoffen. Het spijsverteringskanaal bevat veel organen. Een orgaan is een lichaamsdeel dat een speciale taak heeft. Het spijsverteringskanaal begint in de mond en eindigt, populair gezegd, bij de kont. In onderstaande afbeelding is te zien welke organen onderdeel uitmaken van het spijsverteringsstelsel en waar deze zich in het lichaam bevinden.
Het verteren van voedsel is een ingewikkeld proces en duurt gemiddeld 24 tot 48 uur. Dit is afhankelijk van het gegeten voedsel en de hoeveelheid voedsel. De organen van de mond tot de anus zijn achtereenvolgens: mond, slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm en de anus. Al deze organen hebben een speciale functie in de vertering van voeding. Naast deze organen zijn er andere organen betrokken bij de spijsvertering. Dit worden hulporganen genoemd.
 
Deze organen maken deel uit van de vertering en staan in verbinding met de organen. Dit zijn de speekselklieren, de alvleesklier, de lever en de galblaas. De speekselklieren bevinden zich in de mond en maken een grote hoeveelheid speeksel per dag aan. Een ander woord voor speeksel is ‘spuug’. Speeksel bevat enzymen die meewerken in de vertering. Een enzym is een stof die een reactie of proces/taak kan versnellen. Speeksel kan bijvoorbeeld een begin maken met het verteren van koolhydraten door deze in kleinere stukjes te knippen. Grote stukken koolhydraten zoals zetmeel kan het speeksel niet geheel doorknippen en worden in de organen verder verteerd.
De alvleesklier is een orgaan dat alvleessap maakt. Alvleessap bevat dezelfde enzymen als speeksel, maar dan veel sterker. De alvleesklier helpt bij het verteren van koolhydraten. De lever is een groot orgaan dat erg belangrijk is voor het lichaam. De lever maakt het bloed schoon van afvalstoffen. De galblaas staat in verbinding met de lever en maakt gal. Gal is een stof die vet kan opsplitsen in kleine bolletjes en helpt mee in het afbreken van vet.
 
Vertering
Mond
In de mond wordt een begin gemaakt met het verteren van de voedselbrij. Een voedselbrij is het eten dat iemand heeft gegeten, gemengd met speeksel. Het eten wordt vanaf de mond verteerd en begint vanaf het moment dat de voedselbrij in de mond terecht komt. De tanden en kiezen vermalen de voedselbrij in kleinere stukken. Tijdens het vermalen werken speekselenzymen in op de voedselbrij. Speekselenzymen zijn  aanwezige stoffen in het speeksel die meehelpen in de vertering. Speeksel wordt in de speekselklieren gemaakt. Alle speekselklieren produceren per dag ongeveer anderhalve liter vocht. Naast het verteren zorgt speeksel dat de voedselbrij slijmerig en dun wordt. Vervolgens wordt de voedselbrij doorgeslikt en komt in de slokdarm terecht.
 
Slokdarm
De slokdarm is een gespierde buis die de keelholte met de maag verbindt. De enige functie van de slokdarm is het transporteren van de voedselbrij naar de maag. Tijdens dit transport gaat de vertering van zetmeel gewoon door.
 
Maag
De maag is een gespierde opslagruimte die krachtig samentrekt en het voedsel kneedt en fijn maakt. De maag lijkt op een gekromde boon. Aan de bovenkant zit de maag verbonden met de slokdarm en aan de onderkant met de dunne darm. De dunne darm is een orgaan waar de vertering en opname van voedingsstoffen plaatsvindt. Ongeveer een kwartier nadat de eerste hap is doorgeslikt begint de maag krachtige bewegingen te maken. De maaginhoud wordt dan gekneed en vermengd met maagsap. Een ander woord voor maagsap is maagzuur. De maag heeft een hoge zuurgraad. Dit komt door het aanwezige maagsap. Maagsap wordt door de maagwand geproduceerd en bevat:
  • slijm;
  • water;
  • zoutzuur (zuur water);
  • pepsine, een enzym dat eiwit in kleine stukjes knipt.
Maagsap zorgt er voor dat bacteriën worden gedood. Maagsap lost ook het kalk en collageen houdende deeltjes op, zoals visgraten en botsplinters. De aanwezige hoeveelheid slijm heeft de taak om de maagwand te beschermen tegen maagzuur en pepsine. Pepsine is een enzym dat eiwitten uit de voedselbrij afbreekt in kleinere stukken eiwit. Deze stukken eiwit worden aminozuren genoemd. Koolhydraten worden gewoon verder verteerd tijdens dit proces in de maag. Vervolgens wordt de gehele voedselbrij naar de dunne darm getransporteerd. Dit gebeurt in kleine etappes. Aan het einde van de maag zit een sluitspier. De sluitspier is een spier die de maag afsluit en steeds kleine hoeveelheden voedsel naar de dunne darm laat gaan. Dit heet maaglediging oftewel het leegmaken van de maag. De maaglediging gaat geleidelijk en duurt ongeveer drie uur. Bij een vetrijke maaltijd duurt dit ongeveer zeven uur. Dit komt doordat bij de vetafbraak die in de twaalfvingerige darm (voor toelichting zie de volgende paragraaf) begint, vetzuren ontstaan. Vetzuren zijn bestanddelen van vet. Door deze toevoeging van vetten duurt de ontzuring van de voedselbrij langer. Wanneer de voedselbrij veel eiwitten bevat, zal de maaglediging ook langer duren. Omdat eiwitten al deels in de maag worden verteerd, zal eiwitrijk voedsel langer in de maag blijven om te verteren. En dit vertraagt het leeg maken van de maag. Grote hoeveelheden alcohol vertragen ook het leegmaken van de maag.
 
Dunne darm
In de dunne darm vindt de eindvertering plaats en worden de voedingsstoffen opgenomen. De wand van de dunne darm bestaat van buiten naar binnen uit drie lagen. Een dubbele spierlaag, bindweefsellaag en een slijmvlieslaag. Het slijmvlies is sterk geplooid (verwijd) en heeft uitsteeksels. Deze uitsteeksels heten darmvlokken. De darmvlokken zijn erg klein en dus slecht waarneembaar. De darmvlokken zijn in staat om de darm te vergroten. Dit maakt het opnemen van voedingsstoffen gemakkelijk. De dunne darm kan in totaal een oppervlakte hebben van zo’n 150-200 vierkante meter. Dit kan men vergelijken met de oppervlakte van een tennisveld. De dunne darm zelf bestaat uit drie delen; namelijk: de twaalfvingerige darm, de nuchtere darm en de kronkeldarm.
  • Twaalfvingerige darm: De twaalfvingerige darm heeft een lengte van ongeveer twaalf vingers, wat neerkomt op 25 centimeter. In de twaalfvingerige darm wordt de zure voedselbrij geneutraliseerd. Geneutraliseerd betekent dat het onverteerde voedsel ontzuurd wordt. De voedselresten zijn zuur van het maagzuur. Dit moet ontzuurd worden zodat verteringsenzymen beter kunnen inwerken.
  • Nuchtere darm en kronkeldarm: De nuchtere darm is ongeveer 2 meter lang en ligt in de buikholte. De nuchtere darm gaat zonder duidelijke overgang over in de kronkeldarm. De kronkeldarm en de nuchtere darm hebben twee belangrijke taken: Voortduwen en het mengen van voedselresten met verteringssappen: De nuchtere darm en de kronkeldarm duwen met krachtige bewegingen de voedselbrij naar voren. De voedselbrij wordt vermengt met verteringssappen om de voedselbrij nog kleiner te maken. Afbraak en opname van voedingsstoffen: In de nuchtere en kronkeldarm worden de voedingsstoffen afgebroken en opgenomen.

 

Dikke darm
Voedselresten die overblijven worden uit het lichaam verwijderd via de dikke darm naar de endeldarm en van de endeldarm via de anus naar buiten. De dikke darm is een orgaan dat onverteerde voedselresten bewaart. De dikke darm heeft een lengte van ongeveer 1,5 meter. Een andere taak van de dikke darm is het opnemen van zout en water uit de voedselbrij. Hierdoor wordt de ontlasting ingedikt. In de dikke darm bevinden zich ook de meeste bacteriën. Deze bacteriën vormen de zogenaamde microbiota of, in de volksmond, de darmflora. Uiteindelijk worden alle afvalstoffen die zich bij de darminhoud hebben gevoegd, samen met de overgebleven stoffen naar de endeldarm getransporteerd. De endeldarm is het eindstation van de dikke darm. De endeldarm slaat de ontlasting op. Als de endeldarm vol is voelt men dit als ‘aandrang’ en via de anus wordt de ontlasting naar buiten gebracht.
spijsverteringorganenvezelsvochtspijsverteringsklachtenAmylaseLipasebrandend maagzuuropgeblazen gevoelobstipatietwaalfvingerige darmnuchtere darmkronkeldarmvoedingsstof

Opname van voedingsstoffen

In de nuchtere darm, de kronkeldarm en de dikke darm worden voedingsstoffen opgenomen.

  • Opname van koolhydraten: Suikers die in de twaalfvingerige darm zijn gevormd uit koolhydraten worden in de nuchtere darm opgenomen. De overige koolhydraten die de twaalfvingerige darm niet heeft verteerd, omdat ze bijvoorbeeld te groot zijn, moeten door de nuchtere darm verder worden verteerd. De vertering van koolhydraten verloopt op dezelfde manier als in de twaalfvingerige darm. Vervolgens worden de koolhydraten door de darmwand opgenomen.
  • Opname van eiwitten: Bij de opname van eiwitten bestaat er een taakverdeling tussen de nuchtere darm en de kronkeldarm. De nuchtere darm is goed in staat om peptiden op te nemen. Peptiden zijn half afgebroken (kleine) eiwitstukjes. De kronkeldarm neemt geheel afgebroken eiwitstukjes op. Geheel afgebroken eiwitmoleculen worden ook aminozuren genoemd. Aminozuren wordt gebruikt voor de opbouw van spieren bot en huid.
  • Opname van vet: In het darmsap is ook het enzym lipase aanwezig. Lipase is een stofje dat in staat is om vet te splitsen. Lipase wordt hierbij ondersteund door gal. Gal verlaagt de oppervlaktespanning van de vetdruppels. Hierdoor vallen de vetdruppels in kleinere vetdruppels uiteen. Dit proces heet emulgatie. Om vetten goed op te nemen wordt de hele dunne darm benut.
  • Opname van vitaminen en mineralen: Vitaminen en mineralen worden in de nuchtere darm geabsorbeerd. Alleen vitamine B12 wordt in de kronkeldarm geabsorbeerd.
  • Opname van vocht: Een groot deel van het vocht wordt in de dikke darm opgenomen. De dikke darm is een orgaan waar onverteerde voedselresten  waar het lichaam niks mee kan, worden opgeslagen.

 

Overige stoffen

De stoffen die overblijven, zijn vezels. Vezels worden niet opgenomen in de darmen. Vezels zijn stofjes die van nature aanwezig zijn in plantaardige voedingsmiddelen. Er zijn twee verschillende soorten vezels. Oplosbare vezels en onoplosbare vezels.

  • Onoplosbare vezels: Onoplosbare vezels absorberen veel vocht. Hierdoor neemt de volume van het voedsel toe. De vezels stimuleren de darmbewegingen, waardoor de darmpassage sneller verloopt. Onoplosbare vezels zijn ook in staat om slecht cholesterol te binden. Hierdoor verlaagt het cholesterolgehalte van het bloed. Cholesterol is een vetachtige stof die het lichaam niet kan afbreken. Hierdoor kleeft cholesterol aan de bloedvaten vast. Onoplosbare vezels zitten voornamelijk in graanproducten.
  • Oplosbare vezels: Oplosbare vezels nemen ook vocht op, alleen niet zoveel als de onoplosbare vezels. Dit geeft als resultaat dat de ontlasting zacht wordt. Het toegenomen volume prikkelt de darmbewegingen en vermindert verstoppingen in de darm. Oplosbare vezels zijn goed oplosbaar in water en worden door de darmbacteriën in de dikke darm afgebroken. Oplosbare vezels zitten voornamelijk in groente en fruit.

 

Spijsverteringsklachten

Veel mensen hebben wel eens last van spijsverteringsklachten. Spijsverteringsklachten zijn problemen met het ‘verteren’ of opnemen van voedingsstoffen. Hier zijn verschillende oorzaken voor te noemen. Een reden hiervoor is bijvoorbeeld wanneer men door een operatie een stuk van de dunne darm mist. Spijsverteringsklachten kunnen ook optreden als er ‘weinig’ voedingsvezels worden gebruikt in de voeding en wanneer er weinig water wordt gedronken. De meest voorkomende spijsverteringsklachten zijn:

  • Divertikels (harde stukjes in de darmwand, dit kan ontstaan door hard te persen);
  • Boeren (tijdens het eten ingeademde lucht die via de mond naar buiten komt);
  • Brandend maagzuur (het vaak terugstromen van maagzuur naar de slokdarm);
  • Obstipatie (dit is een verstopping van ontlasting in de darm);
  • Opgeblazen gevoel (het gevoel dat de buik vol zit met gas);
  • Diarree (dunne waterige ontlasting);
  • Aambeien (zwelling van de anus).

 

Voeding

Bij spijsverteringsproblemen speelt voeding en leefstijl een belangrijke rol. Bij voeding kan er sprake zijn van een lage vezel- of vochtinname. Vezels vormen een belangrijk bestanddeel van de voeding. Vezels zitten in plantaardige voedingsmiddelen zoals groente, fruit en brood. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheden liggen rond de 30 à 40 gram per dag. Vezels zorgen voor een goede stoelgang. Naast een goede stoelgang zorgen vezels voor verzadiging. Dit betekent dat men sneller verzadigd is (vol zit) als er voedingsmiddelen met vezels worden gegeten. Vezels dragen hierdoor ook positief bij aan een gezond gewicht. Het is ook belangrijk om voldoende te drinken. Vocht bindt zich met de vezel en zorgt ervoor dat de vezel kan werken. Onder vocht wordt verstaan: alles wat men kan drinken. Bijvoorbeeld: water, thee, vruchtensap en koffie. Een lage vochtinname kan voor spijsverteringsklachten zorgen, omdat de vezel dan niet goed kan werken. Dit is ook het geval als men wel genoeg vezels binnenkrijgt, maar weinig drinkt. De fabrieken voegen regelmatig ‘extra’ vezels toe aan een voedingsmiddel om het vezelgehalte te verhogen. De toegevoegde vezel wordt prebiotica genoemd. Het is bewezen dat prebiotica bijdraagt aan een gezonde darmflora. Prebiotica stimuleert de groei van de darmbacteriën. De darmbacteriën eten van de vezels en produceren afvalstoffen zoals boterzuur. Deze afvalstoffen remmen de hechting van slechte bacteriën aan de darmwand. Een goede darmflora speelt dus mee in het bestrijden van ‘indringers’ en ontstekingen. Prebiotica wordt bijvoorbeeld toegevoegd aan vezeldrankjes, smoothies en vezelrijk wit brood.

Naast prebiotica bestaan er probiotica. Probiotica zijn ‘levende’ bacteriën die toegevoegd zijn aan yoghurtdrankjes. Voor deze toevoeging worden duizenden bacteriën gebruikt. Een hoeveelheid van deze bacteriën wordt gedood door het maagzuur. Slechts een kleine hoeveelheid komt in de darmen terecht. Het is nog niet wetenschappelijk bewezen dat probiotica een bijdrage leveren aan het afweersysteem. Hier wordt nog onderzoek naar gedaan. Het is raadzaam om de oorzaak van spijsverteringsklachten te achterhalen. Een diëtist (bijvoorbeeld van DietCetera) kan hierbij helpen. Een diëtist is standaard gespecialiseerd op het gebied van ‘goede’ voeding. De diëtist kan een plan opstellen om de spijsverteringsproblemen aan te pakken. Tevens kan de diëtist ook praktische adviezen geven rondom de leefstijl en beweging.

 

Onderzoek

  • Nederlanders eten onvoldoende vezels. Dit blijkt uit het onderzoek van de Maag Lever Darm Stichting. Ruim 90 procent van de Nederlandse bevolking krijgt te weinig vezels binnen. Nederlanders zijn zich onvoldoende bewust van de hoeveelheid vezels die ze binnen krijgen. 68 procent van de ondervraagden dacht genoeg vezels te eten, maar slechts tien procent krijgt ook daadwerkelijk genoeg vezels binnen.
  • Ruim de helft van de Nederlanders stelt een toiletbezoek uit. Hierdoor kunnen stoelgangproblemen ontstaan. Dit blijkt uit onderzoek van de Maag Lever Darm Stichting. Gezond toiletgedrag kan stoelgangproblemen verminderen of zelfs voorkomen. Onder gezond toiletgedrag wordt verstaan: direct naar het toilet gaan bij het voelen van aandrang en de tijd nemen om naar het toilet te gaan. Daarnaast is een goede spijsvertering erg belangrijk.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande producten en diensten, betreffende de spijsvertering, voor u tegengekomen:

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top