Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Bloeddrukverlagende middelen

Bloeddrukverlagende middelen worden gebruikt bij een te hoge bloeddruk, ofwel hypertensie. Bij hypertensie kunnen de wanden van de bloedvaten beschadigen.

Bloeddrukverlagende middelen worden gebruikt bij een te hoge bloeddruk, ofwel hypertensie. Hypertensie houdt in dat de druk in de bloedvaten in rust hoger is dan normaal. Op termijn kan deze constante hoge druk de wanden van de bloedvaten beschadigen. Door de beschadigingen kunnen vetachtige stoffen (zoals cholesterol) zich makkelijker tegen de vaatwanden afzetten. Hierdoor slibben de vaten langzaam dicht. Dit dichtslibben wordt slagaderverkalking genoemd. Een ander woord hiervoor is artherosclerose. Dichtgeslibde bloedvaten verhogen op hun beurt de bloeddruk. De vicieuze cirkel die ontstaat, maakt het voor het hart moeilijker het bloed rond te pompen. Op de lange termijn kan dit de kans op bijvoorbeeld een beroerte en hartfalen vergroten. Er is sprake van hartfalen wanneer het hart te weinig bloed door het lichaam kan laten stromen. Hierdoor krijgen organen minder zuurstof en voedingsstoffen. Klachten die hierbij op kunnen treden zijn bijvoorbeeld vermoeidheid en kortademigheid.

Bloeddrukverlagende middelen worden ook gebruikt bij hartfalen, na een hartinfarct, bij astma en bij diabetische nefropathie. Diabetische nefropathie is nierschade ten gevolge van suikerziekte (diabetes mellitus).

 

Soorten en werking

Er bestaan verschillende middelen die invloed hebben op de bloeddruk. 

  • Plaspillen: Plaspillen, ofwel diuretica, zorgen er voor dat de nieren meer water uitscheiden. Door de verhoogde uitscheiding van water wordt er meer urine geproduceerd. Wanneer meer urine het lichaam verlaat, daalt de bloeddruk. Voorbeelden van plaspillen zijn chloortalidon, furosemide en triamtereen.
  • Bètablokkers: Bètablokkers zorgen er voor dat de hartslag daalt. Hierdoor verwijden de bloedvaten zich en gaat het bloed rustiger pompen. Het gevolg hiervan is dat de bloeddruk daalt. Voorbeelden van bètablokkers zijn betaxolol, labetalol en pindolol.
  • Angiotensine-II-blokkers: Angiotensine-II-blokkers remmen de werking van de stof angiotensine II. Angiotensine II is een hormoon. Een hormoon is een stof die in het lichaam worden afgegeven. Hormonen kunnen invloed hebben op de werking van bepaalde organen. Het gevolg van de remming van de werking van angiotensine II is dat de bloedvaten minder worden vernauwd. Wanneer de bloedvaten minder worden vernauwd, zal de druk in de bloedvaten minder snel toenemen. Voorbeelden van angiotensine-II-blokkers zijn valsartan, losartan en eprosartan.
  • Alfablokkers: Alfablokkers zorgen er voor dat de bloedvaten zich verwijden. Het gevolg hiervan is dat het bloed beter kan stromen en dat de bloeddruk daalt. Wanneer andere bloeddrukverlagende middelen niet of onvoldoende werken, kan er gekozen worden voor alfablokkers. Tevens kunnen alfablokkers gebruikt worden wanneer andere bloeddrukverlagende middelen niet gebruikt mogen worden. Voorbeelden van alfablokkers zijn terazosine en doxazosine. 
  • Calciumblokkers: Calciumblokkers zorgen er voor dat de spanning in de spiertjes rond de bloedvaten wordt verlaagd. Het gevolg van deze verlaagde spanning is dat de bloedvaten zich ontspannen en verwijden. Hierdoor kan het bloed beter stromen en daalt de bloeddruk. Calciumblokkers worden voorgeschreven wanneer andere bloeddrukverlagende middelen niet of onvoldoende werken. Tevens kunnen calciumblokkers worden voorgeschreven wanneer andere bloedverlagende middelen niet gebruikt kunnen worden. Voorbeelden van calciumblokkers zijn nifedipine, isradipine, en amlodipine.  
  • Ketanserine: Ketanserine zorgt voor verwijding van de bloedvaten. Hierdoor kan het bloed beter stromen en wordt de bloeddruk verlaagd. Ketanserine wordt alleen voorgeschreven wanneer andere bloeddrukverlagende middelen niet of onvoldoende werken. Tevens wordt ketanserine voorgeschreven wanneer andere bloeddrukverlagende middelen niet gebruikt mogen worden. 
  • Vaatverwijders: Vaatverwijders zorgen er voor dat de spieren in de wand van de slagaders zich verslapen. Het gevolg hiervan is dat de bloedvaten zich verwijden, het bloed beter kan stromen en de bloeddruk daalt. Vaatverwijders worden altijd voorgeschreven in combinatie met plaspillen en bètablokkers. Dit wordt gedaan om bijwerkingen van vaatverwijders te verminderen. Voorbeelden van vaatverwijders zijn minoxidil en hydralazine. 
  • Centraalwerkende bloeddrukverlagende middelen: Centraalwerkende bloeddrukverlagende middelen werken in op de hersenen. In de hersenen kan namelijk een signaal worden afgegeven die er voor zorgt dat de bloedvaten zich vernauwen. Het gevolg van dit signaal is een stijging in de bloeddruk. Centraalwerkende bloeddrukverlagende middelen zorgen er voor dat dit signaal verhinderd wordt. Hierdoor vernauwen de bloedvaten zich niet en zal de bloeddruk niet stijgen. Voorbeelden van centraalwerkende bloeddrukverlagende middelen zijn moxonidine, clonidine en methyldopa.
  • Aliskiren: Aliskiren zorgen er voor dat de werking van renine vermindert. Renine is een stof die er voor kan zorgen dat de bloedvaten zich vernauwen. Deze vernauwing van de bloedvaten geeft een stijging van de bloeddruk. Wanneer renine wordt geremd, zullen de bloedvaten zich niet vernauwen. Het gevolg hiervan is dat het bloed beter kan stromen en de bloeddruk daalt.
  • ACE-remmers: Een veel gebruikt bloeddrukverlagend middel is de ACE-remmer. ACE-remmers beïnvloeden het renine-angiotensine-aldosteron-systeem (RAAS). Dit RAAS systeem regelt de bloeddruk.

 

ACE-remmers

Zoals eerder vermeld, zijn ACE-remmers naast plaspillen één van de meest gebruikte bloeddrukverlagende middelen. Meer informatie over plaspillen staat beschreven in het voedingsdoel plaspillen. ACE staat voor angiotensine I converterend enzym. Een enzym is een stof die processen in het lichaam kan versnellen zonder hierbij zelf verbruikt te worden. Het ACE enzym kan spanning op de spiertjes rond de bloedvaten uitoefenen. Een ACE-remmer remt de werking van het angiotensine I converterend enzym. Hierdoor wordt de spanning op de spiertjes rond de bloedvaten verminderd. De bloedvaten ontspannen hierdoor en worden wijder. Het gevolg hiervan is dat het bloed beter kan doorstromen en dat de bloeddruk daalt. De remming van het angiotensine I converterend enzym vindt plaats in weefsels en bloedplasma. Weefsels zijn groepen van dezelfde cellen bij elkaar die dezelfde functie hebben. Bloedplasma is het vloeibare deel van het bloed.

Normaal zorgt het angiotensine I converterend enzym er voor dat het hormoon angiotensine I wordt omgezet in het hormoon angiotensine II. Angiotensine I wordt gevormd uit angiotensinogeen. Angiotensinogeen is eiwit dat gevormd wordt in de lever.

Door de remming van het angiotensine I converterend enzym wordt er minder angiotensine I omgezet in angiotensine II. Hierdoor is er minder sprake van vaatvernauwing van de bloedvaten. Het gevolg van de verminderde vaatvernauwing is dat de druk in de bloedvaten minder snel toeneemt.

Daarnaast wordt er minder aldosteron afgegeven door de verminderde omzetting van angiotensine I in angiotensine II. Aldosteron is een hormoon dat geproduceerd wordt in de bijnierschors. De bijnierschors is de buitenste laag van de bijnier en produceert hormonen. De bijnieren zijn kleine organen die op de nieren liggen.

 

Aldosteron regelt de hoeveelheid natrium en kalium in het bloed. Wanneer er meer aldosteron geproduceerd wordt, wordt er meer natrium vastgehouden. Hierdoor wordt er meer water vastgehouden. Door het vasthouden van water neemt het volume van het bloed toe. Het bloedvolume geeft de hoeveelheid bloed in het lichaam aan. Wanneer het bloedvolume toeneemt, stijgt de bloeddruk. Nu er minder aldosteron wordt afgegeven, wordt er minder water vastgehouden. Het gevolg hiervan is dat de bloeddruk minder zal toenemen.

Een andere stof die invloed heeft op de bloeddruk is bradykinine. Bradykinine is een stof die er voor zorgt dat de bloedvaten worden verwijd. Door verhoging van dit gehalte zullen de bloedvaten wijder worden. Verwijding van de bloedvaten zorgt voor een daling van de bloeddruk. Hierdoor zal het hart minder belast worden. Het bradykinine-gehalte kan door bloeddrukverlagende middelen worden verhoogd. Daarnaast wordt er door ACE-remmers meer natrium uitgescheiden. Ook dit zorgt voor verlaging van de bloeddruk. Het volledige effect van de ACE-remmers wordt vaak binnen een aantal weken bereikt. Er bestaan verschillende soorten ACE-remmers. Niet alle ACE-remmers kunnen bij dezelfde aandoening gebruikt worden. Toch komen de werking en effectiviteit met elkaar overeen. Een aantal van deze ACE-remmers zijn: benazepril, cilazapril, enalapril, fosinopril, moëxipril, perindopril, quinapril, ramipril, trandolapril, zofenopril. Bovenstaande ACE-remmers zijn pro-drugs. Pro-drugs worden eerst omgezet in de eigen lever voordat zij hun werking kunnen doen.

 

Captopril en lisinopril zijn ook ACE-remmers maar geen pro-drugs. Deze hoeven dus niet te worden omgezet voordat zij hun werking kunnen doen. In sommige gevallen worden ACE-remmers met andere geneesmiddelen voorgeschreven. Bijvoorbeeld in combinatie met diuretica of bètablokkers. Dit wordt gedaan wanneer het effect van één geneesmiddel niet voldoende is. Diuretica is een geneesmiddel dat er voor zorgt dat de nieren meer water uitscheiden. Bètablokkers zijn geneesmiddelen die de hartslag en zuurstofbehoefte van het hart verminderen. Daarnaast verlagen bètablokkers de bloeddruk.

bloeddrukverlagende middelenACE-remmersplaspillendiureticabètablokkersangiotensine-II-blokkerscalciumblokkersalfablokkersketanserinevaatverwijderscentraalwerkende bloeddrukverlagende middelenaliskirenbloeddrukhartinfarcthartfalenhypertensiebloedvatendiabetische nefropathieangiotensinealdosteronwisselwerkingduizeligheidhyperkaliëmiesmaakstoornis

Bijwerkingen van de ACE-remmer

Door het gebruik van ACE-remmers kunnen een aantal bijwerkingen optreden.

  • Kriebelhoest: Deze hoest ontstaat meestal binnen een maand nadat gestart is met de ACE-remmer. Wanneer de behandeling staakt, verdwijnt de hoest binnen een maand. De hoest is ongevaarlijk maar kan erg vervelend zijn. Middelen tegen kriebelhoest helpen niet bij deze bijwerking. Mogelijk ligt de oorzaak van deze kriebelhoest bij de toename van het bradykinine-gehalte. Bradykinine is een stof die er voor zorgt dat de bloedvaten worden verwijd. Kriebelhoest is een veel voorkomende bijwerking. Het komt in 5 tot 20% van de gevallen voor.
  • Duizeligheid: Duizeligheid kan met name in het begin van de behandeling voorkomen. Ook wordt deze klacht ervaren bij een hoge dosering. De duizeligheid wordt veroorzaakt door plotselinge daling van de bloeddruk. Deze kan bijvoorbeeld optreden wanneer iemand te snel opstaat. Maar ook bij een hoge bloeddruk kan duizeligheid ontstaan.
  • Smaakstoornis: Dit wordt met name ervaren bij gebruik van de ACE-remmer  captopril. Smaakstoornissen kunnen veroorzaakt worden omdat deze ACE-remmer zink aan zich bindt. Zink speelt een belangrijk rol bij het smaak- en reukvermogen. Wanneer men extra zink krijgt, kan de smaakstoornis overgaan. Dit kan wel enige tijd duren.
  • Hyperkaliëmie: Hyperkaliëmie wil zeggen dat het kaliumgehalte in het bloed te hoog is. Kalium is een stof in het lichaam en speelt een belangrijke rol in de vochthuishouding. Ook zorgt kalium er met natrium voor dat prikkels in het zenuwstelsel worden doorgegeven. Een hyperkaliëmie kan ontstaan doordat de uitscheiding van kalium via de nieren wordt verminderd door ACE-remmers. In combinatie met bepaalde medicijnen kan dit effect versterkt worden. Een hyperkaliëmie geeft vaak geen merkbare klachten. Toch kan een hyperkaliëmie levensbedreigend zijn. Zo kunnen er klachten als hartritmestoornissen en spierzwakte ontstaan.
  • Overig: Naast bovenstaande bijwerkingen kunnen spierkrampen, diarree, huidaandoeningen, netelroos, hoofdpijn en angio-oedeem optreden bij het gebruik van ACE-remmers. Netelroos is een huiduitslag die flink jeukt. Hierbij kunnen licht getinte en opgezwollen vlekken ontstaan. Angio-oedeem is een ophoping van vocht in de weefsels. Deze vochtophoping ontstaat met name in het gelaat en in de keel. Met name vochtophoping in het mond- en keelgebied kunnen zorgen voor ernstige ademnood. Dit kan levensbedreigend zijn. Hoofdpijn kan ook optreden ten gevolge van een te hoge bloeddruk.

 

Wisselwerking tussen ACE-remmers en andere geneesmiddelen

Er kan een wisselwerking optreden tussen ACE-remmers en andere geneesmiddelen. Voorbeelden van een wisselwerking kunnen zijn:

  • Non-steroidal anti-inflammatory drugs (NSAID): NSAID’s zijn geneesmiddelen met een ontstekingsremmende werking, zoals aspirine. Wanneer deze in combinatie met een ACE-remmer wordt gebruikt, kunnen ze de werking van de ACE-remmer verminderen. Daarnaast neemt de kans op nierschade toe. Mogelijk neemt ook de kans op een hyperkaliëme toe.
  • Kalium-sparende middelen: Deze middelen zorgen er voor dat er minder kalium wordt uitgescheiden. Hierdoor zal er in combinatie met een ACE-remmer sneller hyperkaliëmie optreden. Kaliumsparende diuretica (plasmiddel) is een voorbeeld van een kalium-sparend middel.
  • Lithium: Lithium is een stof die een rol speelt in de hersenen bij de prikkeloverdracht tussen de zenuwuiteinden. ACE-remmers kunnen er voor zorgen dat er minder lithium wordt uitgescheden. Dit kan verhoging van de lithiumspiegel veroorzaken. De lithiumspiegel weergeeft de hoeveelheid lithium in het bloed. Een te hoge lithiumspiegel in het bloed kan tot klachten leiden. Voorbeelden hiervan zijn trillen, dubbelzien, verwardheid en bewusteloosheid.
  • Bloedsuikerverlagende middelen: In combinatie met ACE-remmers kan het bloedsuikergehalte zo laag worden dat er een hypoglykemie optreedt. Van een hypoglykemie is sprake wanneer er te weinig glucose (suiker) in het bloed aanwezig is. Dit kan op de korte termijn klachten geven zoals trillen, zweten en hartkloppingen.

 

Voeding en bloeddrukverlagende middelen

Bij het gebruik van ACE-remmers is het belangrijk om op het gebruik van kalium te letten. Wanneer bij ACE-remmers veel kalium wordt gegeten, kan dit sneller leiden tot een te hoog kaliumgehalte. Wanneer men plaspillen gebruikt is het belangrijk voldoende te drinken. Men moet echter niet te veel drinken. Wanneer er te veel wordt gedronken kan er namelijk een hyponatriëmie optreden. Bij hyponatriëmie is er sprake van een te laag natrium gehalte in het bloed. Bij een te laag kaliumgehalte in het bloed is het belangrijk voldoende kalium via de voeding binnen te krijgen. 

Daarnaast is een gezond en gevarieerd voedingspatroon belangrijk. Voldoende groenten, fruit en vezelrijke producten zijn hierbij belangrijk. Een gezond voedingspatroon kan helpen de bloeddruk op een natuurlijke manier te verlagen. Om op een natuurlijke manier de bloeddruk te verlagen is het belangrijk op het zoutgebruik te letten. Er wordt vaak meer zout gegeten dan men in eerste instantie denkt. Door een hoge inname van zout wordt er meer vocht vastgehouden. Door het vasthouden van meer vocht neemt de bloeddruk toe. Behalve zout kan drop ook de bloeddruk verhogen. Deze toename van bloeddruk wordt veroorzaakt door de smaakstof glycyrrhizinezuur. Glycyrrhizine zorgt er namelijk voor dat er meer vocht wordt vastgehouden door de nieren. Hierdoor kan de bloeddruk stijgen.

Maar ook roken kan de bloeddruk doen stijgen. De stof in sigaretten, nicotine, zorgt er namelijk voor dat de bloedvaten zich vernauwen.

Ook overgewicht kan voor een stijging van de bloeddruk zorgen. Een kleine afname van het gewicht kan al een daling van de bloeddruk geven. Bij overgewicht is ook een gezond en gevarieerd voedingspatroon belangrijk. Naast gezonde voeding is het belangrijk regelmatig te bewegen.

 

Onderzoek

  • Het risico op een longontsteking wordt mogelijk verlaagd bij het gebruik van ACE-remmers. Dit bleek het meest effectief te zijn bij mensen die een beroerte hebben gehad en bij mensen van Aziatische oorsprong. Ook de kans op sterfte ten gevolge van een longontsteking nam af. 
  • Gebleken is dat bij een kwart van de gebruikers van ACE-remmer het geneesmiddel niet goed werkt. Dit wordt veroorzaakt door erfelijke eigenschappen. Bij de resterende driekwart van de gebruikers werken de geneesmiddelen juist erg goed.

 

Externe informatie of producten

Onderstaand boek verstrekt ook informatie over het verlagen van hoge bloeddruk:

  • Uw voedingsplan. Nederlands, 84 pagina's, DietCetera. Geeft concrete adviezen en aanwijzingen om hoge bloeddruk tegen te gaan of te verlagen.

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top