Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Anti-epilepsie

Er zijn verschillende mogelijkheden om bijwerkingen van de anti-epileptica te verzachten. Door de voeding aan te passen, kunnen bijwerkingen zoals een slechte eetlust en gewichtstoename verholpen worden.

Epilepsie is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij regelmatig aanvallen optreden door veranderingen in de hersenen. Door het afgeven van elektrische prikkels communiceren de hersencellen met elkaar. Cellen zijn de kleinste bouwstenen van het lichaam.

Bij epilepsie gaan grote groepen hersencellen zich tijdelijk, plotseling en ongecontroleerd ontladen. Er ontstaat als het ware ‘kortsluiting’ in de hersenen. Epilepsie wordt herkend door een aanval. Deze aanvallen dienen echter herhaaldelijk voor te komen en niet door een ander acuut probleem veroorzaakt te worden. Een aanval kan bijvoorbeeld ook door een teveel aan alcohol of het plotseling stoppen met slaapmiddelen ontstaan. Slaapmiddelen zijn geneesmiddelen met een rustgevende en slaapwekkende werking.

 

De soort aanvallen verschilt per persoon. De meest bekende, maar zeker niet de meest  voorkomende, is de zogenaamde ‘grote aanval’ waarbij iemand het bewustzijn verliest, en met trekkingen op de grond ligt. Maar dit is niet het enige type aanval dat kan optreden. Ook kan er een eenvoudige plaatselijke aanval voorkomen. Hierbij is het bewustzijn volledig in tact en ontstaat er plotselinge spiersamentrekking van bijvoorbeeld een arm, in het gezicht of zien van flikkeringen. Een andere soort aanval is absence (afwezigheden). Bij absence zijn de patiënten één of twee seconden afwezig en niet aanspreekbaar. Tevens kan er een tonische (verstijving) aanval optreden. Bij een tonische aanval verstijft een deel van het lichaam, of het hele lichaam, gevolgd door ritmische schokken. Epilepsie kent veel verschillende verschijningsvormen. Daardoor wordt epilepsie niet altijd gemakkelijk herkend.

Epilepsie kan op iedere leeftijd voorkomen, maar in driekwart van de gevallen begint het voor of rond het twintigste levensjaar. Naar schatting hebben ongeveer 120.000 mensen in Nederland epilepsie. Er worden per jaar bij ongeveer 8.000 tot 11.000 mensen epilepsie vastgesteld. De meest gangbare manier om epilepsie te behandelen, is met medicijnen. Ongeveer driekwart van de mensen met epilepsie heeft door het gebruik van anti-epilepsie (meervoud: anti-epileptica) nauwelijks of geen aanvallen meer. Anti-epileptica kunnen epilepsie niet genezen. Deze middelen zorgen ervoor dat de kortsluitingen in de hersenen worden voorkomen of verminderd, zodat er geen, (of in elk geval) minder, aanvallen optreden. Anti-epileptica zijn werkzaam tegen bepaalde soorten aanvallen. Daarom is het belangrijk dat de arts goed weet welke type(n) aanvallen een patiënt heeft. In Nederland worden meer dan 80.000 mensen met medicijnen behandeld voor epilepsie.

 

Soorten en werking

Anti-epileptica zorgen ervoor dat hersencellen minder gevoelig worden voor prikkels. Hierdoor is er minder kans op epileptische aanvallen. Over het algemeen dient een middel drie tot zes maanden gebruikt te worden om te kunnen beoordelen of het effectief is. Naast het soort medicijn is de dosis ook van belang. De dosis is de hoeveelheid medicijn die per persoon gebruikt dient te worden. Sommige patiënten hebben aan een lage dosis voldoende, anderen hebben een hogere dosis nodig. De belangrijkste anti-epileptica zijn:

  • Carbamazepine: Carbamazepine beïnvloedt de informatieoverdracht via de zenuwen in de hersenen. Zenuwen zijn prikkelgeleidende lichaamsdraden. De zenuwen verbinden de hersenen met andere lichaamsdelen. Door de zenuwen kunnen mensen bijvoorbeeld pijn voelen. Prikkels in de hersenen kunnen epileptische aanvallen veroorzaken. Carbamazepine beïnvloedt deze prikkels en helpt vooral absences te voorkomen. Carbamazepine is één van de eerste keuzes bij epilepsie.
  • Lamotrigine: Lamotrigine helpt absences en tonische aanvallen te voorkomen. Lamotrigine beïnvloedt de prikkels in de hersenen en helpt bepaalde epilepsieaanvallen te voorkomen. Tevens is Lamotrigine één van de eerste keuzes bij epilepsie.
  • Natriumvalproaat: Natriumvalproaat beïnvloedt de prikkels in de hersenen. Natriumvalproaat helpt absences en tonische aanvallen te voorkomen.
  • Felbamaat: Felbamaat beïnvloedt de hersensprikkels en helpt op deze manier absences te voorkomen.
  • Gabapentin: Ook Gabapentin heeft invloed op de hersensprikkels. Op deze manier voorkomt Gabapentin de epilepsieaanvallen als absences en spierverstijvingen.
  • Nitrazepam: Nitrazepam is een slaapmiddel. Het werkt rustgevend, spierontspannend en vermindert angstgevoelens. Nitrazepamwordt wordt bij absences en spierverstijvingen toegapest.
  • Pregabaline: Pregabaline vermindert de gevoeligheid van de zenuwen en voorkomt hiermee de absences en spierverstijvingen.
  • Overige medicijnen: Bij epilepsie wordt soms van andere soorten medicijnen gebruik gemaakt. Deze zijn: Ethosuximide, Fenytoïne, Fenobarbital, Levetiracetam en Primidon. Deze middelen worden niet vaak toegepast, omdat deze niet bij iedereen effectief zijn. Bovendien dienen deze middelen meestal in combinatie met andere anti-epileptica gebruikt worden.

 

Bijwerkingen

Bij het gebruik van anti-epileptica kunnen er verschillende bijwerkingen optreden:

  • Carbamazepine: Carbamazepine kan coördinatiestoornissen, concentratiestoornissen en slaperigheid veroorzaken. Bij langdurig gebruik kan er botontkalking ontstaan. Als gevolg kunnen de botten geleidelijk aan dunner en minder stevig worden. Dit wordt ook osteoporose genoemd. Er komt af en toe allergie voor bij het gebruik van Carbamazepine. Een allergie is een abnormale reactie van het afweersysteem op Carbamazepine. Het afweersysteem is het systeem dat het lichaam tegen ziektes beschermt.
  • Lamotrigine: Lamotrigine kan een allergische reactie veroorzaken. Hoofdpijn kan ook als bijwerking voorkomen. Ook komt het af en toe voor dat er slaperigheid en vermoeidheid optreden.
  • Natriumvalproaat: Bij het gebruik van Natriumvalproaat kan gewichtstoename voorkomen. Ook komt er misselijkheid, braken en diarree voor. Tijdelijke haaruitval komt ook soms voor.
  • Felbamaat: Bij het gebruik van Felbamaat kan er misselijkheid, braken, maagpijn, buikpijn en gebrek aan eetlust optreden. Ook kan er slaperigheid, sufheid, vermoeidheid, hoofdpijn, duizeligheid en wazig zien voorkomen.
  • Gabapentin: De bijwerkingen die bij het gebruik van Gabapentin kunnen optreden zijn slaperigheid, sufheid, vermoeidheid, duizeligheid en koorts. Af en toe krijgen patiënten last van trillende handen, problemen met het uitspreken van woorden en hoofdpijn.
  • Nitrazepam: De bijwerkingen van Nitrazepam zijn slaperigheid, sufheid en vermoeidheid. Soms komen verminderde coördinatie en spierzwakte voor. Hierdoor kan de patiënt moeite hebben met het bewegen en kunnen de spieren krachteloos voelen. Tevens heeft de patiënt soms moeite om duidelijk te spreken.
  • Pregabaline: De bijwerkingen die soms bij het gebruik van Pregabaline optreden zijn slaperigheid en duizeligheid. Af en toe krijgen patiënten last van braken, misselijkheid en diarree.
  • Overige bijwerkingen: Bij de overige medicijnen kunnen er bijwerkingen als hyperactiviteit (rusteloosheid), hik en slechte eetlust voorkomen.

 

Wisselwerking

Anti-epileptica kunnen een wisselwerking hebben met bepaalde medicijnen. Dit betekent dat het ene medicijn de werking van de andere medicijn beïnvloedt. De mogelijke wisselwerking wordt hieronder beschreven:

  • Carbamazepine: Carbamazepine heeft met verschillende medicijnen een wisselwerking. Carbamazepine versnelt de afbraak van de medicijnen in het lichaam, waardoor deze minder goed werken. De betrouwbaarheid van de anticonceptiepil kan verminderd worden. De anticonceptiepil is een pil die door vrouwen gebruikt wordt om zwangerschap te voorkomen. Ook sommige middelen tegen kanker (chemokuren) kunnen de werking van Carbamazepine verminderen. Bij het gebruik van plasmiddelen samen met carbamazepine kunnen de bijwerkingen van Carbamazepine erger worden. Plasmiddelen zijn geneesmiddelen die de nieren aanzetten meer urine te produceren. Andere middelen die het reactievermogen verminderen, kunnen ook een wisselwerking met Carbamazepine hebben. Bij deze middelen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar.
  • Lamotrigine: Andere middelen gebruikt bij epilepsie, namelijk Fenytoïne, Carbamazepine en Fenobarbital verminderen de werking van Lamotrigine. Hierdoor wordt de kans op een epileptische aanval verhoogd. Ook de anticonceptiepil zorgt ervoor dat er minder Lamotrigine in het bloed komt, waardoor de werking wordt verminderd. Sommige soorten antibiotica verminderen de werking van Lamotrigine. Antibiotica zijn geneesmiddelen die bacteriën bestrijden. De schadelijke bacteriën zijn eencellige organismen die ziektes veroorzaken. Ritonavir en lopinavir, middelen die worden gebruikt bij de behandeling van een hiv-infectie, verminderen ook het effect van lamotrigine. HIV is een virus dat onder andere door seksueel contact wordt overgedragen en de ziekte aids veroorzaakt.
  • Natriumvalproaat: Andere middelen gebruikt bij epilepsie, namelijk Fenytoïne, Carbamazepine en Fenobarbital, verminderen de werking van Natriumvalproaat. Hierdoor wordt de kans op een epileptische aanval verhoogd. Ook ritonavir en lopinavir, middelen die worden gebruikt bij de behandeling van een hiv-infectie, verminderen het effect van Natriumvalproaat. Sommige middelen tegen kanker (chemokuren) kunnen de werking van Natriumvalproaat verminderen. Sommige soorten antibiotica verminderen de werking van Natriumvalproaat.
  • Felbamaat: Bij het gebruik van Felbamaat kan er een wisselwerking met Fenytoïne optreden. Felbamaat kan het effect maar ook de bijwerkingen van Fenytoïne beïnvloeden. Soms is een aanpassing van de dosis nodig.
  • Gabapentin: Er zijn van dit middel geen belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen bekend.
  • Nitrazepam: Nitrazepam heeft een wisselwerking met andere medicijnen die het reactievermogen verminderen. Door een combinatie met deze medicijnen kan Nitrazepam nog langer doorwerken. Bij deze medicijnen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. Er kan dan bijvoorbeeld nog langer geen auto gereden worden.
  • Pregabaline: Er zijn van dit middel geen belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen bekend.
anti-epilepsieepilepsiegrote aanvaltonische aanvalabsenceanti-epilepticacarbamazepinelamotriginenatriumvalproaatfelbamaatgabapentinnitrazepampregabaline

Voeding en anti-epileptica

Bij sommige soorten anti-epileptica kan er diarree en braken optreden. Als deze klachten lang doorgaan, kan er uitdroging ontstaan. Uitdroging (dehydratie) kan optreden na het verlies van veel vocht en lichaamszouten (natrium en kalium). Lichaamszouten zijn vooral belangrijk voor het functioneren van spieren en het handhaven van vochtniveau in het lichaam. Hierdoor is het van belang dat er voldoende vocht ingenomen wordt. Om vochtverlies te voorkomen, kan er een orale rehydratie-oplossing (ORS) gebruikt worden. Hierdoor kan het lichaam het vocht beter opnemen en vasthouden. ORS is een poeder dat aangemaakt moet worden met schoon leidingwater of mineraalwater zonder koolzuur.

Ook kan er als bijwerking een slechte eetlust ontstaan. Door gevarieerd te eten, is de kans groter dat er bepaalde voedingsmiddelen lekker gevonden worden. Ook kan de eetlust bevorderd worden door bijvoorbeeld regelmatig op vaste tijden te eten en kleine porties te gebruiken. Bovendien is een ontspannen sfeer tijdens de maaltijd van belang. Als er niet voldoende voedsel ingenomen wordt, kan er van vitaminesupplementen gebruikt worden gemaakt.

Bovendien heeft langdurige gebruik van sommige anti-epileptica een negatieve invloed op de botopbouw. Hiervoor kan er een calcium en vitamine D gebruikt worden om de opbouw van de botten te ondersteunen.

 

Bij gewichtstoename is het belangrijk om gezond en gevarieerd te eten. Gezond eten levert de voedingsstoffen die nodig zijn om het lichaam gezond te houden. Door gevarieerd te eten, is de kans het grootst dat er voldoende van alle voedingsstoffen wordt opgenomen. Door geen of minder gebruik te maken van ongezonde producten, neemt het gewicht niet verder toe. Bovendien dient er bij de gewichtstoename aandacht worden besteed aan de lichaamsbeweging. Door meer te gaan bewegen, is er minder kans op een gewichtstoename. Ook ondersteunen lichaamsbeweging en sporten de gewichtsafname.

Verder versterkt alcohol het versuffende effect van anti-epileptica. Door de alcohol kan het coördinatie- en beoordelingsvermogen afnemen. Ook als er geen vermoeidheid en slaperigheid als bijwerking optreden. Natriumvalproaat (de tabletten, capsules en drank) dient niet tegelijk met een koolzuurhoudende drank worden ingenomen. Koolzuurhoudende dranken zijn bijvoorbeeld cola, 7-up, tonic en bitter lemon.

 

Feiten

Van de meeste anti-epileptica is nog te weinig bekend over de risico's voor de ongeboren baby. Gebruik van Carbamazepine tijdens de zwangerschap verhoogt echter de kans op aangeboren afwijkingen bij het kind. Als een patiënt zwanger wil worden, is het verstandig om de arts te laten bepalen welk middel in welke dosering het geschiktst is om de epilepsie te onderdrukken. Bovendien blijkt dat combinaties van epilepsiemiddelen meer risico's geven op aangeboren afwijkingen dan een enkel middel, zoals Carbamazepine. Het werkzame middel van anti-epileptica komt in de moedermelk terecht. Deze hoeveelheid is echter niet schadelijk voor de baby. Als de baby last heeft van niet goed willen drinken, overgeven en sufheid, kan de arts geraadpleegd worden.

 

Onderzoek

In een grootschalig internationaal onderzoek (het EURAP-onderzoek) werken 42 landen samen om de gevolgen van epilepsiemedicijnen voor baby’s in kaart te brengen. Bij dit onderzoek waren de gegevens van ruim 4.400 baby’s tot ze één jaar oud waren geregistreerd. Bijna 90 procent van de baby’s was in de baarmoeder blootgesteld aan een van de meeste gebruikte soorten epilepsiemedicijnen (Carbamazepine, Lamotrigine, Natriumvalproaat en Fenobarbital). 230 baby’s waren met een ernstige aangeboren afwijking zoals een hartafwijking of een open ruggetje geboren. Een open rug is een aangeboren spleet in één of meer van de onderste wervels van de ruggengraat. Hierdoor blijft een deel van het ruggenmerg onbeschermd. Uit het EURAP-onderzoek blijkt dat er een verband bestaat tussen de dosis van het medicijn en de kans op een aangeboren afwijking. Hoe hoger de dosis van het gebruikte medicijn, hoe groter de kans op een aangeboren afwijking.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande product, betreffende anti-epileptica, voor u tegengekomen:

 

Weten hoe?

Voor het voedingsdoel anti-epileptica verlenen we geen diëtistendiensten.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist (zoals via DietCetera) of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top