Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Alvleesklierkanker

Alvleesklier kanker is een van de heftigste kankersoorten. De hele voeding zal aangepast worden doordat een aantal enzymen en hormonen kunnen ontbreken in het lichaam.

Alvleesklierkanker staat ook wel bekend als alvleeskliercarcinoom of pancreascarcinoom. Carcinoom is een term die wordt gebruikt om kanker aan te geven. Pancreas is de term voor alvleesklier in het Latijns. In Nederland wordt er jaarlijks bij ongeveer 2.362 mensen alvleesklierkanker vastgesteld. In de periode van 2007 tot en met 2010 zijn er 9.447 mensen overleden aan alvleesklierkanker. Het hoogste percentage van overleden mensen dat overlijdt aan alvleesklierkanker, is in het Westen van Nederland. In Drenthe is het laagste sterftecijfer gemeten. Een ander woord voor alvleesklier is pancreas. De pancreas is een orgaan wat helpt bij de vertering van eten. Het verteren van eten gebeurt in het maagdarmkanaal. De pancreas is hierbij dus een onderdeel van het maagdarmkanaal.

 

Wat is kanker?

Ieder lichaam is opgebouwd uit cellen. Al deze cellen worden continue vernieuwd of aangevuld. Om nieuwe cellen aan te maken, deelt een cel zich in tweeën. Normaal gesproken delen gezonde cellen zich wanneer dat nodig is. Dit gebeurt onder controle van allerlei processen in het lichaam. Dit gebeurt wanneer cellen toe zijn aan vernieuwing of herstel nodig hebben. Voor elk orgaan is dit weer anders. Alle kankersoorten worden gekenmerkt door een ontregelde, ongeremde deling van lichaamscellen. Het leidt een eigen leven. Voor meer informatie zie de voedingsdoelverdieping ‘Kanker’.

 

Het maagdarmkanaal

Het maagdarmkanaal loopt simpel gezegd; vanaf de mond tot de kont (de anus). Wanneer er iets gegeten wordt, gaat dit via de mond naar de slokdarm. Vanaf de mond begint de afbraak van voedingsstoffen door speeksel. De slokdarm loopt over in de maag. In kleine beetjes geeft de maag wat voedselbrij af aan de dunne darm. De voedselbrij is een papachtig voedingsmengsel in de maag. In de dunne darm begint de daadwerkelijke afbraak van voeding en opname van voedingsstoffen. De dunne darm is maar liefst vijf á zes meter lang. Door middel van peristaltiek beweegt de voedselbrij zich steeds verder door de darm. Peristaltiek is het samenknijpen van de darm in een vloeiende beweging. Nadat de voedselbrij de zes meter lange darm gepasseerd is, komt het in de dikke darm terecht. De dikke darm is een stuk minder lang en heeft voornamelijk als doel om vocht op te nemen. De dikke darm is ongeveer een meter lang en ligt als een omgekeerde U in de buik. Wanneer de ontlasting door de dikke darm heen is, komt het aan bij de endeldarm. Dit stuk darm fungeert als opslagplaats voor ontlasting. Wanneer er veel ontlasting in de endeldarm zit, krijgt iemand het gevoel “aandrang te hebben”. De ontlasting verlaat het lichaam via de anus, evenals winden.

 

De pancreas

De pancreas ligt in de buikholte onder de maag en naast het eerste gedeelte van de dunne darm. Het eerste gedeelte van de dunne darm wordt ook de twaalfvingerige darm genoemd. Het wordt de twaalfvingerige darm genoemd omdat deze ongeveer 12 vingers breed is. De pancreas ligt horizontaal in de buik. De pancreas ligt tot aan de linker nier. De alvleesklier heeft als het ware een ‘kop’ en ‘staart’. De kopt ligt aan de kant van de twaalfvingerige darm. De staart ligt aan de kant van de linker nier. De alvleesklier maakt verschillende dingen aan, zoals hormonen en verteringssappen. Hormonen zijn stoffen die reacties opgang brengen in het lichaam. De verteringssappen worden afgegeven aan de twaalfvingerige darm. De sappen helpen bij de vertering van de voedselbrij in de dunne darm. De voedselbrij is een papachtig voedingsmengsel. De hormonen worden in klompjes cellen aangemaakt in de alvleesklier. Deze klompjes cellen liggen in een groep bij elkaar. De klompjes cellen worden ook wel de eilandjes van Langerhans genoemd. De hormonen die in de eilandjes worden gemaakt, worden niet aan de dunne darm afgegeven. De hormonen worden direct aan het bloed afgegeven. De producten van de pancreas, de sappen en hormonen, helpen allebei bij de vertering van eten.

In de kop van de pancreas ligt een buis die de sappen naar de dunne darm vervoert. In de pancreas komt tevens de galblaasbuis uit. Gal wordt geproduceerd in de lever, opgeslagen in de galblaas en via de galbuis getransporteerd. Gal is belangrijk bij de vertering van vetten. Wanneer de twee buizen van de pancreas en de galbuis samen komen, loopt de buis naar de dunne darm toe. Bij de uitmonding van de dunne darm, wordt de uitmonding de papil van Vater genoemd.

 

Uitwendige afscheiding

Met de uitwendige afscheiding wordt de afscheiding naar de darmen bedoeld. De uitwendige afscheiding wordt ook een exocriene of externe afscheiding genoemd. De alvleesklier produceert ongeveer 1,5 à 3 liter aan verteringssappen per dag. In het verteringssap zitten inactieve spijsverteringsenzymen. Enzymen zijn stoffen die een reactie in het lichaam kunnen versnellen of teweegbrengen, zoals het verteren van voeding. De enzymen worden pas actief gemaakt in de twaalfvingerige darm. 

De enzymen worden dan pas geactiveerd omdat de pancreas anders ook wordt verteerd. In de voeding komen drie hoofdcomponenten voor. De drie hoofdcomponenten zijn eiwitten, vetten en koolhydraten. Eiwitten zijn de bouwstenen van het lichaam. Eiwitten worden gebruikt bij bijna alles in het lichaam. Koolhydraten worden ook wel suikers genoemd. De koolhydraten worden gebruikt als de energiebron in het lichaam. 

Het lichaam functioneert op de energie van suikers. Een deel van de suiker kan worden opgeslagen, wanneer er meer wordt opgegeten dan er wordt verbruikt. Vetten kunnen ook worden gebruikt voor de opbouw en als energiebron. Wanneer opbouw en energie niet nodig is, kan vet worden opgeslagen in het lichaam als reserve energiebron.

De pancreas maakt naast de spijsverteringsenzymen ook natriumbicarbonaat aan. Natriumbicarbonaat is een stof die het maagzuur neutraliseert. Het maagzuur uit de maag kan zonder neutralisatie de dunne darm beschadigen. De enzymen die worden aangemaakt zijn trypsine, amylase, lipase en protease.

 

Inwendige afscheiding

Met de inwendige afscheiding wordt de afscheiding naar het bloed bedoeld. Met de inwendige afscheiding wordt ook wel het endocriene of interne afscheiding bedoeld. De producten die aan het bloed wordt afgegeven zijn de hormonen; insuline, glucagon en samotostatine. De aanmaak van de hormonen vindt plaats in de klompjes cellen, de eilandjes van Langerhans. In de eilandjes van Langerhans zijn drie soorten cellen aanwezig. Elke soort cel maakt een ander hormoon aan. De cellen die aanwezig zijn, zijn alpha-cellen, betà-cellen en D-cellen. De aanmaak van insuline gebeurt in de betà-cellen. Tevens wordt in de pancreas voor het grootste deel insuline aangemaakt. De hormoonproductie in de pancreas bestaat ongeveer voor 80% uit insuline. Daarnaast wordt er voor ongeveer 15% glucagon aangemaakt. In de D-cellen wordt somotostanine aangemaakt. Dit bedraagt ongeveer 5% van de hormoonproductie. 

Insuline en glucagon zijn de belangrijkste hormonen bij de balans van het bloedsuiker. Het bloedsuiker zegt iets over de hoeveelheid suiker, koolhydraten, die in het bloed aanwezig is. Glucose is het bloedsuiker. Koolhydraten worden verteerd tot glucose. Door één van de enzymen wordt de suikers afgebroken tot glucose. De glucose wordt onder invloed van insuline opgenomen in de cellen. De glucose zorgt in de cellen voor de energie. Zonder insuline kan glucose niet opgenomen worden.

Glucagon is het hormoon dat er voor zorgt dat opgeslagen glucose (glycogeen) wordt omgezet in glucose. Als glycogeen omgezet wordt in glucose, kan de glucose weer worden gebruikt voor energie. Wanneer de alvleesklier niet goed werkt, zal dit grote gevolgen hebben voor de opname van glucose en de vertering van voeding. Somatostatine is een hormoon dat ook in de hersenen wordt aangemaakt. Somatostatine heeft verschillende taken. Somatostatine vertraagt onder andere de lediging van de maag en de productie van maagzuur wordt onderdrukt. Daarnaast heeft somatostatine een remmend effect op insuline en glucagon.

 

Alvleesklierkanker

Alvleesklierkanker komt in verschillende vormen voor. De ziekte ontstaat meestal bij mensen die ouder dan 60 jaar zijn. In een enkel geval komt de ziekte voor bij jongere mensen. Pancreaskanker (alvleesklierkanker) is een kwaadaardig gezwel in de pancreas. Afhankelijk van de plek waar het gezwel zit, zijn er andere klachten en gevolgen van de kanker. Alvleesklierkanker komt het meest voor in de klierbuizen van de alvleesklier. In de klierbuizen worden enzymen of hormonen aangemaakt.  Kanker in de klierbuizen wordt ook wel adenocarcinoom genoemd. De rest van de pancreaskanker ontstaat in de kop van de alvleesklier. Aan de kant van de dunne darm. Aan de kant van de kop wordt de kanker ook wel pancreaskopcarcinoom genoemd. In enkele gevallen kan de tumor ook ontstaan in de galbuis en doorgroeien naar de pancreas. Dit komt echter niet vaak voor.

 

Prognose

Vaak wordt pancreaskanker in een te laat stadium gediagnosticeerd. In het begin van het kankerstadium zijn er nog geen klachten aanwezig. Hierdoor kan de tumor makkelijk groeien. Vaak is de tumor al zo vergevorderd dat de kanker niet meer te behandelen is. Ongeveer 10 tot 20% van de gevallen komt in aanmerking voor een operatie. De overlevingskans op alvleesklier kanker is helaas laag. Na een operatie is de levensverwachting ongeveer gemiddeld 10 tot 18 maanden. 5 jaar na de operatie is ongeveer 20 tot 25% van de mensen nog in leven.

 

Symptomen

Klachten en symptomen van de alvleesklier kanker komen pas laat tot uiting. De klachten die dan ontstaan zijn:

  • misselijkheid;
  • verminderde eetlust;
  • zeurende pijn in de buik en of in de rug;
  • een verstoord ontlastingspatroon, doordat het eten niet goed verteerd is, kan dat een andere ontlasting geven;
  • gewichtsverlies, doordat het gezwel veel energie verbruikt in het lichaam. Het gezwel verbruikt meer energie dan dat iemand binnen krijgt.

 

Wanneer het gezwel in de kop van de pancreas zit, kan deze de galbuis dichtdrukken. Als de galbuis dicht gedrukt wordt, kan er geelzucht ontstaan. Iemand krijgt een gele huid. Dit komt doordat een stof niet kan worden afgevoerd via de galbuis. Ook is de ontlasting licht van kleur en de urine donker gekleurd. In een laat stadium kunnen er ook nog andere klachten optreden:

  • ernstige vermoeidheid;
  • jeuk, doordat er stoffen niet kunnen worden afgevoerd, wordt het lichaam geïrriteerd door deze stoffen;
  • vetdiarree (steatorroe), doordat gal niet meer wordt afgegeven aan de dunne darm, wordt vet niet meer goed verteerd. Het vet wordt niet opgenomen. Het vet blijft in de dunne darm totdat het vet met de ontlasting weer naar buiten gaat.

 

Oorzaken

Zoals bij bijna alle kankersoorten is de oorzaak niet duidelijk aan te wijzen. Dat geldt ook voor alvleesklierkanker. Wel zijn er risicofactoren bekend. Deze risicofactoren kunnen de kans op alvleesklierkanker verhogen:

  • roken;
  • te vette voeding;
  • overmatig alcohol gebruik;
  • erfelijkheid, bij ongeveer 5% van alle alvleesklierkanker gevallen blijkt erfelijkheid een rol te spelen;
  • chronische alvleesklierontsteking, wanneer iemand veel en vaak last heeft van alvleesklierontsteking, vergroot dit de kans op het krijgen van alvleesklierkanker.
alvleesklierpancreaskankercarcinoommaagtwaalfvingerige darmgalblaaspapil van Vaterenzymenhormonenchemotherapieradiotherapieoperatiestentinsulineglucagoneilandjes van Langerhanskop en staart

Diagnose

Ten eerste zal de persoon met de bovenstaande klachten naar de huisarts gaan. De huisarts kan vervolgens doorvragen op de klachten en symptomen die iemand ervaart. De huisarts kan een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Het lichamelijk onderzoek houdt in, drukken op de buik om te kijken of er plekken pijn doen. De huisarts zal ook een bloedonderzoek en een urine onderzoek aanvragen. Uit het onderzoek kan blijken of er sprake is van geelzucht en of diabetes aangetoond kan worden. Diabetes staat beter bekend als suikerziekte. Bij diabetes wordt er geen of weinig insuline aangemaakt. Hierdoor kan glucose niet of slecht worden opgenomen in de cellen. Uit het bloedonderzoek kunnen de aanwijzingen voor alvleesklierkanker worden gevonden. Ook kan eventueel een ontlastingsonderzoek worden uitgevoerd. Het ontlastingsonderzoek kan bepalen of er sprake is van steatorroe (vettige ontlasting). Wanneer deze aanwijzingen aanwezig zijn, worden er verschillende vervolgonderzoeken ingesteld.

 

Echografie

Bij het onderzoek echografie wordt er gebruik gemaakt van een apparaat die geluidsgolven uitzendt. De golven zijn niet hoorbaar en niet schadelijk. Het resultaat van de golven worden weergegeven op een computerbeeld. De golven die worden uitgezonden uit het apparaat worden teruggekaatst bij organen en weefsels. De golven die terugkaatsen zijn verschillend. Zo kan er op het beeld verschillende structuren te zien zijn. Zo is de weerspiegeling van water anders dan de maag. Het onderzoek wordt vaak gebruikt bij zwangere vrouwen om naar de baby te kijken in de buik. De echografie is niet bedoeld om naar de pancreas zelf te kijken. Het wordt gebruikt om te zien of het gezwel zich heeft uitgezaaid naar de omliggende organen.

 

CT scan

CT scan is een afkorting voor computertomografie scan. Bij deze scan worden röntgenstralen gebruikt. Door de stralen kunnen gedetailleerde foto’s van het lichaam gemaakt worden. In het geval van alvleesklierkanker wordt de pancreas in beeld gebracht. De radioloog, een arts gespecialiseerd in het bekijken naar röntgenfoto’s, bekijkt de foto’s. De radioloog kan tegen de behandeld arts zeggen wat het stadium van de kanker is. De CT scan duurt ongeveer tien tot twintig minuten. De scan is geheel pijnloos. Voor de scan wordt er contrastvloeistof toegediend. De contrastvloeistof is er voor bedoeld dat kankercellen beter in de foto naar voren komt. Door de vloeistof kan er goed worden gezien hoe groot de tumor is en waar deze zich bevindt. Daarnaast kan er ook gezien worden of er uitzaaiingen zijn. Uitzaaiingen zijn tumorcellen die elders in het lichaam zijn gaan groeien. De foto’s die gemaakt worden zien eruit als dunne plakjes van de pancreas. De foto’s zijn horizontaal gemaakt, van schouder tot schouder. Zo wordt de hele pancreas in beeld gebracht voor de arts.

 

MRCP

MRCP staat voor magnetische resonantie cholangio pancreaticografie. Deze MRCP is een specifieke test voor de pancreas. Het is een MRI scan voor de pancreas. Door middel van een magnetisch veld wordt de pancreas in beeld gebracht. Voor het onderzoek krijgt de patiënt een vloeistof toe gediend. Deze vloeistof zorgt ervoor dat de pancreas goed  zichtbaar is op de scan. Het MRCP onderzoek wordt vaker gebruikt in tegenstelling tot de CT scan.

 

ERCP

ERCP staat voor endoscopische retrograde cholangio- en pancreaticografie. Met de ERCP kan de arts meer inzicht geven over de situatie van de gal- en pancreasafvoerwegen. De arts zal met behulp van een flexibele slang naar de dunne darm gaan. De flexibele slang, de scopie zal tot de papil van Vater (de uitmonding naar de dunne darm) komen. Hier kan de arts via de slang contrastvloeistof naar binnen brengen. De contrast zorgt voor duidelijkere foto’s van de pancreas. Naar de foto’s kan de arts ook een biopsie nemen.  Een biopsie is een stukje verdacht weefsel die wordt weggehaald. Weefsel zijn een aantal cellen samen met dezelfde functie. Bij de ERCP kan ook de afvoerbuis worden vrijgemaakt als deze verstopt is door het gezwel. Zo kan weer (tijdelijk) stoffen en sappen naar de dunne darm worden vervoerd.

 

Kijkoperatie

Een ander woord voor kijkoperatie is ook wel een laparoscopie. Soms kan het stadium van pancreas kanker alleen bepaald worden door naar de tumor te kijken. Door te kijken naar de pancreas, kunnen de artsen goed zien wat de situatie is. Bij een laparoscopie wordt niet de hele buik blootgelegd. De artsen zullen met bepaalde apparaten en instrumenten de pancreas bekijken. Door een paar kleine sneetjes voor de apparaten wordt gekeken naar de alvleesklier. De patiënt wordt dus niet opengemaakt en er ontstaat geen groot litteken. De apparaten die worden gebruikt zijn kijkinstrumenten. Soms kan de arts bij deze ingreep ook een biopsie uitvoeren.

De bovenstaande onderzoeken hoeven niet allemaal worden uitgevoerd. De arts bepaald welke onderzoeken nodig zijn. Met behulp van deze bovenstaande onderzoeken kan diagnosticeert worden of iemand alvleesklierkanker heeft.

 

Behandeling

Vanwege de lastige en late diagnose van pancreaskanker, komt ongeveer 10% in aanmerking voor een operatie. Vaak is de conditie een belangrijke factor voor een operatie. Naast de conditie van het lichaam zijn er ook een aantal andere voorwaarden voordat een operatie wordt uitgevoerd:

  • De tumor dient niet te zijn uitgezaaid rondom de pancreas. Zoals de belangrijke bloedvaten die rond of onder de pancreas lopen;
  • De tumor mag niet uitgezaaid zijn elders in het lichaam, met uitzondering van de lever;
  • De persoon dient een narcose goed te verdragen.

 

Afhankelijk van het stadium waarin de tumor zich bevindt en de uitslagen van de onderzoeken, beslist het chirurgisch team welke operatie wordt uitgevoerd. De operatie kan gericht zijn op genezing (curatief ) of op klachtenverlichting (palliatief).

Curatieve behandeling: Deze behandeling is geheel gericht op genezing van de kanker. De behandeling bevat altijd een operatie. Daarnaast wordt vaak ook andere aanvullende therapieën aan toegevoegd. De aanvullende therapieën kunnen chemotherapie en radiotherapie zijn.

Palliatieve behandeling: Deze behandeling is gericht op het behandelen van de symptomen en klachten. Bij alvleesklier is dit meestal het geval. Een palliatieve behandeling wordt vaak gekozen omdat de tumor in een laat stadium wordt ontdekt. Er is dan geen tot weinig kans meer op overleven.

 

Operatie

Bij de operatie wordt de tumor en het omliggende weefsel verwijderd. Afhankelijk van het chirurgische team kan ook het laatste gedeelte van de maag worden weggehaald. Dit wordt niet vaak meer gedaan. Tegenwoordig wordt de maag gespaard bij een operatie. Bij de operatie wordt wel de twaalfvingerige darm weggehaald samen met de galblaas en galwegen. Ook worden de omliggende lymfeklieren weggehaald. Lymfeklieren zijn klieren die helpen bij de afweer van het lichaam. In de lymfeklieren kan aangetoond worden of de kankercellen zich al verspreid kunnen hebben in het lichaam. Na de operatie maakt de chirurg weer een verbinding tussen de maag en de dunne darm.

 

Chemotherapie

In veel gevallen wordt er behandeld met chemotherapie. Chemotherapie wordt gebruikt als de tumorcellen in de lymfeklieren zijn gevonden. Zo wordt geprobeerd om te voorkomen dat de tumorcellen zich ergens anders gaan nestelen en weer gaan groeien. Chemotherapie bestaat uit giftige chemische stoffen die ervoor zorgen dat de tumorcellen zich niet meer kunnen delen en groeien. In de medische wereld wordt chemotherapie ook wel cytostatica gebruikt. In Nederland zijn 10 soorten chemotherapie beschikbaar. Aan de hand van de kankersoort en het stadium, maakt de arts een aangepast programma en dosering aan. Voor iedereen is dit anders. Ook reageert iedereen anders op chemotherapie. Voor meer informatie over chemotherapie, zie de voedingsdoelverdieping ‘Kanker’.

 

Radiotherapie

Radiotherapie is een therapie waarbij gebruik gemaakt wordt van straling. Daarom wordt het ook wel bestraling genoemd. De straling zorgt ervoor dat de snelgroeiende tumorcellen worden geremd in het groeiproces. De straling wordt exact op de tumor gericht. Hiermee wordt getracht de gezonde cellen zoveel mogelijk te mijden en te ontzien. Het behandelplan is bij iedere patiënt anders. Het behandelplan wordt door een heel team in het ziekenhuis samengesteld en gecontroleerd. Het is een eng idee dat straling het lichaam in komt. Het is echter een goed gecontroleerd proces waarbij gezonde cellen bijna niet worden aangetast. De gezonde cellen kunnen beter weer herstellen na een sessie straling dan de tumorcellen. De tumorcellen delen veel sneller dan gezonde cellen. Het is lastiger voor de tumorcellen om van de beschadiging te herstellen en zullen afsterven.

 

Stent plaatsing

Doordat de tumor de galbuis en de pancreasbuis kan blokkeren, kan er een stent worden geplaatst. Een stent is een klein buisje die de buizen open houdt. Deze ingreep kan via de ERCP uitgevoerd worden. De chirurg plaatst dan de stent in de buis, zodat de stoffen van de galblaas en de pancreas naar de dunne darm toe kunnen. Dit is ook wel een palliatieve behandeling. Wanneer de stent niet geplaatst kan worden via de ERCP, kan de arts ervoor kiezen om de gal buitenaf af te voeren. De chirurg plaatst dan een slangetje door de huid en de lever in de galblaas. Het slangetje vervoert dan de gal en stoffen naar buiten en zal zich niet ophouden in het lichaam.

 

Coeliacus-block

Bij alvleesklierkanker kan er hevige pijn ontstaan. Om de pijn te bestrijden kan de chirurg daar bij helpen. Bij de ingreep wordt de zenuw die de pijn veroorzaakt lamgelegd. Doordat de zenuw lam gelegd wordt, stuurt de zenuw geen pijnprikkels meer naar de hersenen toe. De coeliacus block is ook een gerichte palliatieve behandeling.

 

Alvleesklierenzymen

Doordat de pancreas niet of niet goed meer enzymen kan aanmaken, kunnen deze worden toegevoegd. Door de enzymen toe te dienen kan het eten beter worden verteerd. Wanneer het eten weer goed wordt verteerd, zal het ook worden opgenomen in de darmen. Hierdoor komt er weer energie het lichaam binnen. Doordat er weer energie binnen komt, zal de persoon minder afvallen en gewicht behouden.

 

Alvleesklierkanker en voeding

Patiënten met alvleesklierkanker ondervinden een aantal problemen met de voeding. De voeding kan niet goed worden verteerd en of de glucose kan niet goed opgenomen worden in het lichaam. Dit kan zeer hinderlijk zijn.

Wanneer er geen insuline of glucagon wordt aangemaakt in de pancreas, kan glucose niet in het lichaam worden opgenomen. Doordat het lichaam geen energie krijgt, zal de patiënt veel afvallen. Hierdoor kan er sneller een infectie optreden. Het lichaam kan zich niet goed weren tegen schadelijke bacteriën en virussen van buitenaf. Daarom kunnen eigen cellen worden gebruikt, om aan energie te komen. Zo kunnen organen en spieren worden afgebroken om toch aan energie te komen. Spieren en organen aanspreken is een gevaarlijk proces. Uiteindelijk kunnen spieren en organen hun functie niet meer vervullen en dit kan uiteindelijk leiden tot de dood. Als de verteringssappen niet worden geproduceerd, levert dit ook voedingsproblemen op. Wanneer het eten niet goed wordt verteerd, kunnen de voedingsstoffen niet worden opgenomen. De voedingsstoffen zijn bedoeld voor energie of opbouw van cellen in het lichaam. Wordt de opname verminderd, dan zal de patiënt af kunnen vallen. De situatie hangt per persoon af, vooral de ernst en het stadium van de kanker is bepalend. Het is verstandig om gezond en gevarieerd te eten bij alvleesklierkanker. Wanneer klachten worden ondervonden met eten, is het verstandig om een diëtist (bijvoorbeeld die van DietCetera) te raadplegen. 

 

Onderzoek 

  • Uit Canadees onderzoek blijkt dat mensen met een allergie minder kans hebben op het krijgen van alvleesklierkanker. Het schijnt dat vooral bij hooikoorts en andere allergische reacties aan de luchtwegen de kans minder lijkt te zijn op alvleesklierkanker. Het is niet duidelijk waarom een allergie kan helpen. Onderzoekers zijn bezig te onderzoeken wat de rol van het afweersysteem is. Het afweersysteem helpt het lichaam zich te verdedigen van bacteriën en virussen.  
  • Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat hoge concentraties van cadmium, de kans op alvleesklierkanker kan verhogen. Cadmium is een zwaar metaal dat in de voeding voorkomt. In de voeding komt het in kleine hoeveelheden voor. Cadmium wordt ook in de industrie gebruikt in verf, plastic, batterijen en accu’s. Door veel blootstelling aan cadmium blijkt de kans ernstig verhoogd te worden op pancreaskanker. 
  • Door rood vlees te verminderen in het eten en de fruitconsumptie te verhogen, kan de kans op pancreas kanker verlaagt worden. Dit blijkt uit Pools onderzoek. Het is nog niet duidelijk waarom dit de kans verlaagt op pancreaskanker. Dat zal nog onderzocht worden.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande boeken, betreffende alvleesklierkanker, voor u tegengekomen:

 

Meer weten of advies?

DietCetera biedt voor het voedingsdoel alvleesklierkanker geen diensten aan. Aangezien de relatie tussen voeding en kanker erg complex is, is het belangrijk om multidisciplinair behandeld te worden. Multidisciplinair houdt in dat mensen met een verschillend beroep betrokken zijn bij de behandeling. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie van een arts, diëtiste en fysiotherapeut. In het ziekenhuis kunt u het makkelijkst multidisciplinair behandeld worden, aangezien de arts en de diëtiste onder een dak zitten en makkelijk met elkaar kunnen communiceren over uw behandeling en te geven adviezen. DietCetera verwijst u dan ook graag naar uw ziekenhuis. 

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist (zoals via DietCetera) of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top