Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Fructose intolerantie

Fructose kan verborgen zitten in producten. Fructose zit bijvoorbeeld in bepaalde medicijnen verwerkt, vruchtensap, soep, sausjes en alles wat gezoet wordt.

De naam ‘intolerantie’ stamt af van het Latijnse woord ‘tolerantia’. Intolerantie betekent onverdraagzaamheid. Bij een intolerantie is er sprake van een ongewone lichamelijke reactie op een bepaalde stof. Men kan last hebben van een intolerantie voor medicijnen of alcohol. Maar er bestaat ook voedselintolerantie. Bij een voedselintolerantie kunnen bepaalde voedingsmiddelen niet of maar in kleine hoeveelheden genuttigd worden. Bij fructose intolerantie treden er klachten op na het nuttigen van producten met fructose. Dit komt veel voor in Westerse landen, dus ook in Nederland. Naar schatting heeft 36% van de Europeanen te maken met fructose intolerantie, waarvan de helft ook klachten ervaart.

 

Fructose

Fructose is een suikervorm die voorkomt in natuurlijke producten. Fructose kan ook gebruikt worden als zoetstof in de voedingsmiddelenindustrie (fabriek). Een ander woord voor fructose is ’vruchtensuiker’. 

Fructose komt onder andere voor in de vorm van fructo-oligiosachariden, andere woorden hiervoor zijn fructanen en inuline.

  • Fructanen zijn grote ketens fructosemoleculen met één sacharosemolecuul eraan. Een ander woord voor sacharose is suiker. Een molecuul is een klein gedeelte van een stof met dezelfde eigenschappen. Een fructosemolecuul heeft bijvoorbeeld dezelfde eigenschappen als de stof fructose.
  • Inuline is familie van fructaan. Het verschil is dat deze stof meer ketens fructose moleculen bevat. Zowel fructanen en inuline worden tot voedingsvezels gerekend. In de voedingsmiddelenindustrie worden deze voedingsvezels gebruikt om het vezelgehalte van een product te verhogen.

Voorbeelden van voedingsmiddelen waar fructanen en inuline van nature in zitten zijn: uien, prei, knoflook en artisjokken. Fructose kan ook voorkomen als ‘pure’ fructose. Dit betekent dat het voedingsmiddel enkel fructose bevat en dus niet gebonden zit aan een ander stofje. Vrije fructose zit bijvoorbeeld in bepaalde groente- en fruitsoorten en honing. In sommige gevallen zit fructose gebonden aan een glucosemolecuul. In dat geval is het geen vrije fructose meer. Glucose is ook een suiker en lijkt qua bouw op fructose, daarom kunnen deze twee moleculen goed hechten. Glucose is een belangrijke energieleverancier voor het lichaam.

 

Allergie en intolerantie

Een intolerantie  moet niet verward worden met een voedselallergie. Bij een voedselallergie komt het afweersysteem in actie. Een ander woord voor afweersysteem is immuunsysteem. Het immuunsysteem zorgt ervoor dat het lichaam beschermd is tegen allerlei infecties en gevaren van buitenaf. Bij een voedselallergie ziet het lichaam een bepaalde (voedings)stof als lichaamsvreemd. Zeer kleine hoeveelheden kunnen al een reactie veroorzaken. Het gevolg van deze reactie is dat het lichaam stoffen gaat aanmaken om het ‘vreemde’ stofje op te ruimen. Tijdens het opruimen van de ‘vreemde stof’ komt histamine vrij. Histamine is het stofje dat allerlei allergische reacties teweeg brengt. Een andere benaming voor voedselallergie is een allergische voedselovergevoeligheid.

Het tegenovergestelde van een allergische voedselovergevoeligheid is een niet-allergische voedselovergevoeligheid ofwel intolerantie. Een intolerantie is in tegenstelling tot een allergie niet levensbedreigend, maar kan wel erg vervelend zijn. Een reactie treedt alleen op bij een bepaalde hoeveelheid van een voedingsmiddel of voedingsstof. Bij andere mensen hoeft dezelfde hoeveelheid geen klachten te geven. De klachten na inname van de desbetreffende voedingsstof wordt intolerantiedrempel of drempelwaarde genoemd. Een intolerantiedrempel kan vergeleken worden met een glas waar fructose in zit. Als het glas erg vol zit, dus wanneer er sprake is van ergere gevoeligheid, stroomt het glas over als er meer fructose wordt toegevoegd. Is het glas voor de helft vol, stroomt het niet zo snel over dan wanneer de glas al redelijk vol zit. En kan het glas meer fructose aan. De tolerantiedrempel varieert per persoon. Er is geen duidelijke lijn te trekken welke hoeveelheid voor klachten zorgt. Dit kan  variëren tussen de 0.5 en 40 gram fructose. 

 

Oorzaak

Bij fructose intolerantie wordt ‘vrije’ fructose slecht of niet goed geabsorbeerd in de dunne darm. De dunne darm is een orgaan waar de afbraak van voeding en opname van voedingsstoffen begint. Fructose wordt normaal gesproken in de dunne darmwand opgenomen door het GLUT-5 mechanisme. Met darmwand wordt de binnenkant van de dunne darm bedoeld. Het GLUT-5 mechanisme is een transporteiwit. Een transporteiwit transporteert fructose vanuit de voeding in de dunne darmwand. Vanuit de dunne darm wordt fructose via het bloed vervoerd naar de lever. De lever is een bruinkleurig orgaan welke een rol speelt in de vertering. Vervolgens wordt fructose in de lever opgeslagen als glucose en vet. Wanneer er sprake is van fructose intolerantie is deze transporteiwit kapot of werkt te langzaam. Hierdoor passeert fructose te snel en komt het in de dikke darm terecht. De dikke darm is een orgaan waar alle onverteerde voedselresten bewaard worden.

Zodra fructose in de dikke darm terecht komt zullen de aanwezige darmbacteriën het proberen af te breken. Een ander woord voor darmbacteriën is darmflora. Met de darmflora worden alle micro-organismen in het maagdarmkanaal bedoeld. Het afbreken van fructose in de dikke darm heet fermentatie, ook wel gisting genoemd. Hierbij komen gassen en zuren vrij zoals: methaan, CO2 en vetzuren. Deze afvalstoffen kunnen klachten geven, maar wanneer fructose samen met glucose ingenomen wordt zal dit weinig tot geen klachten geven. Het verschil zit in het absorberen. Met absorberen wordt bedoeld het opnemen van fructose. Glucose wordt via de GLUT-2 mechanisme de darmwand in getransporteerd. Het GLUT-2 mechanisme is een transporteiwit dat verantwoordelijk is voor het absorberen van glucose in de dunne darmwand. Vanuit de dunne darm wordt glucose vervolgens naar de lever vervoerd. Als glucose samen met fructose vastzit kan fructose ‘meeliften’ met glucose. Dit is gunstig als het GLUT-5 mechanisme kapot is of niet goed werkt. Dit betekent dat de gebonden fructosemolecuul niet in de dikke darm terecht komt.

In veel gevallen speelt niet alleen fructose een rol in het klachtenpatroon. In bepaalde fruitsoorten zitten polyolen. Polyolen worden ook wel ‘suikeralcoholen’ genoemd. Suikeralcoholen vallen onder de koolhydraten. Koolhydraten zijn stoffen die als brandstof dienen voor het lichaam. In tegenstelling tot andere koolhydraten leveren polyolen weinig energie. In de voedingsmiddelenindustrie worden Polyolen gebruikt als zoetstoffen. Enkele voorbeelden zijn: Xylitol en sorbitol (in suikervrije kauwgom). Naast fructanen en inulines kunnen polyolen ook voor vervelende klachten zorgen. Zowel polyolen als fructanen worden slecht opgenomen door de dunne darm. Fructanen en inulines worden slecht opgenomen omdat ze grote kettingen fructose moleculen bevatten. Deze fructose kettingen zijn te groot voor de GLUT-5 mechanisme om te absorberen. Zo blijven de fructose kettingen in de dunne darm zitten. De dunne darm kan deze kettingen niet verbreken.  De fructose kettingen komen vervolgens in de dikke darm terecht, waar ze net als ‘losse’ fructosemoleculen worden vergist. Polyolen worden langzaam opgenomen vanuit de dunne darm. Hierdoor blijft een gedeelte van de polyool achter in de dunne darm,waardoor de polyool vocht aantrekt in de dunne darm en dunne ontlasting ontstaat. Tevens worden polyolen net als fructose vergist in de dikke darm door de aanwezige darmbacteriën.

fructoseintolerantievruchtsuikerdunne darmbuikpijnwinderigheidprikkelbare darmdiarreeverstoppingwaterstofademtestfructosebeperkt dieetfructaneninulineglucosepolyolen

Symptomen

Fructose intolerantie lijkt qua klachten veel op PDS (Prikkelbare Darm Syndroom). Een prikkelbare darm is een verstoorde beweeglijkheid van de dikke darm. Dit geeft vervelende klachten zoals winderigheid en buikkrampen. In sommige onderzoeken wordt zelfs gedacht dat PDS ontstaat door fructose intolerantie. Klachten treden op wanneer de tolerantiedrempel wordt overschreden. Er is niet met duidelijkheid te stellen bij welke hoeveelheid er klachten optreden. Klachten die voor kunnen komen bij fructose intolerantie zijn:

Naast deze klachten ervaren sommige personen ook: hoofdpijn, vermoeidheid, depressie, vitamine- en mineralen tekort en spierpijn. Dit kan komen doordat andere voedingsstoffen soms ook moeilijk worden opgenomen vanuit de darmen. Dit kan meerdere oorzaken hebben. Dit kan bijvoorbeeld optreden wanneer men naast fructose intolerantie ook de ziekte van crohn heeft. Of wanneer men een stuk van de dunne darm kwijt is, door een operatie.

 

Soorten

Er zijn verschillende stoornissen in het verwerken en opnemen van fructose bekend, namelijk:

  • Erfelijke fructose intolerantie: Erfelijke fructose intolerantie is een zeldzame stofwisselingsziekte waarbij fructose niet omgezet kan worden. Ongeveer een op de 10.000 mensen heeft deze aandoening. Met stofwisseling wordt het opnemen en verwerken van stoffen in het lichaam bedoeld. Mensen die de erfelijke fructose-intolerantie hebben missen in de lever het enzym fructose 1-phosphate aldolase B. Een enzym is een stofje dat een reactie versnelt en ondersteunt. Dit enzym is nodig om fructose af te breken. Zonder dit enzym kan fructose niet afgebroken worden. In gezonde situaties wordt fructose opgenomen vanuit de dunne darm door het GLUT-5 transporteiwit. Fructose komt via de bloedbaan in de lever terecht. In de lever wordt fructose omgezet in een stof die gemakkelijk afbreekbaar is. Deze stof heet fructose-1-fosfaat. Een ander woord voor fosfaat is zout. Met zout wordt een verbinding bedoeld. Met verbinding kan men denken aan twee stoffen die aan elkaar vastgeplakt zijn. Vervolgens wordt fructose-1-fosfaat  in kleine stukken geknipt. Dit gebeurt door het enzym dat men mist bij erfelijke fructose intolerantie. De afbraakproducten vormen een onderdeel van de glycolyse. Een ander woord voor glycolyse is het splitsen van suikers. Glycolyse is een proces waarbij glucose wordt geknipt in kleinere stukken en het lichaam de vrijgekomen energie kan gebruiken. Het probleem bij erfelijke fructose-intolerantie is dat de splitsing van suikers en de aanmaak van glucose wordt geblokkeerd. Tevens wordt fructose-1 fosfaat opgeslagen in de lever, darmen en nieren. Wanneer er fructose wordt gegeten geeft dit een sterke daling van het bloedglucosespiegel. Deze aandoening wordt normaal alleen gezien bij diabetes patiënten (suikerziekte). Andere symptomen die kunnen optreden zijn: ernstige buikpijn en overgeven, slechte groei, leververgroting, bloedingen door verstoorde stolling en verstoorde nierfunctie. Dit treedt op na het eten van fructose of suikers. De sterke bloedsuikerdalingen maken van erfelijke fructose-intolerantie een gevaarlijke aandoening in vergelijking met gewone fructose intolerantie. Het dieet is dan ook geheel fructosevrij, suikervrij en zoetstofvrij. Dit kan een hele opgave zijn aangezien fructose steeds vaker wordt toegepast als zoetstof. Soms wordt fructose verwerkt in bepaalde medicijnen. In sommige gevallen hebben personen met deze aandoening een natuurlijke voorkeur voor glucose en dextrose (druivensuiker). De diagnose is moeilijk te stellen. Vaak wordt er een erfelijkheidsonderzoek gedaan.
  • Fructokinase deficiëntie: Deficiëntie betekent dat er een tekort is aan een bepaalde voedingsstof of enzym. fructokinase deficiëntie houdt in dat de lever het enzym fructokinase mist. Dit betekent dat fructose niet omgezet kan worden in fructose-1 fosfaat. Zolang er geen andere problemen zijn, zoals een erfelijke fructose intolerantie is hier geen dieet nodig. Er zijn dan ook geen symptomen bekend van fructokinase deficiëntie. Wel is bekend dat de urine een grote concentratie fructose bevat, hetgeen normaal niet het geval is.

 

Diagnose

Fructose intolerantie kan gediagnosticeerd worden met een waterstofademtest in het ziekenhuis. Waterstof is een gas dat zich in uitgeademde lucht bevindt. Waterstof is een afbraakproduct van fructose en andere suikers. Niet alleen fructose-intolerantie kan met behulp van een waterstofademtest achterhaald worden. Ook andere intoleranties, zoals een lactose intolerantie, wordt met de waterstofademtest achterhaald. Ter voorbereiding op de test moet de patiënt een dieet volgen. Er mag 24 uur van te voren geen fructose worden gegeten. Ook mogen er geen voedingsmiddelen genuttigd worden die rijk zijn aan vezels. Vezels kunnen de afgifte van waterstof aan de adem vertragen en zo de test beïnvloeden. Er mag ook niet gerookt of gesport worden omdat dit van invloed kan zijn op de ademhaling. De test moet nuchter afgenomen worden. Vanaf 23:00 voor de aanvang van de test mag er niets gegeten en  gedronken worden. Alleen water is toegestaan. Vlak voor de test moet de tanden worden gepoetst om te voorkomen dat de aanwezige bacteriën in de mond de waterstofgehaltes beïnvloeden. Bacteriën die in de mond aanwezig zijn kunnen de toegediende fructose tijdens de test vergisten. Vervolgens wordt het waterstofgehalte gemeten. Dit gebeurt ongeveer drie tot vier keer en hier wordt een gemiddelde van genomen. Vervolgens wordt er 25 gram fructose in 100 milliliter water ingenomen. Daarna wordt er twee uur lang om het half uur de hoeveelheid waterstof gemeten. Voor iedere meting wordt een dosis fructose ingenomen en de hoeveelheid waterstof opnieuw gemeten. Wanneer de hoeveelheid waterstof hoger ligt dan 20 PPM is er sprake van fructose intolerantie. PPM staat voor parts per million (deeltjes per miljoen) en is een maat voor de concentratie. Een waterstofademtest mag niet worden uitgevoerd bij erfelijke fructose intolerantie. Omdat dit gevaarlijk is.

 

Voeding

De behandeling bij fructose intolerantie is erop gericht de klachten te verminderen. In veel gevallen geeft fructose in een zeer kleine hoeveelheid geen klachten. Om de klachten te verminderen is een fructose beperkt dieet noodzakelijk, een diëtist kan u hiermee helpen. In het begin worden de voedingsmiddelen die klachten veroorzaken geheel weggelaten. Dit heet eliminatie. Na ongeveer twee à drie weken wordt fructose weer aan het menu toegevoegd. Dit gebeurt geleidelijk. De hoeveelheid fructose die hier gebruikt kan worden is verschillend. Er wordt gebruik gemaakt van voedingsmiddelen die laag zijn in fructosegehalte. Onder laag wordt bedoeld, lager dan 5 gram fructose per 100 gram aan voedingsmiddelen. Het dieet wordt op den duur ook minder belastend, omdat men op den duur weet wat er wel en wat niet gegeten kan worden.

Fructose kan ook verborgen zitten. Fructose zit bijvoorbeeld in bepaalde medicijnen verwerkt, zoals vruchtensap, soep, sausjes en alles wat gezoet wordt. Het is belangrijk dat hier goed op gelet wordt. Ook kan de hoeveelheid fructose per merk verschillen. Met name patiënten met de erfelijke vorm van fructose-intolerantie moeten hier goed op letten. Daarnaast zijn er andere stoffen zoals lactose, fructanen en polyolen waar op gelet kan worden om darmklachten te verminderen. Het is aan te raden om de klachten te bespreken met een diëtist of een arts. Een diëtist kan de hoeveelheid fructose beperken zonder dat er voedingsstoftekorten optreden. Het is mogelijk dat er een tekort ontstaat aan vitamine C, foliumzuur (Vitamine B11) en vitamine A als er geen fruit wordt gegeten.

 

Onderzoek

  • Personen met fructose intolerantie hebben mogelijk een verhoogde kans om een vroegtijdige depressie te krijgen omdat het tryptofaan stofwisseling verstoord kan raken, met gevolg tryptofaan tekort. Dit kan een vroegtijdige depressie veroorzaken. 
  • Er is een dieet bekend waarin lactose en fructose, polyolen, fructo-oligiosachariden en galacto-oligiosachariden (fructanen en galactanen) worden geschrapt uit het menu. Een verzamelnaam voor deze groep stoffen zijn: FODMAP’s. Tijdens het dieet worden alle FODMAPS uit de voeding verwijderd. In een later stadium worden de FODMAPS langzaam weer toegevoegd aan het menu. Dit is te vergelijken met het eliminatie -en provocatie dieet. Het is niet altijd nodig om alle FODMAPS te verwijderen, maar vaak werkt dit wel het beste. Dit dieet schijnt erg goed te werken bij darmaandoeningen zoals: het prikkelbare darm syndroom, ziekte van Crohn en gluten intolerantie. 

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top