Brede diëtisten informatie over voedingsdoelen

Zink

Zink is belangrijk voor gezonde botten, haar en huid en een goede hersenfunctie. Het spoorelement is goed met de voeding in te nemen.

Zink is een anorganische stof. Stoffen zijn anorganisch of organisch. Organische stoffen zijn afkomstig van organismen en hun dode resten. Organismen zijn levende wezens, bijvoorbeeld planten en dieren, schimmels en bacteriën. Eiwit, koolhydraten, vet en vitamines zijn organische stoffen. Deze zijn nodig voor de groei en instandhouding van het lichaam. Hier zijn ook anorganische stoffen voor nodig. Anorganische stoffen zijn afkomstig van levenloze materialen. Naast vocht zijn mineralen (macromineralen) en spoorelementen (micromineralen) anorganische stoffen. Mineralen en spoorelementen zijn eigenlijk metalen. Toch komen ze ook in kleine hoeveelheden voor in de voeding. De behoefte die het lichaam heeft aan anorganische stoffen is onderzocht. De hoeveelheid mineralen en spoorelementen kan worden aangetoond door weefselonderzoek.

 

Het lichaam kan mineralen en spoorelementen niet zelf maken. Dat kan bijvoorbeeld wel met bepaalde vitamines. Wel zijn er een aantal essentieel voor het lichaam. Dat wil zeggen dat ze absoluut noodzakelijk zijn voor het functioneren. Het is dan ook nodig om deze dagelijks met de voeding in te nemen. Nog niet van alle stoffen is aangetoond dat ze essentieel zijn. Met betere onderzoekstechnieken worden in de toekomst mogelijk meer noodzakelijke mineralen en spoorelementen ontdekt. Mineralen en spoorelementen verschillen in de hoeveelheid die het lichaam ervan nodig heeft. Dagelijks zijn enkele honderden milligrammen tot een gram mineralen nodig. 1 milligram is 0,001 gram. Van spoorelementen zijn enkele microgrammen tot tientallen milligrammen nodig. 1 microgram is 0,001 milligram. 4% van het menselijk lichaam bestaat uit mineralen en spoorelementen. Dit is ongeveer 3 kilogram.

Mineralen en spoorelementen leveren geen energie. Deze bevatten dus geen kilocalorieën. Sommige zijn wel essentieel voor een goede gezondheid en normale groei en ontwikkeling. Dit geldt ook voor het spoorelement zink. Veel voedingsmiddelen bevatten een bepaalde concentratie van het spoorelement. Ook drinkwater bevat weleens zink. In de scheikunde wordt zink aangeduid met de letters Zn.

 

Functie

Zink is onderdeel van een groot aantal enzymen in het lichaam. Een enzym is een eiwit met een bepaalde functie in het lichaam. Enzymen zijn altijd katalysatoren. Een katalysator brengt een verandering teweeg. Soms versnelt een enzym alleen een proces. Enzymen verzorgen eigenlijk alle veranderingen in het lichaam. Zink is als bouwstof of als regulerende stof onderdeel van:

  • Zink bevattende metallo-enzymen die nodig zijn voor de opbouw van eiwitten en nucleïnezuren. Een nucleïnezuur is opgebouwd uit een keten van nucleotiden. Nucleotiden zijn de bouwstenen van DNA. DNA is erfelijk materiaal. Het bepaalt de eigenschappen die iemand uniek maken. Bijvoorbeeld de kleur van de haren en de ogen. De volgorde van de nucleotiden bepaalt de erfelijke informatie;
  • Het enzym koolzuuranhydrase in de rode bloedcellen, dat betrokken is bij het vervoer van koolstofdioxide door het bloed. Koolstofdioxide is een afvalstof. De organen en weefsels verbruiken zuurstof voor de stofwisseling. De stofwisseling is het geheel van processen waarbij een stof wordt omgezet in een andere stof. Tijdens het zuurstofverbruik wordt koolstofdioxide gevormd;
  • Enzymen van de eiwit- en koolhydraatstofwisseling. Iedere voedingsstof heeft haar eigen enzym(en). Eiwit wordt afgebroken door het enzym pepsine. Koolhydraten worden afgebroken door de enzymen amylase, sacharase, maltase en lactase;
  • Het hormoon insuline uit de alvleesklier. Een hormoon is een chemische stof die een bepaalde invloed heeft op organen en weefsels. Insuline regelt samen met de hormonen glucagon en adrenaline het suikergehalte van het bloed.
  • Een co-enzym dat nodig is voor de benutting van vitamine A en xeroftalmie kan voorkomen. Een co-enzym is noodzakelijk om een enzym te laten functioneren. Xeroftalmie is droogheid van het oog, waardoor een ontsteking kan ontstaan;
  • Bepaalde bestanddelen van het immuunsysteem. Het immuunsysteem wordt ook wel het afweersysteem genoemd. Het afweersysteem is het verdedigingsmechanisme van het lichaam. Het beschermt het lichaam tegen schadelijke indringers van buitenaf.
  • Daarnaast zorgt zink voor gezonde botten, haar en huid en een goede hersenfunctie. Zink heeft een positieve invloed op de eetlust, de reuk en de smaak. Bovendien draagt het bij aan de vruchtbaarheid.

 

Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (ADH)

De Gezondheidsraad geeft per voedingsstof aan hoeveel gezonde mensen er dagelijks van nodig hebben. De Gezondheidsraad is een adviescollege van de overheid. De voedingsnormen worden gegeven als aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH). De hoeveelheid zink wordt aangegeven in milligram. 1 milligram is 0,001 gram. Een microgram wordt ook wel aangeduid als mg. De ADH voor volwassen mannen (22-50 jaar) is 10 mg per dag. De ADH voor volwassen vrouwen (22-50 jaar) is 9 mg per dag. Het is mogelijk om dagelijks 10-15 mg zink op te nemen door gevarieerd te eten. Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid zink in milligram per dag:

Categorie/leeftijd

Jongens/mannen

Meisjes/vrouwen

0-3

4

4

4-6

5

5

7-9

6

6

10-13

7

7

14-15

10

10

16-18

11

9

19-65

10

9

> 65

10

9

Zwanger *

-

12-15

Borst voedend **

-

16-20

* De eerste drie maanden 12 milligram en na drie maanden 15 milligram.

** De eerste drie maanden 20 milligram en na drie maanden 16 milligram.

 
Tekort
De meeste mensen hoeven zich geen zorgen te maken over een tekort aan zink. Met een gevarieerde voeding wordt voldoende zink ingenomen. Zeer eenzijdige voedselinname en absorptiestoornissen kunnen een zinktekort veroorzaken. Door een absorptiestoornis worden voedingsstoffen niet goed in het lichaam opgenomen. Een voorbeeld van een absorptiestoornis is de ziekte van Crohn. Daarnaast wordt een zinktekort weleens gerapporteerd tijdens langdurig gebruik van parenterale voeding. Parenterale voeding is een oplossing van voedingsstoffen die in de bloedbaan wordt toegediend. Parenterale voeding wordt gebruikt, wanneer het niet mogelijk is om te eten via de normale weg of een sonde. Een sonde is een slangetje van de neus naar de maag of de darmen. Soms wordt een sonde direct via de huid in de maag of darmen gebracht. Langdurig hoge koorts, operaties en groot bloedverlies werken zinkverlies in de hand. Het zink gaat dan verloren met het transpiratievocht, de urine en het bloed. Veel zinkverlies verhoogt het risico op een zinktekort. In Nederland komt een tekort aan zink nauwelijks voor. Een zinktekort is te herkennen aan:
  • achterblijvende groei en geslachtelijke ontwikkeling;
  • afwijkingen van huid, skelet en slijmvliezen;
  • veranderd reuk- en smaakvermogen;
  • verminderde afweer tegen infecties;
  • vertraagde wondgenezing;
  • nachtblindheid.
 
Bovendien is een zinktekort een risicofactor voor het optreden van complicaties tijdens de zwangerschap. De zinkstatus kan namelijk invloed hebben op het ontstaan van hoge bloeddruk. Door een sterk verminderde zinkopname kunnen zuigelingen een erfelijke aandoening krijgen. Het syndroom van Danbolt (acrodermatitis enteropathica) wordt gekenmerkt door de symptomen van een zinktekort. Milde vormen van een zinktekort kunnen – vooral bij kinderen – diarree veroorzaken. Daarnaast verhoogt het de kans op infectieziekten. Groepen die veel risico hebben op een zinktekort zijn:
  • Vegetariërs en veganisten. Dierlijke producten zijn goede bronnen van zink;
  • Mensen die grote hoeveelheden vezels eten. Vezels zijn belangrijk voor een goede darmwerking. Veel vezels remmen echter de opname van zink in het lichaam;
  • Zwangere of borstvoedende moeders. Veel voedingsstoffen worden allereerst aan het kind gegeven. Deze groep heeft meer voedingsstoffen nodig dan anders;
  • Mensen boven de 50. Met de leeftijd vermindert de opname van voedingsstoffen;
  • Mensen die alcohol misbruiken. Alcoholmisbruikers eten over het algemeen niet goed. Daarnaast verdrijven grote hoeveelheden alcohol de zinkvoorraad uit de lever.
 

Overdosering

Het is nagenoeg onmogelijk om met het eten te veel zink in te nemen. Een acute zinkvergiftiging ontstaat door een dosis van meer dan 12 gram. Deze plotseling opkomende vergiftiging komt zelden voor. Eens werd deze veroorzaakt door voedingsmiddelen die in contact waren gekomen met verzinkte blikken. Een acute zinkvergiftiging wordt gekenmerkt door misselijkheid, braken, buikkrampen en diarree. Andere symptomen zijn uitdroging, een verstoorde mineralenbalans in het bloed en een verstoorde spiercoördinatie. Een langdurig hoge zinkinname komt vaker voor dan een vergiftiging. 75 tot 300 milligram zink per dag leidt tot een verminderde koperopname. 50 milligram zink per dag heeft zelfs al een verstoorde koper- en ijzerstofwisseling tot gevolg. Net als zink zijn ijzer en koper essentiële spoorelementen voor het lichaam. 

Een kopertekort leidt tot bloedarmoede (anemie) en een verminderde weerstand. Bloedarmoede betekent dat het bloed weinig hemoglobine bevat. Hemoglobine (Hb) is een eiwit dat aan bloed een rode kleur geeft. De stof is verantwoordelijk voor het transport van zuurstof en koolstofdioxide in het lichaam. Dergelijke hoeveelheden worden alleen bereikt door het gebruik van supplementen.

 

De European Food Safety Authority (EFSA) verstrekt onafhankelijke wetenschappelijke adviezen over voedselveiligheid. EFSA hanteert een maximaal veilige dosis van:

  • 7 milligram zink per dag voor kinderen van één tot drie jaar;
  • 25 milligram zink per dag voor volwassenen. 25 milligram zink per dag komt overeen met acht bereide hamburgers. De maximaal veilige dosis wordt ook wel de aanvaardbare bovengrens van inneming genoemd. Het is een gemiddelde waarde met een ruime marge. Eenmalige of kortdurende overschrijding levert dan ook geen direct gevaar op.
zinkanorganischmicromineraalspoorelementessentieelenzymenDNArode bloedcellenstofwisselinginsulinevitamine AxeroftalmieimmuunsysteemADHgroeiachterstandverminderde weerstandsyndroom van Danboltacute vergiftigingbloedarmoededierlijke productencalciumkoperfytinezuurvoedingsvezelssupplementen

Stofwisseling

In het lichaam is een voorraad van 1,5-2,5 gram zink aanwezig. Deze voorraad bevindt zich voornamelijk in het spierweefsel (60%). Ongeveer 25% is aanwezig in het botweefsel en 5 procent in het haar en de huid. De rest bevindt zich verdeeld in de lever en andere organen. Ongeveer 80% van het zink in het bloed zit in de rode bloedcellen. De rode bloedcellen (erythrocyten) zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof en koolstofdioxide in het bloed. In het bloedplasma komt aan eiwit gebonden zink voor. Het bloedplasma is het licht- of grijsgele vloeibare deel van het bloed waarin de bloedcellen en –plaatjes zich bevinden. Zink komt in hoge concentraties voor in het oog, de prostaat en het sperma.

Zink wordt beter opgenomen uit dierlijke dan uit plantaardige voedingsmiddelen. Na opname wordt zink gebonden aan een eiwit. Via de darmwand wordt het spoorelement met het bloed naar de weefsels vervoerd. Van de hoeveelheid ingenomen zink wordt slechts 30% opgenomen. Vooral de oplosbaarheid van zink in de dunne darm is bepalend voor de opname. Niet opgenomen zink komt in de ontlasting terecht. Het overige zink verlaat het lichaam met urine, zweet en afschilferende cellen. Bij langdurig alcoholgebruik en enkele stofwisselingziekten wordt meer zink uitgescheiden. Een stofwisselingsziekte ontstaat door een verstoring in de stofwisseling. Een zinktekort kan dan het gevolg zijn. In totaal wordt ongeveer 1,5 à 3 milligram zink per dag uitgescheiden. Hiervan wordt ongeveer 0,5 milligram uit het lichaam verwijderd via de urine.

 

Wisselwerking

De invloed van andere stoffen op de opname van mineralen is niet of nauwelijks aantoonbaar. Dit blijkt uit lange termijnonderzoek volgens het Voedingscentrum. Het Voedingscentrum verstrekt wetenschappelijk onderbouwde en onafhankelijke informatie over een gezonde, veilige en meer duurzame voedselkeuze aan consumenten. Waarschijnlijk komt dit door het gevarieerde eetpatroon in Nederland. Dit patroon bevat zowel stoffen die de opname bevorderen als stoffen die de opname remmen. Toch is het raadzaam om alert te blijven. Zeker als er bepaalde voedingsmiddelen niet worden gebruikt of gebruik van bepaalde medicijnen. Vooral bij het gebruik van bloeddrukverlagers en plaspillen.

Mineralen en spoorelementen kunnen onderling interactie hebben. Een hoge inname van een bepaald element kan de opname van andere elementen verminderen. Vooral grote hoeveelheden elementen in supplementen kunnen wisselwerkingen van grote betekenis hebben. Tussen de mineralen en spoorelementen zijn de interacties tijdens de vertering en opname belangrijk. Inzicht in deze wisselwerkingen is belangrijk om te bepalen in hoeverre verrijking van voeding zinvol is. Een langdurig hoge inname van calcium, ijzer of tin kan de opname van zink verminderen. Andersom kan een langdurig hoge zinkinname de opname van koper verminderen. Een hoge zink-/koperverhouding in de voeding kan beter vermeden worden. Deze ratio kan snel overschreden worden door ongecontroleerd gebruik van zinksupplementen. Behalve met calcium en koper heeft zink interacties met chroom, mangaan en cadmium.

 

Met fosfor en voedingsvezels vormt zink onoplosbare complexen. Fosfor is een essentieel mineraal voor het lichaam. Voedingsvezels zijn belangrijke stoffen voor een goede darmwerking. Fosfor en voedingsvezels remmen de opname van zink. Hetzelfde geldt voor oxaalzuur en fytinezuur. Oxaalzuur is een chemische stof die van nature voorkomt in bepaalde voedingsmiddelen. Fytinezuur (fytaat) is een zogenaamde antivoedingsstof. Een antivoedingsstof remt de absorptie van sommige mineralen. Wanneer calcium aan een fytaatrijke voeding wordt toegevoegd, neemt de zinkopname weer toe. Met sommige aminozuren vormt zink juist oplosbare complexen. Aminozuren zijn onderdelen van eiwit. Deze bevorderen de opname van zink.

 

Invloed van bereiding en bewaren

Voedingsmiddelen raken wel eens mineralen kwijt tijdens het bereidingsproces. Vooral koken kan verlies van mineralen tot gevolg hebben. Het verlies wordt niet veroorzaakt door de verhitting, maar door de uitloging. Uitlogen is het oplossen van voedingsstoffen in (kook)vocht. Voedsel verliest geen mineralen tijdens het bewaren.

 

Supplementen

Supplementen zijn producten in de vorm van pillen, poeders, druppels, capsules of drankjes. Meestal worden ze gebruikt als aanvulling op de dagelijkse voeding. Ze kunnen een vitamine, mineraal of bioactieve stof bevatten (vitamine C pil). Ook kunnen ze een combinatie hiervan bevatten (Multi vitaminepil). Een bioactieve stof heeft een gezondheid bevorderend effect, maar is niet noodzakelijk voor het lichaam. De voedingsstoffen in supplementen zijn kunstmatig. Toch hebben ze dezelfde werking als de stoffen die van nature in eten en drinken voorkomen. Mineralen uit supplementen worden vaak makkelijker opgenomen dan mineralen uit eten. Mineralen in voedingsmiddelen zijn verbonden met andere stoffen. Door de spijsvertering worden de mineralen losgemaakt, zodat het lichaam ze kan opnemen. Dit lukt niet altijd helemaal. Hierdoor verlaat een gedeelte ongebruikt het lichaam. Kunstmatige mineralen in supplementen hoeven niet meer losgemaakt te worden. Daardoor kunnen ze makkelijker worden opgenomen. Dit wil overigens niet zeggen dat een mineralenpil beter is dan gezonde voeding. 

Zink komt regelmatig voor in supplementen. Over het algemeen is zo’n pilletje niet nodig, mits er gezond en gevarieerd wordt gegeten. Er zijn echter wel groepen voor wie aanvulling zinvol kan zijn. Sommige mensen vinden het prettig om Multi supplementen te gebruiken. Bijvoorbeeld tijdens verkoudheid of griep. Het is dan raadzaam om niet boven de 25 milligram zink per dag uit te komen. Mensen die het antibioticum tetracycline gebruiken kunnen beter geen zinksupplementen nemen. Zink belemmert de opname van tetracycline in het bloed.

 

Onderzoek

  • Volgens recent onderzoek kan zinksuppletie een verkoudheid met de helft verkorten. Deze conclusie was het resultaat van een analyse van dertien onderzoeken. Drie studies rapporteerden een afname van 42% na een dosis van 75 milligram zinkacetaat. Vijf studies rapporteerden een afname van 20% na deze dosis van een andere vorm. De overige studies zagen een lagere dosis ineffectief. 
  • Volgens Brits onderzoek kan zink het risico op suikerziekte (diabetes mellitus) verkleinen. Vrouwen die het meeste zink innamen hadden 10% minder kans om suikerziekte te ontwikkelen. Vervolgens werd er gecorrigeerd voor andere risicofactoren. Na correctie bleek een hogere zinkinname het risico oplopend tot 28% te verlagen. 
  • Volgens Nutrition Through the Life Cycle is zink essentieel voor de mannelijke voortplanting. De zinkconcentratie van zaad is hoog. Zink in sperma lijkt te beschermen tegen bacteriën en beschadigingen van het zaad. Minder dan 5 milligram zink per dag kan het spermavolume verminderen en het testosteronniveau verlagen.

 

Externe informatie of producten

We zijn extern onderstaande producten, betreffende zink, voor u tegengekomen:

 

Disclaimer voedingsdoelen

DietCetera geeft u met bovenstaande tekst slechts algemene informatie. Wij hebben deze tekst niet gericht op individuele personen en omstandigheden. Vanzelfsprekend hebben we wel getracht deze informatie zo duidelijk en correct mogelijk te omschrijven. U blijft echter zelf verantwoordelijk voor uw eigen keuzes en interpretaties. Mocht u specifieke vragen of problemen hebben dan adviseren we u contact op te nemen met uw (huis)arts, diëtist of andere deskundigen. DietCetera is niet aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het onjuist interpreteren van deze tekst.

 

Vorige

top